Een echte Ier vind je alleen op het hurlingveld

De Ieren verloren het vertrouwen in de kerk en de politiek. Maar het derde instituut van de Ierse republiek, de Gaelic Athletics Association, bloeit als nooit tevoren.

Ierse pub met hurlingspelers op de gevel.
Ierse pub met hurlingspelers op de gevel. Foto Douglas Pearson/Corbis

En als je niet speelt? „Pfff.” Eamonn McCarthy vindt het een idiote vraag. In Kildorrery, in het noorden van de Ierse provincie Cork, doet iederéén aan de Keltische sporten hurling, Gaelic football of camogie (hurling voor vrouwen). En wie niet speelt, staat langs het veld. Als vrijwilliger, toeschouwer, spelersvrouw.

De politieagent, gardá Vincent Guerin, is coach. De zoon van de pubeigenaar, Mike Walsh, is de held naar wie iedereen opkijkt. McCarthy, een schilder, is de drijvende kracht achter alle evenementen die de Gaelic Athletics Association (GAA) van Kildorrery houdt. Hij zegt: „Als het goed gaat met de GAA, dan gaat het goed met het dorp.”

Wie Ierland wil leren kennen, betreedt een hurlingveld. Want van de drie bolwerken die honderd jaar geleden de basis van de Ierse republiek vormden – Katholieke Kerk, nationalistische politiek en GAA – bloeit alleen de laatste nog. In The Irish Times concludeerde columnist Fintan O’Toole: „De kerk zal misschien nooit herstellen van de kindermisbruikschandalen die zijn autoriteit in het afgelopen decennia hebben vernietigd. De Fianna Fáil-partij, die de Ierse politiek een halve eeuw lang domineerde, werd bij de vorige verkiezingen gedecimeerd. (..) Maar het enige deel van de bundel dat nog functioneert, is de GAA.”

De GAA is méér dan sport, meer dan een vereniging waar op zaterdag de vaders fluiten en de moeders in de kantine staan, meer dan een organisatie die de Ierse taal en muziek probeert te bevorderen. O’Toole schreef: „De GAA appelleert aan iets dat lokaal, intiem en democratisch is. Het is niet alleen Iers, het geeft de Ieren ook een gevoel van verwantschap.”

„Het is op het platteland een reddingslijn”, zegt schilder McCarthy. Vroeger was het de pub waar men samenkwam. Maar het rookverbod en vooral de strengere controles op rijden onder invloed hebben grote gevolgen gehad. En door de economische crisis en het aanhoudende slechte weer en dito oogsten heeft men ook geen geld om te drinken. Nu ontmoet men elkaar langs het veld.

„Het bindt onze gemeenschap”, zegt ook gardá Vincent Guerin. Hij is de enige agent op ruim 400 dorpelingen en nog eens duizend mensen – vooral boeren – die rondom het dorp wonen. Zijn kleine politiebureau aan de rand van het dorp heeft nog net genoeg stoelen voor het bezoek. Hij zegt: „Dankzij de GAA ken ik iedereen bij de voornaam. Als er iets aan de hand is, weet ik dat vaak snel.” Hij kan een hartig woordje met de betrokkenen spreken vóór het echt misgaat.

Guerin, McCarthy en GAA-voorzitter Tom Fox vertellen over dorpelingen in financiële moeilijkheden, voor wie een oogje wordt dichtgeknepen als ze de toegangsprijs niet kunnen betalen. Over ouderen die dreigen te vereenzamen en door de GAA ingezet worden bij wedstrijden. Over het gezin uit Litouwen, dat integreerde dankzij een hurling spelende zoon. Over feesten van de club, die dé sociale gelegenheden van het jaar zijn.

En Kildorrery is geen uitzondering. Vrijwel ieder Iers dorp heeft een GAA, die samen een ongekend netwerk van vrijwilligers vormen. Bijna 1,6 miljoen Ieren zijn lid van 2.550 clubs. Alan Milton van het hoofdkantoor van GAA in Dublin leidt rond door Croke Park, het heilige gras van de Ieren. Twee mannen zijn bezig alle borden van bierbrouwer Guinness weg te halen van de tribunes: vanaf deze zomer mogen alcoholmerken geen sponsor meer zijn van de GAA. Het alcoholgebruik in Ierland ligt boven het Europese gemiddelde. Milton: „We begrijpen welk belang we voor de samenleving hebben.”

Ook hij signaleert dat de GAA taken heeft overgenomen van de twee andere traditionele Ierse bolwerken. „We doen mee aan een project om jongeren aan een baan te helpen. Dat heeft niets met sport te maken. Maar we zorgen er zo wel voor dat Ierland een beter land wordt.”

