Cleopatra: minnares, wreedaard, powerwoman

Cleopatra was dé covergirl van de Oudheid. Een prachtige en perverse tentoonstelling in Bonn laat zien hoe haar beeld in de loop der eeuwen is veranderd. ,,Wanneer ze slechts had uitgeblonken in een zorgvuldig beheer van de graanprijzen, zou niemand nu nog naar haar omkijken.”

Kleopatra IV (Liz Taylor), olieverf op doek van BTOY.
Kleopatra IV (Liz Taylor), olieverf op doek van BTOY.

Zou Cleopatra (69-30 v.C.) misschien heel mooi geweest zijn? De afbeelding op onder haar bewind geslagen munten doet dat niet vermoeden: de Egyptische koningin had een grote haakneus, diepliggende ogen, dunne lippen – niet echt het schoonheidsideaal van de Klassieke Oudheid. Toch is ze al eeuwen dé covergirl van die oudheid, en bron van erotische verbeelding. Een prachtige tentoonstelling in de Bundeskunsthalle in Bonn laat de ontwikkeling van haar beeld zien: de verleidster, de verkwister, de minnares, de wreedaard, de powerwoman, de zelfmoordenaar. Van de eerste verhalen van geschiedschrijvers in de eerste eeuw na C. tot aan Madonna die zich als haar verkleedt – Cleopatra laat niemand onverschillig.

Veel van de fascinatie is geenszins als compliment bedoeld: als een machtsbeluste hoer heeft zij haar schoot opengesteld voor twee van de machtigste Romeinen van haar tijd – is al meteen de these van de eerste geschiedschrijvers, op zoek naar een excuus waarom per definitie deugdzame Romeinen als Julius Caesar en Marcus Aurelius voor Cleopatra's charmes vielen in een mate dat er kinderen van kwamen. Ze moet, is het antwoord door de eeuwen heen, dus wel een erotische sprookjesprinses zijn geweest, een onweerstaanbare femme fatale.

Daarmee is Cleopatra een ideaal onderwerp voor kunst en literatuur, want daar regeert immers de paradox. Morele afkeuring gaat hand in hand met verlekkerde fantasie, huiver paart met verlangen. En dan is er nog die bepaald fotogenieke zelfmoord, waarbij Cleopatra zich door een giftige slang in de borst laat bijten. De verbinding tussen Eros en Thanatos – de zusjes liefde en dood – laat zich nauwelijks treffender illustreren dan door het einde van deze laatste Egyptische farao.

Eigenlijk was ze trouwens een Macedonische prinses, uit het geslacht der Ptolemaeën, een van oorsprong Macedonisch-Griekse dynastie. Zij heersten sinds 305 v.C. als laatste farao's over Egypte, nadat de legendarische veroveraar Alexander de Grote zich daar had laten kronen, en een nieuwe regeringshoofdstad, Alexandrië, had gesticht. De grote sport bij de Ptolemaeën was onderlinge strijd om de macht. Om toch nog enige jobsecurity te creëren was het heel gewoon dat broer en zus, samen tot het hoogste ambt geroepen, met elkaar trouwden. Zo werd Cleopatra in 51v.C. samen met een broer regent, om twee jaar later door naijverige familieleden uit Alexandrië te worden verdreven.

Egypte was in deze jaren een belangrijke politieke speler aan de oostkant van de Middellandse Zee. Meer naar het westen was een nieuwe macht in opkomst, het Romeinse rijk – waarvan de top voorshands verstrikt was in eindeloze burgeroorlogen. In 48 v.C. zit Julius Caesar, de legendarische veroveraar van Gallië, met een vloot zijn rivaal Pompeius achterna. Die heeft na een militaire nederlaag de benen genomen naar Alexandrië, waar hij bij aankomst wordt vermoord.

Cleopatra ziet in de bezoekende Romeinse veldheer een mogelijke bondgenoot. Zij keert heimelijk uit Syrische ballingschap terug in Alexandrië en laat zich – volgens de legende in een tapijt gewikkeld – binnensmokkelen in het paleis waar Caesar verblijft. De veldheer valt als een blok en heeft voor zijn nieuwe lief een heuse Egyptische oorlog over. Al vlug zit Cleopatra weer op de troon – nu getrouwd met een andere broer. Maar Caesar is haar man: ze maken een kind, Caesarion (kleine Caesar), en de Egyptische koningin voegt zich bij Caesar als hij weer in Rome is. Daar maakt zij mee hoe hij in 44 v.C. vermoord wordt door rivalen.

Cleopatra gaat terug naar Alexandrië en doet wat vóór de uitvinding van de constitutionele monarchie koningen meestal deden: besturen, landen veroveren, rivalen uitschakelen, berechten en laten executeren. In Rome verdelen in 42 v.C. twee van Caesars moordenaars onderling de macht: Octavianus het westelijk deel van het Rijk, Marcus Aurelius het oostelijk. Dat noodt tot een vruchtbare samenwerking met de Egyptische koningin, die over niet onaanzienlijke fondsen beschikt – Egypte is in deze tijd een veel rijker land dan die parvenus in Rome zich kunnen voorstellen. Vanaf 41 trekken Cleopatra en Marcus Aurelius samen op, politiek-militair en ook seksueel – er komen drie kinderen van, onder wie een tweeling.

Maar in 32 barst de Romeinse burgeroorlog weer in volle omvang los. Cleopatra blijkt op de verkeerde partij te hebben gewed: het is Octavianus die militair de overhand krijgt – en zich later in Rome tot keizer Augustus zal laten kronen. In 30 v.C. arriveert Octavianus zegevierend met troepen in Alexandrië. Marcus Aurelius maakt een eind aan zijn leven en twaalf dagen later ook Cleopatra, in het mausoleum dat ze al voor zichzelf had laten bouwen.

