Winkelen in de strafwet

Als de recherche bij de opsporing de ‘grens opzoekt’ van wat het strafrecht nog toelaat, moeten advocaten (extra) alert worden. En dienen strafrechters (extra) kritisch te worden. Zeker als de politie zwaktes in de wet gaat exploiteren. De rechtsstaat is geen rugbyveld waarin politie en justitie alleen maar kunnen scoren met hard duwen en trekken.

Gisteren werd in deze krant een creatieve politietactiek beschreven, bedoeld om mogelijke criminelen te fouilleren en hun auto te onderzoeken. Speciaal voor hen blijken ‘dynamische verkeerscontroles’ te worden georganiseerd. Na de verplichte vraag om rijbewijs en autopapieren wordt om toestemming gevraagd om in de kofferbak te mogen kijken. Die blijkt verrassend vaak te worden gegeven.

Juridisch is dit op de grens. Bevoegdheden mogen alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor de wet ze geeft. En daar lijkt hier toch een loopje mee te worden genomen. Bij verkeerscontroles zijn ‘overige delicten’ bijvangst: hier is dat de hoofdzaak geworden. Sterker, de verkeerscontrole is een toneelstukje. De groep die voor deze ‘controles’ wordt geselecteerd, komt tot stand op basis van ‘profiling’. Een combinatie van uiterlijke kenmerken, gedrag, locatie, vervoermiddel en ‘ambtshalve kennis’ is voor de politie leidend. Discriminatie ligt hier op de loer. Net als willekeur en manipulatie.

Intussen is de strafrechter tot en met de Hoge Raad tamelijk vergevingsgezind voor fouten van de politie. Onrechtmatig verkregen bewijs wordt alleen geschrapt als de manier waarop dat is verkregen, het recht op een eerlijk proces ernstig in gevaar brengt. Er moet dan sprake zijn van een ‘zeer ingrijpende inbreuk’ op een grondrecht. Als de politie structureel de zaken fout aanpakt en te weinig doet om dat te herstellen wordt er om ‘educatieve redenen’ door de Hoge Raad nog wel eens een tik uitgedeeld. Maar veel stelt dat niet voor.

Dat betekent in de praktijk dat er heel wat niet écht verdachte burgers worden gefouilleerd. Koffers worden opengemaakt of ten onrechte bewaarde DNA-profielen mogen toch meewegen, zonder dat dit consequenties heeft. De strafrechter heeft immers een pragmatische kijk op de wettelijke eisen.

In dat klimaat kan het idee van de verkeersfuik met dubbele bodem dus floreren. Dat is niet zonder bezwaren. Als bij de politie het idee postvat dat er in de wet kan worden gewinkeld op zoek naar het juiste dwangmiddel tegen deze of gene verdachte burger, en er alleen een officier van justitie bij moet worden gezocht die dat in de rechtszaal goed praat, dan staat de zeephelling klaar. Het is dan aan de strafrechter om te beoordelen of dit door de beugel kan. En die zou een stuk kritischer mogen zijn.