Wensdenken

Het klimaatdebat is niet vrij van wensdenken. Vooral nu een cyclus van IPCC-rapporten zijn voltooiing nadert. Een mooi voorbeeldje stond onlangs in The Economist. Het Britse opinieweekblad ontdekte in een voorlopige versie van een van de IPCC-rapporten een grafiekje dat vreugdevol stemde. Daaruit kon namelijk geconcludeerd worden dat het met de klimaatgevoeligheid (simpel gezegd: de temperatuurstijging bij een verdubbeling van de CO2-concentratie) best wel eens mee zou kunnen vallen.

Tot nu toe, schreef het blad, ging het IPCC er vanuit dat een verdubbeling van de hoeveelheid kooldioxide (in combinatie met de reactie daarop van andere fenomenen die de temperatuur beïnvloeden) in de atmosfeer zou leiden tot een stijging van de gemiddelde temperatuur met 2 tot 4,5 graden Celsius. En in ieder geval niet met minder dan 1,5 graden. Maar dat nieuwe tabelletje liet zien dat bij 425-485 ppm de temperatuur slechts met 1,3-1,7 graden zal stijgen. Dus vroeg de auteur zich af:

The draft table casts doubt on how solid the link really is between 450 ppm and a 2°C rise. It remains to be seen whether governments conclude from this that it is safe to let CO2 concentrations climb even further, or whether (as some will doubtless argue) a 2°C rise was too much anyway and it is now possible to aim for less.

Dat laatste is, in de ogen van The Economist, dan natuurlijk wel weer jammer.

Eerder dit jaar schreef het blad ook al uitgebreid over klimaatgevoeligheid, naar aanleiding van het afvlakken van de temperatuurstijging van de afgelopen vijftien jaar. Onder de kop ‘Een gevoelige zaak’ werd geconcludeerd:

If, however, temperatures are likely to rise by only 2°C in response to a doubling of carbon emissions (and if the likelihood of a 6°C increase is trivial), the calculation might change. Perhaps the world should seek to adjust to (rather than stop) the greenhouse-gas splurge.

Wat bleek? Het grafiekje in The Economist kwam niet van Werkgroep I, die de fysische grondslag aan de rapporten geeft, maar van Werkgroep III, die gaat over mitigatie, de mogelijkheden om klimaatverandering te bestrijden. Het IPCC meldde dan ook dat die grafiek nog lang niet definitief is. Het rapport van werkgroep III verschijnt niet in september, maar pas volgend jaar. (Hier en hier een paar kritische reacties op het verhaal in The Economist).

Bij de website van Oil & Gas Journal waren ze wel blij met het verhaal van The Economist. De commentator betoogde dat de conclusie van The Economist misschien wel prematuur was, maar dat terecht de aandacht werd gevestigd op klimaatgevoeligheid: Climate sensitivity should be the central question of global-warming politics, which too often treats it as a scientific given when in fact it is nothing of the sort.

Vervolgens legt de commentator uit wat een afzwakking van het standpunt van het IPCC over klimaatgevoeligheid zou betekenen.

  • would indicate growing uncertainty among scientists
  • would apply directly to human influence
  • would strengthen questions about mitigation policies

En, natuurlijk:

  • would benefit the oil and gas industry

Als het IPCC nou maar toegeeft dat het wel meevalt met die klimaatgevoeligheid, kunnen we eindelijk een serieus debat voeren: If the IPCC does lower the temperature range it projects under an assumed doubling of CO2 in the atmosphere, it will give discussion about a complex issue a measure of the sophistication it deserves but so far lacks.

Dat belooft nog een hete herfst te worden. Daarom nu eerst maar eens een tijdje met vakantie.