Worstelend met zijn veel te lange benen

Jour de fête (1949) digitaal gerestaureerd.

Jour de fête. Regie: Jacques Tati. In: 7 bioscopen .

Het komt natuurlijk door Mr. Hulot. En door de film die de Franse komiek en filmmaker Jaques Tati (1907-1982) in 1953 over hem maakt: Les vacances de Mr. Hulot. Daardoor denkt iedereen die de film gezien heeft dat een vakantie zo moet zijn. Eerst met z’n allen door een onverstaanbare stationsomroeper van het ene naar het andere perron gedirigeerd worden op een veel te klein dorpsstationnetje en dan de rest van de vakantie jongleren met zandkorrels en zoutvaatjes. Maar niet elke Tati is even zonnig en zomers, al ontleende zijn werk aan die ene film wel zijn reputatie het ultieme vakantiegevoel te verbeelden.

Misschien juist omdat hij maar zes lange speelfilms heeft gemaakt, heeft het oeuvre van Tati de warme aandacht van filmconservatoren. De afgelopen jaren werden al de 70mm-print van Playtime (1967) en natuurlijk van Les vacances gerestaureerd, en tijdens het Filmfestival Cannes ging de digitale versie van zijn debuut Jour de fête (1949) in première. Filmmuseum Eye laat hem deze zomer, ingebed in een kleine tournee met andere Tati-films, in de filmtheaters zien.

Jour de fête – waarin Tati François de postbode speelt, die als dorpse neef van de stuntelende Hulot hotsebotsend de filmgeschiedenis kwam binnen racen op zijn ouderwetse herenrijwiel – is een feest voor conservatoren, filmvorsers en Tati-freaks. Er bestaan minimaal drie versies van de film over de prille naoorlogse jaren (de feestdag uit de titel is niet voor niets de 14de juli). Eentje in zwart-wit, eentje met kleureffecten en door Tati toegevoegde scènes uit 1964, en eentje in kleur die pas na de dood van de regisseur door zijn dochter en vaste editor Sophie Tatischeff werd uitgebracht.

Het verhaaltje van de film is simpel. Het moet onze ogen vooral niet afleiden van de beelden waarin in elke hoek iets te ontdekken valt. François is, zoals alle personages van Tati, natuurlijk niet alleen maar een ogenschijnlijk klunzige dorpspostbode, maar iemand om wie eigenlijk de hele wereld draait, omdat hij het nu eenmaal aantrekt.

Hij is net op tijd om de vlaggenmast waarin straks de Franse driekleur zal gaan wapperen overeind te houden, bezorgt niet alleen brieven maar ook taarten, fietst sneller dan de renners op hun racefietsen, danst in tegen de zwaartekracht en andere natuurwetten en weet alles van iedereen. Zelfs zijn schaduw lijkt op die van generaal De Gaulle.

Tati nam Jour de fête op in het dorpje Sainte-Sevère-sur-Indre, waar hij zelf de oorlogsjaren in bezet Frankrijk had doorgebracht. Veel van zijn ideeën over het vooroorlogse Frankrijk en de naoorlogse amerikanisering zijn in de film terug te vinden. Zijn worsteling met technologie en vooruitgang zit vanaf deze film in al zijn werk. Het maakt Tati niet per se conservatief.

Gefascineerd kijkt postbode François tijdens de jaarlijkse kermis naar een filmpje over de supersonische Amerikaanse posterijen. Er gaat van de modernisering ook een enorme aantrekkingskracht uit op Tati en de personages die hij speelt. Het is meer dat de wereld en zijn te lange ledematen hem de hele tijd in de weg blijven zitten.

Tati was een maker van weinig woorden. Zijn achtergrond als variétéartiest vertaalt zich in slapstick en fysieke komedie. In plaats van dialoog een rol te laten spelen, nam hij Jour de fête geluidloos op en componeerde later een geluidsband vol ratelende fietswielen, roddelende dorpelingen en niet te vergeten de klassieke scène met de wesp, een rondzoemend minifilmpje op zich.