Is Rotterdammer die naar Syrië wilde wel strafbaar?

Als iemand zich bij de Syrische rebellen wil aansluiten, maakt hij zich dan schuldig aan een misdrijf? Die vraag staat centraal in een proces tegen een Rotterdammer.

De huur was opgezegd, de huisraad verkocht en de vliegtickets naar Turkije waren geboekt. Mohammed G. (24) kon de verschrikkingen die zijn „broeders en zusters” in Syrië ondergaan niet langer lijdzaam aanzien. De in Irak geboren Rotterdammer moest en zou wat doen aan het onrecht. In diverse chatsessies, e-mails en telefoongesprekken liet hij weten in Syrië te willen strijden tegen het regime van president Assad.

Dat G. zich wilde aansluiten bij de gewelddadige jihad in Syrië is voor het Openbaar Ministerie (OM) zo duidelijk als wat. Hij werd na een tip van inlichtingendienst AIVD op 29 november 2012 samen met twee andere mannen in Rotterdam aangehouden. Bij doorzoeking van hun woningen werden messen, een zwaard en een kruisboog gevonden. Ook trof de politie afscheidsbrieven, gepakte rugzakken met reisuitrusting en een „grote hoeveelheid jihadistische documentatie” aan.

De drie zouden geld hebben ingezameld om de reis te betalen. De mannen hadden al tickets geboekt voor een vlucht naar Turkije met een aansluitende vlucht tot de grens met Syrië. G. wilde de reis uitstellen omdat hij eerst nog wilde trouwen met een moslima, die hij kort daarvoor op internet had ontmoet. Op een foto voor zijn bruid poseerde de man met een AK-47-geweer. Op internet sprak hij tot zijn aanstaande vrouw: „Ik hoop dat wij samen gaan sterven en samen naar het paradijs gaan.”

G. stond gisteren terecht voor de rechtbank in Rotterdam. Tegen de twee andere verdachten loopt het onderzoek nog. Volgens justitie heeft G. zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor het plegen van een terroristisch misdrijf (zie kader). Alleen: hoe bewijs je dat? Goede vraag, vindt Geert-Jan Knoops, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Utrecht. „Het is heel lastig om de opzet aan te tonen. Dat zit voor een belangrijk deel in het hoofd van de verdachte. Er worden wel vaker wapens en dergelijke aangetroffen, maar rechters willen meer dan dat.” Ook als iemand bijvoorbeeld schiet- en vechtlessen volgt is dat „op zichzelf niet voldoende”, zegt Knoops. „Je zal dan ook een causaal verband met het voorbereiden van terroristische handelingen moeten aantonen.”

Het is volgens het OM voor het eerst dat in Nederland iemand wordt vervolgd die wil strijden in Syrië. De advocaat van de verdachte, Serge Weening, noemt het een ‘proefproces’. Ook voor Knoops is dat duidelijk. „Er is hier nog geen jurisprudentie over.” Weening betwist niet dat zijn cliënt naar Syrië wilde. Maar dat hij wilde vechten, laat staan aanslagen plegen, blijkt volgens hem niet uit het bewijs. En dat G. zich wilde aansluiten bij de ‘jihad’? „De jihad kan op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Ziekenverzorging in een ziekenhuis valt daar ook onder.” Weening vroeg om vrijspraak, G. zelf beantwoordde slechts sporadisch vragen van de rechter.

Het OM klaagt G. aan op basis van een relatief nieuwe wet, artikel 134a. De wet is een uitwerking van een Europees verdrag uit 2005 dat het voorbereiden van terroristische handelingen strafbaar stelt. „Het wetsartikel is eigenlijk geschreven met het idee om terroristische misdrijven te voorkomen en de voorbereiding en training daarvoor strafbaar te stellen. Het is de vraag of dat kan worden vertaald naar de deelname in een gewapend conflict zoals in Syrië, waarin het Westen nota bene de oppositie steunt”, zegt Knoops. „In mijn optiek is deze wet daarvoor niet bedoeld.”

Het is voor het OM niet eenvoudig om aan te tonen dat G. zich wilde aansluiten bij een terroristische organisatie, zegt Knoops. „Wat als die verdachte zou zeggen dat hij alleen wilde helpen om het gewelddadige en mensenrechten schendende regime van Assad omver te werpen? Dan zou ook de NAVO strafbaar zijn, vanwege het ingrijpen in Libië.” Volgens justitie wilde G. zich het liefste aansluiten bij Jabhat al-Nusra, een aan Al-Qaeda gelieerde oppositiebeweging. De Rotterdammer wilde helpen bij het stichten van een kalifaat in Syrië, zo blijkt uit chatgesprekken. En hij wilde het regime van Assad omver werpen, hoewel de Syrische president formeel nog altijd geldt als een „bevriend staatshoofd”, aldus de officier van justitie.

Al het bewijs bij elkaar zou volgens het OM een meerjarige celstraf rechtvaardigen. Er is alleen een probleem: G. hoorde stemmen in zijn hoofd. Een „innerlijke krijger” zou hem ertoe hebben aangezet om naar Syrië te willen reizen. Hij slikt medicijnen. Volgens psychiatrisch onderzoek is G. ‘volledig ontoerekeningsvatbaar’. Het OM volgt dat. Hoewel de Rotterdammer volgens justitie strafbaar is moet hij worden ontslagen van rechtsvervolging. Wel dient G. voor maximaal een jaar te worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Knoops: „Helaas komen we daardoor niet te weten hoe de rechter oordeelt over het voorbereiden van terroristische handelingen. Maar misschien zal hij wel iets zeggen over de bewijslast.” De hoogleraar zelf is sceptisch. „Je moet met overtuigend bewijs komen dat iemand van plan is om terroristische aanslagen te plegen. Het feit dat iemand naar Syrië wil reizen en dat er voorwerpen als een kruisboog zijn gevonden, is niet voldoende.” Volgens Knoops dient het OM zich af te vragen of dit soort „arbeidsintensieve zaken” nog wel voor de rechter moeten worden gebracht. „Welke schade is er toegebracht aan de samenleving doordat er Nederlandse jongeren naar Syrië reizen?”

De uitspraak is op 14 augustus.