Opinie

Joris Luyendijk Moppen

Wat is het verschil tussen een beursmakelaar (broker) en beurshandelaar (trader)? De broker zegt pas ‘fuck you’ nadat-ie de telefoon heeft opgehangen. Wat betekent MBA? Master of Business Administration? Of Mediocre But Arrogant?

Antropologen vragen hun ‘informanten’ graag naar grappen. De grappen die ik in the City hoor gaan over economen. ‘Er zijn drie soorten economen, zij die kunnen tellen en zij die dit niet kunnen.’ Of: ‘Een econoom is iemand die het oneens is met een andere econoom.’ En: ‘Zelfs als je alle economen achter elkaar legt, zouden ze nog steeds geen consensus bereiken.’

Die laatste klinkt (iets) beter in het Engels. Het zijn geen dijenkletsers, maar ze zeggen wel iets, denk ik, want moppen zijn als succesvolle mentale virussen. Ze handhaven zich in een populatie doordat ze zich van brein tot brein weten voor te planten. Waarom is het doelwit economen?

Het antwoord is waarschijnlijk dat de helft van de economische wetenschap wel degelijk buitengewoon nuttig is, maar dat helaas niemand met zekerheid kan zeggen welke helft.

Het andere antwoord is dat grappen vaak dienen om de ondergeschikte positie van sukkels te bevestigen.

En die ondergeschikte positie lijkt me terecht. Het probleem is niet alleen dat voor de crisis zo weinig economen op universiteiten het nodig vonden om ter plekke in banken en financiële instellingen na te gaan hoe hun modellen en theorieën zich verhielden tot de grote boze mensenwereld.

Het probleem is bovenal dat sindsdien zo weinig is veranderd. Er lijkt bij veel economen een soort smetvrees te bestaan voor de werkelijkheid. Liever abstraheren ze die zodanig dat ze er een elegant model van kunnen bouwen. Waarom?

Een populaire verklaring is ‘natuurkundenijd’: van die elegante modellen waarmee je kunt laten zien hoe slim je bent... Dat willen wij ook, zeggen de economen en nemen meer en meer wiskundig aangelegde types aan.

Een andere verklaring is dat veldwerk tijd kost. Wie als jonge ambitieuze wetenschapper snel een klapper wil maken, kan dit veel sneller doen met een wiskundige Eureka-vondst. Veldwerk is ook riskant; je zoemt langere tijd in op een klein gebiedje, en wat nu als daar net weinig interessants gebeurt? En je moet ook nog toegang weten te krijgen.

Verder leunen vooral Angelsaksische universiteiten dankzij het neoliberale model mede op donaties van rijke alumni; dat waren de afgelopen decennia vaak bankiers en hedge fund managers – niet bepaald een aanmoediging eens het academische mes in die sectoren te zetten. In het neoliberale model komen studenten als je kunt laten zien dat een diploma een dikke baan oplevert. De kans daarop wordt groter als je ook practica aanbiedt. Die vereisen grote investeringen, zo kost een abonnement op een Bloomberg terminal met financiële data 24.000 dollar per jaar.

Gevolg: banken bieden bepaalde universiteiten gebruik van hun faciliteiten aan. Hoe realistisch is het dat die instellingen gaan bijten in de hand die hun studenten voedt?

De London School of Economics in Londen was ooit een kritisch bolwerk. Nu is het een leverancier van bankiers. De directeur van LSE tijdens de crisis was voormalig financieel toezichthouder Howard Davies. In 2010 publiceerde hij The Financial Crisis – Who is to blame? Davies zet meer dan dertig mogelijke oorzaken voor de crisis op een rij en schrijft dan bijna olijk: „Helaas is er alleen ‘anekdotisch bewijs’ over wat er zich afspeelt op handelsvloeren.”

Bizar.

Joris Luyendijk schrijft elke donderdag over de financiële wereld in Londen.