Nederland allang geen gidsland meer

Uruguay wil de teelt van en handel in softdrugs legaliseren. Nederland zwabbert al jaren tussen meer repressie en meer liberalisering bij drugs.

Het Lagerhuis in Uruguay heeft ingestemd met de legalisering van softdrugs. De Internationale Narcotica Controleraad (INCB) is daar boos over, omdat Uruguay hiermee internationale verdragen zou schenden.

1Is de stap van Uruguay een doorbraak ?Ja. Als de senaat in Uruguay ook instemt met de plannen, gaat het land als eerste de teelt, de verkoop en het gebruik van wiet legaliseren. Eerder namen de Amerikaanse staten Colorado en Washington al plannen in die richting aan. In Europa hebben onder meer Portugal en Tsjechië de regels versoepeld. Nederland is al lang niet meer het land met het meest vooruitstrevende drugsbeleid.

2 Hoe komt Nederland aan zijn gedogen van softdrugs?Toenmalig minister van Justitie Dries van Agt (KVP) heeft in 1976 de Opiumwet veranderd. De kans op het ontstaan van schadelijke gevolgen werd bepalend. De nieuwe wet maakte verschil tussen softdrugs (hasj en marihuana) en harddrugs, verdovende middelen met een onaanvaardbaar risico (onder meer heroïne, cocaïne, LSD en speed). Het idee was dat door deze opzet ook de gebruikersgroepen veel meer gescheiden werden. Liefhebbers van softdrugs kwamen minder makkelijk in aanraking met harddrugs. Het gebruik en de verkoop van hasj en marihuana (‘de voordeur’) werden voortaan gedoogd, de teelt en aanvoer (‘de achterdeur’) niet.

In een interview met deze krant vijf jaar geleden bekende Van Agt dat hij de softdrugs het liefst helemaal uit de criminele sfeer had gehaald. Internationale verdragen weerhielden hem. Het werd gedogen: „Al raspt dat een minister van Justitie door de ziel.”

3 Hoe reageerde het buitenland?Het buitenland keek verbaasd en vaak verontwaardigd naar het Nederlandse beleid. Er werd gewezen op een VN-verdrag uit 1961 dat slechts de productie en het gebruik van verdovende middelen voor medische en wetenschappelijke doeleinden toeliet. Nederland weerstond de internationale druk. Den Haag legde uit dat ook softdrugs nog altijd onder het strafrecht vielen. Bovendien was een groot deel van de politiek trots op de rol als gidsland.

De handel verhardde in de decennia daarna. In de jaren negentig van de vorige eeuw zwol de internationale kritiek ook weer aan. Een Franse senator noemde Nederland “een narcostaat”. Het Duitse weekblad Der Spiegel rekende in een geruchtmakend artikel af met de legende van „een schoon geveegd land vol tulpen, tolerantie en fietsende doeners op klompen, die voortdurend maatjes eten en lekkere jenever drinken”. Het land was verloederd door een alles-moet-kunnen-mentaliteit, meende het tijdschrift en illustreerde dat met een verlopen Frau Antje met dikke joint op de cover.

4 Heeft de Tweede Kamer al niet eens aangedrongen op het regelen van de achterdeur?Klopt. In 2000 werd een motie van het Tweede Kamerlid Apostolou (PvdA) met één stem meerderheid aangenomen. Deze vroeg om via de richtlijnen voor handhaving van de Opiumwet van het Openbaar Ministerie mogelijk te maken dat coffeeshophouders onder stringente voorwaarden konden inkopen bij erkende wiettelers. Toenmalig minister van Justitie Benk Korthals (VVD) voerde de motie niet uit. Ook hij wees op strijdigheid met internationale verdragen, maar voorzag ook andere problemen: handhaving zou te veel inspanning kosten, moeilijkheden met geïmporteerde hasj en Nederlands open economie die een gesloten systeem van productie en distributie bemoeilijkte.

5Hoe staat het nu met het Nederlandse drugsbeleid?Minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten (VVD) is vooral voor een harde aanpak van de drugshandel. Hij verzet zich voorlopig tegen regulering. Toch heeft hij gemeenten die voor zijn, zoals Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Eindhoven, Tilburg, Heerlen en Eindhoven uitgenodigd om te komen met plannen voor gereguleerde wietteelt. Hij heeft beloofd die voorstellen te laten toetsen door externe onderzoekers. Zijn ambtenaren en hij zullen bovendien hun licht opsteken in landen en Amerikaanse staten met experimenteel beleid. Opstelten komt dan voor het einde van dit jaar met zijn definitieve oordeel.