Blikken van bovenaf

De expositie Vues d’en Haut in het Centre Pompidou in Metz laat zien hoe met de komst van de eerste luchtfoto’s de beeldende kunst veranderde.

Het schilderij Compositie met Kleurvlakken no. 5 (1917) van Piet Mondriaan oogt als een abstract, beweeglijk patroon van roze, grijsblauwe en gele vierkanten op een wit fond. Het werk van de meester ontwikkelde zich zoals bekend van symbolistische landschappen naar abstracte composities, waarbij hij zocht naar een harmonie van horizontalen en verticalen. Maar nu is er een nieuwe interpretatie, te vinden in de catalogus Vues d’en Haut bij de gelijknamige tentoonstelling in Centre Pompidou-Metz. Compositie met Kleurvlakken no. 5 zou direct zijn afgeleid van een film die Mondriaan in 1914, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, had gezien in het Pathé-theater in Amsterdam en die hij in een artikel in De Stijl (1919) beschrijft. Deze film liet een groot deel van de wereld zien als een kaart, waarop Duitse invasietroepen verschenen, weergegeven als kleine zwarte ‘kubussen’. Vervolgens arriveerden de geallieerde legers in de gedaante van witte blokjes, waarna de zwarte en witte kubussen zich met elkaar vermengden. Mondriaan noemde de film „een bewegende oorlogskaart”.

Wie Compositie met Kleurvlakken no. 5 opvat als een beeld van bewegende legers ziet niet langer een abstracte en tweedimensionale compositie, maar kijkt plotseling van bovenaf neer in een diepte waarin zich, als een verschuivend damspel, de troepen bewegen. Het schilderij wijst wat dit betreft vooruit naar de late Boogie Woogie-schilderijen die Mondriaan maakte in New York en die geïnspireerd zijn op het geometrische stratenplan van Manhattan, ook van bovenaf bezien.

Mondriaan was zeker niet de enige kunstenaar die gefascineerd was door de blik van bovenaf. Kasimir Malevitsj met zijn kosmische visioenen van de oneindigheid, El Lissitzky met zijn ruimtelijke Proun-experimenten, Russische constructivisten, Italiaanse futuristen en Franse kubisten, allemaal deelden zij deze fascinatie. De Amerikaanse vliegeniers Orville en Wilbur Wright hadden zich in 1908 geïnstalleerd in het Franse Mans, waar zij vliegdemonstraties gaven op de vlakten van de Sarthe. Picasso en Braque, die deze demonstraties bezochten en grote bewondering koesterden voor de gebroeders Wright, noemden zichzelf Orville en Wilbur. Een aantal van hun kubistische stadsgezichten, zoals Braques Fabrieken van Rio Tinto bij L’Estaque (1910), toont de stad in vogelvluchtperspectief, de blik scherend over hellende daken en schoorstenen.

De verticale blik

De tentoonstelling Vues d’en Haut (Blikken van bovenaf) gaat over de overeenkomst tussen technologische vernieuwingen die een andere blik op de wereld mogelijk maakten, en schilderkunstige vernieuwingen die braken met de traditie van de perspectiefconstructie die de schilderkunst sinds de Renaissance had bepaald. De verticale blik betekende, aldus de tentoonstellingsmakers, een „nieuw democratisch elan”. De blik van bovenaf bestond in de schilderkunst weliswaar al eeuwenlang, denk bijvoorbeeld aan de kosmische wereldlandschappen van Pieter Bruegel of aan plafondschilderingen in de Barok. Maar dit waren fictieve projecties. Door Parijs vanuit een heteluchtballon te fotograferen „bevrijdde” de pionier Nadar de menselijke blik. De blik was sindsdien niet meer aan het menselijk lichaam en aan de aarde gebonden.

Aanvankelijk mislukten de pogingen van Nadar, omdat gas dat uit de ballon ontsnapte de gevoelige plaat van de camera zwart maakte. In 1868 lukte zijn eerste luchtfoto, genomen vanaf een hoogte van 320 meter. Hij toont het beroemde stratenplan van Hausmann, de Avenue du Bois de Boulogne die leidt naar de Arc de Triomphe en in de verte rijst Montmarte omhoog. In zijn autobiografie schreef Nadar: „Onder ons ontrolt de aarde zich als een immens tapijt zonder randen … En wat is die witachtige vlok die ik daar beneden in de ruimte zie zweven: rook van een sigaar? – Nee, een wolk.”