De Renaissance herontdekt deze schandaalkroniek. Aanvankelijk hebben schilders weinig idee, hoe de dingen er in het oude Egypte uit hadden gezien. Menige vrouw die op zestiende-eeuwse afbeeldingen een slang aan de boezem koestert, doet meer denken aan de Moeder Gods of Eva in het Paradijs. Cleopatra is meteen al een erg sexy covergirl van de Oudheid: de blik van de vrouw die zich op een doek van Denys Calvaert uit 1570 in haar tepel laat bijten, mag je gerust orgastisch noemen.

In de Barok stijgt Cleopatra's ster tot grote hoogten. Op schilderijen en wandkleden wordt de weelde waarin zij als Oosterse despoot leefde, breed uitgemeten. Bijzonder populair is daarbij de anekdote van het gastmaal dat Cleopatra voor Marcus Antonius had aangericht: om haar rijkdom aan te tonen lost zij de grootste en duurste parel uit haar gewaad op in azijn en drinkt het geheel vervolgens op. Zelfs onze landgenoot Jan Steen heeft zich op een doek uit 1668/9 met dit thema beziggehouden, al krijgt de Egyptische vorstin bij hem de allure van een dame van lichte zeden in een plattelandsbordeel.

Het grote gebaar van de parel, en de grote stijl van een exotisch hof in het algemeen, vormen dankbare stof voor de grootscheepse enscenering waarvan men in de Barok houdt. In de achttiende eeuw wordt het mode bij de dames om zich te laten portretteren als Cleopatra, daarmee aangevend dat zij niet voor de poes zijn. Ook hier bewijst de veronderstelde nonchalance in het oude Egypte bij het bedekken van het vrouwelijk bovenlichaam weer goede diensten.

In de negentiende eeuw gaan in de Cleopatra-verbeelding alle remmen los. Napoleons veldtocht in Egypte rond 1800, waarbij talrijke trofeeën naar Europa waren gekomen, heeft de kennis over het oude Egypte op een hoger plan gebracht. Wellustige fantasieën over Cleopatra sluiten naadloos aan bij algemene beeldvorming over de Oriënt als een wreed en erotisch universum. Een enorm groot doek uit 1874 van de Oostenrijkse schilder Hans Makart, Cleopatra's Nijl-jacht, waarop we de schaars geklede vorstin omringd zien door dito slaven en slavinnen, allen jagend en vissend, verdient een plek in elk historisch overzicht van erotische kunst.

In de twintigste eeuw treedt Cleopatra de wereld van de film binnen. De bekendste is de dit jaar juist vijftig jaar oude Cleopatra van Joseph L. Mankiewicz, waarvan de roem niet weinig werd bevorderd doordat hoofdrolspelers Elizabeth Taylor en Richard Burton tijdens de opname een schandalige verhouding kregen à la Cleopatra en Marcus Antonius. Taylor is overigens geheel gestyled aan de hand van een in 1922 opgegraven buste van de Egyptische koningin Nefertiti, die zo'n 1350 jaar vóór Cleopatra leefde.

Maar de historische werkelijkheid speelde in de Cleopatra-verbeelding al nooit een grote rol. De eerste filmactrice die in 1917 Cleopatra speelde was Theodosia Goodman, dochter van een Joodse kleermaker uit Cincinnati. Voor de film heette ze Theda Bara (‘Bara’ zijnde een anagram van ‘arab’) en was ze van oosterse afkomst. De film is verloren gegaan, maar er resten prachtige foto's, waarop Bara een bh’tje draagt dat slechts uit twee kunstig gedraaide koperen slangen bestaat. De Amerikaanse fotograaf Richard Avedon heeft in 1957 Marilyn Monroe vereeuwigd in de rol van Theda Bara, in het kader van een serie ‘grote verleidsters uit de geschiedenis’.

Sigaretten, lippenstift, ondergoed, zeep, mode – in de twintigste eeuw blijkt Cleopatra een krachtig beeldmerk, waarmee je veel kunt verkopen. Toch is de Egyptische vorstin niet louter zinkend cultuurgoed en vindt zij nog steeds serieuze belangstelling. Zojuist verscheen van Peter Stothard, hoofdredacteur van de Times Litterary Supplement, ‘Alexandria, the last nights of Cleopatra’. Het is een sombere reisreportage uit Alexandrië in 2011, waarin de auteur bespiegelingen over Cleopatra en de laatste dagen van het Mubarak-regime met elkaar verbindt.

En in 2010 was de biografie Cleopatra, a life van Stacy Schiff door The New York Times uitgeroepen tot een van de beste boeken van het jaar. Schiff probeert Cleopatra in bescherming te nemen: al die verhalen over haar verdorvenheid zijn maar uiting van rancune jegens een sterke vrouw, en het product van overspannen mannenfantasie. In onze tijd had Cleopatra misschien CEO van een grote onderneming kunnen zijn.

Dat is een sympathieke benadering maar – naar eeuwen kunst op de expositie aantonen – volledig misplaatst. Wanneer Cleopatra slechts had uitgeblonken in een zorgvuldig beheer van de graanprijzen en andere vormen van goed bestuur – niemand zou nog naar haar omkijken. De fascinatie voor Cleopatra is het verlangen naar het onbetamelijke en onaanvaardbare: de onbeschaamde naaktheid waarom wij niet gevraagd hebben, de vrouwelijkheid die ons willoos maakt en ons kan breken, de spilzucht en de doodsdrift waartoe wij ons tegen beter weten in voelen aangetrokken. Het is in Bonn een prachtige, in-en-in perverse tentoonstelling.

Kleopatra. In Bundeskunsthalle Bonn. Tot 6/10. Internet: bundeskunsthalle.de