In versplinterde rebellie maken moslimradicalen nu de dienst uit

Onder de strijders tegen het regime van Assad groeit het overwicht van jihadisten, onder meer uit het buitenland. Maar door verdeeldheid zijn rebellen nu in defensief en wint Assad terrein.

Toen jihadisten van Al-Nusra en Ansar al-Khalifa vorige week het Noord-Syrische stadje Khan al-Asal bij Aleppo veroverden, executeerden ze meer dan 50 gevangen regeringsmilitairen. Ze plaatsen filmpjes ervan op internet, en het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten in Londen, dat achter de opstand staat, bevestigde en veroordeelde het bloedbad.

Het is maar één voorbeeld van de methodes van extremistische organisaties, van het soort waaraan eerder voornamelijk het regime van president Assad zich schuldig maakte. Hoewel er nog altijd talrijke gematigde groepen in de oorlog tegen het Syrische bewind actief zijn, groeit het overwicht van de jihadisten, die fanatieker zijn en beter betaald (door bronnen in het Golfgebied) en dus beter bewapend zijn, en radicaliseert de strijd.

Er zijn berichten dat de extremisten zich opmaken om over twee weken, na de islamitische vastenmaand ramadan, een islamitisch regime af te kondigen in het noorden van Syrië, waar zij een machtspositie hebben veroverd. Niet voor niets: dit is het oliegebied van Syrië.

Hier is de oorlog tegen Assad inmiddels in een suboorlog uitgemond tussen met Al-Qaeda verbonden jihadisten en Koerden, die van de zwakte van het regime willen profiteren om autonomie te krijgen.

De belangrijkste Koerdische strijdgroep in Syrië riep deze week iedere Koerd „die wapens kan dragen” op tot een algemene mobilisatie tegen jihadistische groepen na de moord op een Koerdische leider in het noordoosten van het land. Zijn dood, door een bom in zijn auto, volgde op een Koerdisch offensief tegen Al-Nusra en de Islamitische Staat in Irak en de Levant, die zich in Koerdisch gebied hebben verschanst. De Koerden twijfelen er niet aan dat de jihadisten voor de aanslag verantwoordelijk zijn. Dit zijn hun methodes.

De rebellenwereld is volstrekt versplinterd geraakt – vandaar dat ze in het defensief is geraakt tegen Assads troepen. In totaal zijn er nu 1.200 groepen en groepjes die tegen Assads regime vechten, zo meldde een topfunctionaris van de Amerikaanse militaire inlichtingendienst DIA vorige week. Niet alleen de gematigde opstandelingen zijn verdeeld – het door het Westen gesteunde Vrije Syrische Leger is niet meer dan een koepel boven talrijke grotere en kleinere groepen – ook de extremisten.

Al-Nusra, de overwinning, ontstond anderhalf jaar geleden. Driekwart jaar geleden werd de groep door de Amerikaanse regering op haar terreurlijst gezet wegens banden met Al-Qaeda-in-Irak. Abu Bakr al-Bagdadi, leider van Al-Qaeda-in-Irak, herdoopte zijn organisatie in de Islamitische Staat in Irak en de Levant en werd in april onder die naam in Syrië actief toen Al-Nusra de door hem afgekondigde fusie afwees.

Er zijn nog verscheidene andere min of meer gelijkgeoriënteerde organisaties. Volgens jihadisten-specialisten Aaron Zelin en Charles Lister van onder andere Jane’s Terrorism & Insurgency Center is Ahrar al-Sham al-Islamiya, de Islamitische Beweging van de Vrije Mannen van de Levant, met zo’n 10.000 tot 20.000 man en buitgemaakte tanks mogelijk de grootste van alle rebellengroepen. Verschil met de andere twee is dat Ahrar al-Sham niet vecht voor een kalifaat, een grenzenloos islamitisch rijk, maar voor een Godsrijk in Syrië. Al-Nusra probeert zich met ijsjes voor kinderen geliefd te maken bij de bevolking; de Islamitische Staat in Irak en de Levant voert een compromisloos islamitisch bewind met kledingregels voor vrouwen en lijfstraffen . Van democratie moeten ze geen van alle iets hebben.

Voorzover bekend komen de buitenlanders die naar de jihad in Syrië trekken vooral bij de Islamitische Staat in Irak en de Levant terecht.

Niemand houdt in Syrië hun precieze aantal bij. Volgens ruwe schattingen van jihad-specialisten zijn het er nu 5.000 tot 6.000 uit meer dan 60 landen, naar wordt aangenomen zo’n 10 procent van het totale aantal rebellen. Volgens Zelin zijn onder hen 70 tot 440 Europeanen. Veel groter is dus het aantal Arabische, Aziatische en Centraal-Aziatische jihadisten. Volgens de Noorse specialist Thomas Hegghammer zijn dezen gevaarlijker, want geoefender in de strijd tegen hun eigen autoriteiten, dan de Syrische strijders.

Zij komen onder andere uit Tsjetsjenië, Pakistan, Saoedi-Arabië, Libië, Tunesië en Irak. De Pakistaanse Talibaan en de Irakezen hebben jarenlange ervaring in de terreurstrijd in hun land.

De oproep van de invloedrijke geestelijke Yusuf al-Qaradawi aan sunnitische moslims naar Syrië te vertrekken voor de heilige oorlog tegen het regime van Assad zal waarschijnlijk de toestroom van buitenlanders versnellen. Zijn gezag over de gelovigen is oneindig veel groter dan dat van Al-Qaedaleider Ayman Zawahiri, die eveneens niet moe wordt „de leeuwen van de islam” te smeken naar Syrië te vertrekken.

Hun regeringen, ongeacht of ze de strijd in Syrië steunen of niet, worden daar heel zenuwachtig van. Zij herinneren zich hun burgers die terugkeerden uit de Afghaanse jihad tegen de Sovjetbezetting in de jaren tachtig. In Jemen, in Algerije, in Saoedi-Arabië, in Egypte en elders vormden de zogeheten ‘Afghanen’ de basis van een lange, bloedige terreurstrijd tegen hun overheid. Het groene licht van de Egyptische president Morsi voor jonge Egyptenaren om naar de jihad in Syrië te vertrekken, was volgens Egyptische bronnen een van de redenen waarom het leger hem afzette.