Hij wil niet ingaan op de ondergang van de kerk of de politiek, maar verklaart de recente bloei van de GAA door de economische crisis: „In de tijd dat Ierland te boek stond als Keltische Tijger was men zo druk met het verdienen van geld en het kopen van het volgende huis, dat vrijwilligerswerk erbij inschoot. Nu is er weer tijd. We keren terug naar de waarden van onze vaders en grootvaders.”

De Gaelic Athletics Association werd in 1884 opgericht om de verengelsing van Ierland tegen te gaan. Gaelic werd door de Britse kolonisator als taal verdreven en hetzelfde lot dreigde voor hurling en Gaelic football. De GAA nam in zijn reglement een verbod op het spelen van Engelse sporten op: cricket, rugby en voetbal. Die regel werd pas in 1951 geschrapt. „Er was een nationalistisch tintje aan de GAA”, zegt Seamus McGarry, directeur van het Irish Cultural Centre. „De eerste leden waren allemaal republikeinen.”

Dat werd versterkt toen in 1920 Britse militairen als vergelding voor een aanslag van het Ierse Republikeinse Leger in Croke Park het vuur openden op vijfduizend toeschouwers van een hurlingwedstrijd. Veertien Ieren werden gedood: het was de oorspronkelijke Bloody Sunday, in de strijd tussen Ierse republikeinen en Britten die decennia zou duren. En waar voor velen pas een streep onder werd gezet door het bezoek van de Britse koningin Elizabeth aan Croke Park, twee jaar geleden. „Het belang daarvan is moeilijk te overschatten”, zegt McGarry. „Het gevoel bestaat nog steeds dat het bloed van de Ierse onafhankelijkheidsstrijd op Croke Park werd vergoten.”

De toenadering tot de Britten werd al eerder door de GAA ingezet. McGarry vertelt hoe hij in 2007 aanwezig was toen er voor het eerst rugby werd gespeeld in Croke Park. Het rugbystadion was dicht voor renovatie, en de Ieren speelden tegen Engeland in het Six Nations-toernooi. „Voor het eerst klonk God Save the Queen in Croke Park. Toen ik om me heen keek, zag ik dat maar één man was blijven zitten. De rest stond, met een brok in de keel.”

Die emotionele reactie was er ook toen Peter Robinson, de protestante Noord-Ierse premier, begin 2012 voor het eerst een GAA-wedstrijd bezocht. „We moeten het wij-tegen-zij-gevoel doorbreken”, zei hij.

De GAA wordt in het Noorden nog altijd geassocieerd met de katholieken. Niet alleen omdat het een Ierse sportvereniging is, maar ook omdat de wedstrijden tussen 32 counties worden gespeeld, waarvan er zes in het noorden liggen. „We waren all Ireland voor de deling, en dat is nooit veranderd”, zegt Alan Milton. „We zullen geen campagne voeren voor één Ierland. Maar het staat wel in ons reglement dat we een vereniging zijn van heel Ierland.”

En hoewel de GAA volgens Milton „apolitiek” is, was het in Noord-Ierland „moeilijk die lijn altijd vol te houden”. Tijdens de ‘Troubles’, de jarenlange burgeroorlog tussen protestanten en katholieken, werden de laatsten soms neergeschoten omdat ze lid waren van de GAA. Tijdens wedstrijden werd gedemonstreerd voor de vrijlating van de IRA-hongerstakers. En in 1998, toen 29 mensen om het leven kwamen bij een bomaanslag van de Real IRA in Omagh, weigerde de lokale vereniging de Britse voetbalclubs Chelsea en Manchester United voor een benefietwedstrijd toe te laten op haar veld.

Andersom, zeggen Milton en McGarry, heeft de GAA de laatste decennia ook actief een rol gespeeld bij het vredesproces. In Ulster is nu een gemengde club, met katholieken en protestanten. In 2001 werd de controversiële regel geschrapt die bepaalde dat GAA-leden niet mochten werken voor de Noord-Ierse politie, die voor 90 procent uit protestanten bestond en hevig werd gewantrouwd door katholieke republikeinen. Katholieken die wel agent werden, werden door hun gemeenschap verstoten en mochten dus ook geen hurling of Gaelic football spelen.

„Hoe dat is veranderd, zag je aan de begrafenis van Ronan Kerr”, zegt McGarry. De politieagent werd in 2011 vermoord door dissidente republikeinen, die andere katholieken ervan wilden weerhouden agent te worden. Kerrs kist werd door zijn GAA-team gedragen: „Twintig jaar geleden zouden ze die kist niet eens aangeraakt hebben.”

