Vier zussen sturen alleen kaarten met vier vrouwen

De vier zussen Paardekooper in Volendam. De zussen sturen elkaar altijd ansichtkaarten met vier vrouwen erop.
De vier zussen Paardekooper in Volendam. De zussen sturen elkaar altijd ansichtkaarten met vier vrouwen erop. Illustraties: uit het familiealbum

De vier zussen Paardekooper willen er eigenlijk niet moeilijk over doen. Het is gewoon een leuk dingetje, meer niet. Sinds een jaar of zes hebben ze er een sport van gemaakt elkaar ansichtkaarten op te sturen waar vier vrouwen op staan. Ze kopen er vier stuks in totaal. Een houden ze zelf - voor in het album - de andere drie gaan naar de andere zussen. En inmiddels, na zo’n 150 kaarten, is de hele omgeving besmet. Kinderen, collega’s, buren, de kouwe kant van de familie – iedereen zoekt mee. Van over de hele wereld komen er kaarten met vier vrouwen erop hun kant op.

Het begon met een zussendag in Volendam. Caecil van Harteveld - Paardekooper vond dat de zussen eens mét elkaar moesten praten, in plaats van over elkaar. En dus organiseerden haar zussen voor haar een dagje Volendam, compleet met de geijkte foto in Volendamse klederdracht. Slappe lach. Prachtige foto. Dat werd verzamelobject nummer 1. En zus stuurde haar zussen een kerstkaart met daarop vier kerstvrouwen. En toen was het hek van de dam.

Er zijn ook nog twee broers, Jos en Herman, maar de kaarten is een zussending. Ze zien elkaar regelmatig. Nicoline en Ingrid wonen in Leiden, Caecil in Leiderdorp en Mirjam in Vlaardingen. Er zijn verjaardagen, koffievisites, familiedagen. En toen vorig jaar moeder Paardekooper ziek werd was het voor iedereen duidelijk wat ze moesten doen. Caecil: „We waren echt een team. De een regelde praktische zaken, de ander de financiën, nummer drie zei: geef mij de was maar, en zus nummer vier zorgde voor het contact met de familie. We wisten: dit kunnen we maar één keer doen. En dus moet het goed zijn.”

Of het contact altijd al zo goed was? Caecil: „Wat dácht je: met vier vrouwen? Thuis hebben we niet leren praten. We kibbelen. We hebben onze misverstanden. Onze ouders waren streng, gestructureerd, rechtlijnig. Praten was er niet bij, ruzie moest vermeden worden. Daar kregen we later allemaal last van. Maar onze ouders deden wat zij dachten dat goed was, en hóe het goed was. Heel bijzonder is dat moeder, die begin dit jaar overleed, twee brieven voor ons heeft achtergelaten die we na haar dood pas mochten lezen. Daarin betuigde zij haar spijt, omdat zij misschien niet de lieve moeder was geweest die zij líever was geweest. Maar alles wat zij had gedaan was uit liefde voor ons. Wij waren de invulling van haar leven.”

„Met die kaarten, hoe triviaal ook, denk ik altijd: dit zijn wij. Dat we ze elkaar toesturen, geeft aan dat we elkaar speciaal vinden. Hoewel we echt aan het leren zijn dat ook tegen elkaar uit te spreken, blijven we ons daar toch een klein beetje ongemakkelijk bij voelen. En ja, dan helpt zo'n kaart misschien.”