Een snelkookpan van paranoia in de VS

De berichten over de NSA, de Amerikaanse dienst die het internetverkeer doorsnuffelt, maken veel mensen ongerust. Soms te, bleek deze week. Maar: soms is daar ook Big Boss.

Houden Amerikaanse inlichtingendienst ons al zó goed in de gaten dat de politie je huis binnenvalt als je op Google zoekt naar een snelkookpan en een rugzak? Het leek er even op.

Sinds de bomaanslag op de marathon in Boston, in april, is een snelkook- of hogedrukpan niet alleen een keukenattribuut, maar ook een potentieel wapen van terroristen, vooral in combinatie met een rugzak. En een metafoor voor allerlei gespannen situaties is de snelkookpan vanouds al.

Een zeer eigentijds misverstand over zo’n pan bereikte deze week in heel korte tijd het kookpunt – in een woning op Long Island, op internet en uiteindelijk ook bij gevestigde media.

Woensdagochtend stonden opeens „zes agenten van een antiterreurteam” bij ons voor de deur, schreef de Amerikaanse journalist Michele Catalano een dag later op haar weblog. Zelf had ze een paar weken eerder op internet naar snelkookpannen gezocht, schreef ze, haar man naar een rugzak, en haar zoon had naar aanleiding van de aanslag in Boston gelezen hoe je van een snelkookpan een bom maakt.

Blijkbaar waren daardoor „alarmbellen gaan rinkelen in het hoofdkwartier van het antiterreurteam”, schreef Catalano. Zelf was ze niet thuis, maar haar man moest allerlei vragen beantwoorden: Heeft u bommen? Heeft u een snelkookpan? De agenten doorzochten het huis, inspecteerden de boekenkast en vertrokken na drie kwartier, kennelijk overtuigd dat ze niet met een terroristenhuishouden van doen hadden.

Op Twitter nam de kwestie al snel een hoge vlucht, vooral nadat de gerespecteerde websites van de Atlantic en The Guardian het verthaal van Catalano’s blog hadden opgepikt. Het leek perfect aan te sluiten bij het nieuws van de afgelopen weken over de inlichtingendienst NSA die op massale schaal gegevens over telefoon- en internetgebruik verzamelt.

Maar het lag toch net iets anders, al was dat niet per se geruststellend. Niet een overheidsdienst was geschrokken van de zoektermen, maar het computerbedrijf waar Catalano’s man tot voor kort werkte. Op zijn werk had hij op internet ‘pressure cooker bombs’ en ‘rugzak’ opgezocht – voor de werkgever genoeg reden om de politie in te schakelen.

Het was dus ‘Big Boss, not Big Brother’, concludeerde Forbes.com. Het hele verhaal, aldus deze website „is één grote paranoia pressure cooker”, illustratief voor de wijdverbreide achterdocht in de Amerikaanse samenleving. Bij Michele Catalano, die dacht dat de overheid haar zoekopdrachten in de gaten hield; bij het bedrijf dat het surfgedrag van zijn werknemers volgde en bij de politie meldde; en ten slotte bij de media, die er al te snel een illustratie in zagen van de snuffelende overheid.