‘CBP: verborgen camera mag bij opsporen uitkeringsfraude’

Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens (CBP).
Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College bescherming persoonsgegevens (CBP). Foto ANP / Martijn Beekman

Het inzetten van verborgen camera’s bij het opsporen van uitkeringsfraude is in bepaalde gevallen toegestaan. Dat zegt voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) Jacob Kohnstamm vandaag in De Telegraaf.

Kohnstamm laat, als voorzitter van privacywaakhond CBP, hiermee zijn bezwaren tegen sommige vergaande vormen van het opsporen van uitkeringsfraude vallen, zo schrijft de krant. Als andere opsporingsmethoden niets opleveren, moet de inzet van verborgen camera’s kunnen, vindt hij. Volgens De Telegraaf wil een nog onbekende gemeente binnenkort een verborgen camera gebruiken om duidelijkheid te krijgen over mogelijke uitkeringsfraude.

“Om misstanden aan de kaak te stellen zijn deze onorthodoxe methoden in uitzonderlijke gevallen aanvaardbaar”, aldus Kohnstamm.

“Het moet geen vrijbrief worden, maar in gevallen waarin alle andere middelen niet hebben gewerkt, moet het kunnen dat een geheime camera wordt opgehangen.”

Behalve het inzetten van camera’s zou ook het controleren van het waterverbruik in sommige gevallen toegestaan zijn om fraude tegen te gaan. Kohnstamm benadrukt wel dat het alleen om uitzonderlijke gevallen gaat waarin dergelijke methodes aanvaardbaar zijn. Het CBP heeft zich altijd verzet tegen opsporingsmethoden die mogelijk de privacy aantasten. Kohnstamm zegt dat het zeer privacygevoelig is, maar snapt wel dat cameratoezicht een effectieve oplossing kan zijn als het op andere manieren niet is gelukt om bewijs boven tafel te krijgen:

“Dat kan zo zijn als toezicht zonder camera niet mogelijk is in verband met de veiligheid van de rechercheur.”