De kracht van de GAA is dat het een amateurvereniging is die midden in de samenleving staat. Spelers worden niet betaald, hoe goed ze ook zijn. „Vandaag spelen ze voor 80.000 man, morgen staan ze voor de klas of brengen ze brieven rond”, zegt Milton. Dat betekent dat er ook geen transfermarkt is. Milton vertelt dat toen een speler vorig jaar overstapte na onenigheid met de trainer „er drie maanden non-stop verslag van werd gedaan”. Alleen als de reis te inefficiënt wordt, ruil je van club.

Hoewel. In Kildorerry, in de pub van zijn vader en terwijl de stamgasten hem voortdurend met grappen onderbreken, vertelt Mike Walsh hoe hij twee jaar geleden iedere vrijdag vanuit Londen naar Cork vloog om maar te kunnen meespelen. „Hier waren geen banen”, zegt hij. Hij is leraar. Niet dat er in Engeland wel werk te vinden was, maar: „Ik ontmoette een hurlingmanager, en die vond een baan in de bouw in Londen. Binnen enkele dagen daar klopte een andere manager aan, met een betere baan. Via de tamtam van de GAA.”

Het is het verhaal van veel Ierse emigranten. Seamus McGarry: „Ik kwam op een vrijdag in Londen aan, speelde op een zaterdag hurling, en had na afloop vijftien nieuwe vrienden.” Alan Milton zegt: „De GAA was het sociale netwerk voor Facebook bestond.” Hij leidt in Croke Park langs de muur met GAA-schildjes vanuit de hele wereld: Londen, Chicago, Dubai, Sydney. En ook Amsterdam, Maastricht en Den Haag.

Dankzij de recente emigratiegolf worden buitenlandse teams sterker. Tot ieders schrik versloeg Londen (the Exiles) eind mei Sligo, en zal nu om het kampioenschap strijden. „In mijn club, Dublin South-West, is een team waarvan tien, twaalf man naar Australië vertrokken”, zegt Milton.

Tijdens eerdere recessies zorgden GAA-clubs er nog voor dat de beste spelers aan een baan werden geholpen, zodat ze niet naar het buitenland zouden vertrekken. Nu is er geen werk om aan te bieden. De enige reden dat Mike Walsh terugkwam, is dat hij naast zijn plek in het team van Kildorrery ook een positie kreeg in het provinciale team van Cork. „Als de GAA er niet was geweest, zat ook ik in Australië”, zegt hij. Walsh is de held van het dorp. Dankzij hem en de rest van het team werd Kildorrery vorig seizoen niet alleen regionaal en county-kampioen, maar ook provinciaal kampioen. Alleen Croke Park werd net niet bereikt.

Hij wordt er een beetje verlegen van als hij wordt omschreven als een held. Zeker als in de pub en in de rest van het dorp men over de halve finale vertelt: „Volwassen mannen waren aan het huilen.” En: „Zelfs uit Australïë en Nieuw-Zeeland keerden dorpsbewoners ervoor terug.”

In Ierland worden medaillewinnaars op handen gedragen. Iedereen weet dat premier Enda Kenny met Mayo twee provinciale medailles won en dat diens vader Jack een All Ireland-speler was. Jack Lynch, premier in de jaren zestig en zeventig, won zes All Irelands, zowel met Gaelic football als hurling.

Walsh ziet wat de GAA-overwinningen met het dorp hebben gedaan. „De hele winter had niemand het over geld, over het slechte weer, over de economie. De enige gesprekken waren in de trant van ‘zullen ze…’. Het motiveerde enorm.”

Politieagent Vincent Guerin zegt: „Het was het goede nieuwsverhaal dat de rest van de problemen even deed vergeten. Het maakt dit kleine dorp groter dan we zijn. We zijn trots, en willen dat ook uitstralen.”

Dus zorgt iedereen dat de perkjes zijn aangeharkt, de stoepen zijn geveegd, de ramen zijn gelapt. Er is geen graffiti – zelfs niet op die paar leegstaande huizen die Kilodorrery net als ieder Iers dorp rijk is.

Hoe verweven het dorp en de GAA zijn, blijkt wel op de school. De oudste groep geeft, met ernstige gezichtjes en blozende wangen, een spreekbeurt over hurling en Gaelic football. Waar in andere landen leerlingen brieven schrijven aan popsterren of voetbalspelers, zijn hier hurlingspelers de helden. Op het schoolplein oefenen de jongsten met een bal en pionnen. GAA-voorzitter Tom Fox bekijkt hun verrichtingen: dit is de toekomst van Kildorrery.