Het video-essay laat ons anders naar beeld kijken

Het Britse Filminstituut wijdt een programma aan de essayfilm. Op internet is de moderne variant in opkomst: het video-essay.

In zijn video-essay The Spielberg Face (2011) beschouwt Kevin Lee de verwonderde gezichten in het werk van cineast Steven Spielberg, aan de hand van tientallen voorbeelden.
In zijn video-essay The Spielberg Face (2011) beschouwt Kevin Lee de verwonderde gezichten in het werk van cineast Steven Spielberg, aan de hand van tientallen voorbeelden.

YouTube barst van de samples, remixes, supercuts, parodies of mash-ups. Wie heeft er nog nooit eentje geliked of geshared? Zo’n collage van de gekste gezichtsuitdrukkingen en de beste doelpunten van Ronaldo. Of die waarin Drive-acteur Ryan Gosling, met zijn uitgestreken gezicht, wordt aangevallen door een lepel cornflakes.

Uit het doe-het-zelf geknutsel met beeld- en filmfragmenten is inmiddels een nieuw journalistiek genre ontstaan: het video-essay – een betoog ondersteund met beeldcitaten. Misschien wel de belangrijkste journalistieke innovatie van dit moment. Het Amerikaanse online-magazine Indiewire heeft er sinds een paar jaar een eigen site voor opgetuigd: PressPlay. Vanaf vandaag wijdt het British Film Institute een heel programma aan de voorloper van het video-essay, de essayfilm. Al hoef je daar niet eens per se voor naar Londen af te reizen, want het merendeel is ook online te vinden.

Doordat iedere computer tegenwoordig een montageprogrammaatje heeft, zou je denken dat het video-essay inmiddels al veel meer ingeburgerd zou zijn. En niet alleen in de filmjournalistiek, waar beeldmateriaal dankzij dvd’s en digitalisering ruim voorhanden is. Een reden dat het nog niet zo snel gaat, is de tijd en moeite. Het maken van video-essay’s is arbeidsintensief. Natuurlijk kan iedere filmnerd zijn favoriete achtervolgingsscènes achter elkaar zetten, muziekje eronder, klaar. Maar dan nog. Met een paar minuten beeldmontage ben je al gauw enkele dagen bezig. Geen wonder dat het moderne video-essay zijn oorsprong vindt in die nerdcultuur van remixes en supercuts. Want wie anders dan een nerd wil uren spenderen aan het zoeken naar geschikte beeldfragmenten, ze van een dvd ‘rippen’, en ze vervolgens zo monteren dat het eindresultaat net iets meer wordt dan een reeks achter elkaar geplempte plaatjes?

Video-essays proberen vaak niet alleen iets over bepaalde beelden te zeggen, maar vertellen daarmee in het beste geval daarmee ook iets over het medium film zelf. Op Fandor, een site waar veel video-essays te vinden zijn, staat The Spielberg Face van Kevin Lee, de toonaangevende video-essayist van dit moment. Lee houdt een verhandeling over een karakteristiek beeld dat in alle films van Steven Spielberg zit: een expressieve close up waarbij de camera inzoomt op een gezicht met wijd opengesperde ogen, liefst een open gezicht vervuld van kinderlijk ontzag, maar de open blik kan allerlei vormen van verbazing aannemen, van vreugde tot afgrijzen.

Het is een moment waarop de film de tijd stilzet om de toeschouwer ervan te doordringen: Dit ben jij. En je bent verbaasd. Niet zomaar verbaasd, nee verbluft, verrast en gehypnotiseerd.

Het video-essay over dit zogeheten ‘Spielberg-gezicht’ laat ons niet alleen zien wat een van de meest kenmerkende shots van Spielberg is, maar legt tegelijkertijd uit hoe Spielberg ons als toeschouwer manipuleert om precies te voelen wat hij wil.

Dat alles digitaal beschikbaar is, wil nog niet zeggen dat je ook alles zomaar straffeloos mag gebruiken. Het gebruik van beeldmateriaal voor journalistieke en educatieve doeleinden is aan strikte regels gebonden. Vooral de grote Amerikaanse studio’s en televisiezenders scannen fulltime het web of er geen ongeoorloofd gebruik is gemaakt van beeldmateriaal waar ze de rechten op hebben. The Spielberg Face met daarin tientallen geciteerde filmbeelden, van E.T. tot Jaws maar ook niet-Spielberg-films als Casablanca en Harry Potter kwam niet zonder slag of stoot online. Auteursrechten blokkeren vaak citaatrecht en ‘fair use’, tenzij er van tevoren toestemming wordt gevraagd en er wordt betaald. Natuurlijk is dit probleem zelf ook weer onderwerp geworden van video-essay’s als A Fair(y) Use Tale en RIP! A Remix Manifesto.

In zijn video-essay The Essay Film – Some Thoughts of Discontent, die als inleiding op het Londense retrospectief fungeert, vraagt Kevin Lee zich af of we de essayfilm en het video-essay moeten zien als een nieuw genre. Net als de essayfilm bevindt ook het video-essay zich vooral tussen genres in. En het sleutelwoord is niet film of video, maar essay. In hun beste vorm zijn het filmpjes die ons doen nadenken over hoe we, in Lee’s woorden, kunnen kijken als we niet door de films ‘geregisseerd worden.’

Lee’s filmpje is een staalkaart van wat het moderne video-essay allemaal vermag. Hij gebruikt tekst, niet alleen in de vorm van voice-over en tekstframes, maar ook in een begeleidend stuk op de site van het BFI en in het Engelse filmblad Sight & Sound dat deze maand onder de noemer Deep Focus een themanummer aan het onderwerp wijdt. Lee filmde ook nieuwe beelden en gebruikt vooral veel filmclips uit andere essayfilms om zijn betoog te ondersteunen. Indiewire was op zijn buurt weer zo genereus om links naar alle films die Lee gebruikt te verzamelen. Het is een online miniretrospectief op zich, met bekend werk van Joris Ivens (A Valpariso, 1962), Jean Vigo (À propos de Nice, 1930) en Alain Resnais (Toute la memoire du monde, 1956) en minder bekendere voorbeelden van hedendaagse makers als Ben Rivers (Slow Action, 2010) en José Luis Guerin (Tren de sombras, 1997).

Voor de beroemde essayfilm F for Fake (1974), de laatste film van Orson Welles, over kunstvervalsing en filmmakers als illusionisten, moet je naar Londen. Als is die film natuurlijk ook legaal op dvd te bestellen, of te vinden via informele data-uitwisseling ergens in het grijze gebied online.

‘Thought in Action: The Art of the Essay Film’, t/m 28 aug. British Film Institute, Londen. Online: whatson.bfi.org.uk/online/essay-films.