Nadar claimde dat dit de eerste luchtfoto was en toonde hem op de Wereldtentoonstelling van 1889. Voor deze gelegenheid had hij echter de foto tien jaar geantedateerd, in 1858. De eerste geslaagde luchtfoto is evenwel niet genomen door Nadar, maar door de Amerikaanse fotograaf James Wallace Black. In 1860 fotografeerde Black een wijk van Providence, de hoofdstad van Rhode Island. De eerste luchtfilm werd op de Wereldtentoonstelling van 1898 getoond, het Panorama van Parijs vanaf de Eiffeltoren van de broers Auguste en Louis Lumière.

Het effect van de blik van bovenaf is dat de horizon verdwijnt. De horizon, begrenzing van ons blikveld, bevindt zich immers op ooghoogte. Vanuit de lucht doet het blikveld zich voor als onbegrensd en is alles zichtbaar. Ten tijde van de experimenten van Nadar begon de horizon ook uit de schilderkunst te verdwijnen. Gustave Courbet schilderde in zijn zeeschilderijen de golven dik en pasteus, met een spatel beeldhouwde hij als het ware de verf. De golven rijzen hoog op, vrijwel parallel aan het vlak, en benemen het zicht op de horizon. De ‘zwevende’ blik ontstond vooral in het werk van de impressionisten. In de waterlelieschilderijen van Monet is het hele vlak van het schilderij blauw, het water heeft geen oevers of andere afbakening. Daarmee verandert het spiegelende wateroppervlak in een kantelend vlak, waar visueel moeilijk greep op is te krijgen.

Vogelvluchtperspectief

De spectaculaire, encyclopedische tentoonstelling Blikken van bovenaf laat, naast veel fotografie en film, zien hoe beeldende kunstenaars sinds circa 1880 omgingen met het vogelvluchtperspectief, van impressionisme en kubisme tot aan de Amerikaanse kunst van na de Tweede Wereldoorlog. De Colorfield-schilderijen van Sam Francis zijn gebaseerd op de beelden van de aarde die Francis als oorlogsvlieger had gezien. Ook veel Land Art-projecten, zoals Spiral Jetty (1970) van Robert Smithson, gaan over het idee van de onbegrensde, onthechte blik.

De verticale blik mag aanvankelijk als bevrijdend zijn ervaren, in hoeverre deze kijk op de wereld inderdaad democratisch elan en vrijheid betekent is zeer de vraag. De blik van bovenaf is evengoed de blik van afstand en controle, de heersersblik van het totalitarisme, de blik van de totale zichtbaarheid. Denk aan de beroemde propagandafilm Triumph des Willens (1935) van Leni Riefenstahl, ode aan Hitlers naziregime. In Metz zijn ook de monumentale, panoramische foto’s te zien die Andreas Gursky in 2007 maakte van parades in Noord-Korea.

Google Earth is in 2005 gelanceerd nadat Google een jaar daarvoor het programma Earth Viewer had aangekocht van Keyhole, een Amerikaanse maatschappij die satellietbeelden produceerde en daarbij ondersteund werd door de CIA. De mogelijkheden die Google Earth biedt zijn fascinerend en we lijken snel gewend te raken aan een horizonloze wereld waarin letterlijk alles zichtbaar is. De herkomst van de beelden blijft daarbij veelal verborgen. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben internationale spionageprogramma’s, vooral die van de Angelsaksische landen – zoals Corona en Echelon, de voorlopers van Prism – overal ter wereld vanuit de lucht films en foto’s gemaakt. Ook drones produceren luchtfoto’s, in de neus van de vliegtuigjes zitten camera’s die functioneren tot het moment van inslag.

Deze volkomen perverse kant van de blik van bovenaf wordt op de tentoonstelling in Metz in één keer duidelijk door twee kleine zwart-witfoto’s, genomen door het Amerikaanse leger in 1945. Ze zijn een registratie van het atoombombardement op Hiroshima. De ene foto toont door middel van een kruisje de plek van inslag, vlak boven een arm van de rivier, met daaromheen concentrische cirkels die steeds ongeveer een afstand van 300 meter aangeven. Woonwijken in regelmatige patronen, straten en huizen zijn, ondanks de grote afstand, goed te zien. Op de tweede foto zijn opnieuw kruisje en cirkels te zien. Daaronder is alles wit en zilverig grijs. Alles weggewist, behalve het raster van de hoofdwegen en de grillige, donkere armen van de rivier.

‘Blikken van bovenaf (Vues d’en Haut)’. T/m 7 okt in Centre Pompidou-Metz, 1 parvis des Droits-de-l’Homme, Metz. Inl: centrepompidou-metz.fr