Vijf vragen en antwoorden over ‘proefproces’ tegen jihadreiziger

Strijders die het opnemen tegen het regime stellen het vizier van hun sluipschuttergeweer bij. Foto Reuters / Mohammed Abdullah

Mohammed G. staat vandaag voor de rechter in Rotterdam omdat hij van plan was om naar Syrië af te reizen, om deel te nemen aan de strijd tegen president Bashar al-Assad. Het is de eerste keer dat iemand daarvoor wordt vervolgd. Een proefproces, vinden sommigen. En: moet hij dat niet zelf weten? Vijf vragen en antwoorden.

Allereerst kort wat er is gebeurd. In november vorig jaar werden er drie mannen aangehouden vanwege hun plannen naar Syrië af te reizen. Een van hen was Mohammed G. Twee van de verdachten hadden al een ticket om van Brussel naar de grens tussen Syrië en Turkije te vliegen. Er werden ook wapens gevonden. Het Openbaar Ministerie maakte de strafeis tegen G. vandaag bekend: een jaar opname in een psychiatrische kliniek, omdat hij ontoerekeningsvatbaar is. Over de andere twee verdachten is nog niets beslist.

Waarom is dit een proefproces?

De advocaat van Mohammed G. noemt het een proefproces, en ook in de media wordt het proces zo aangeduid. Dat komt omdat het de eerste keer is dat een verdachte voor een dergelijk vergrijp terechtstaat. NRC-verslaggever Brian van der Bol is bij het proces aanwezig:

“De grote vraag is of zo’n jihadreis, of het voorbereiden ervan, strafbaar is. In dit specifieke geval blijkt deze man ontoerekeningsvatbaar te zijn, dus hij wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. Maar het is wel interessant te horen wat de rechter te zeggen heeft over het voorbereiden van zo’n gewelddadige reis. Ik kan de toekomst niet voorspellen, maar het lijkt mij dat er dan meerdere mensen vervolgd worden.”

Dát G. naar Syrië wilde reizen, staat vast, zegt Van der Bol:

“Alles wijst erop dat hij naar Syrië zou gaan. Hij had een ticket naar Turkije, hij had zijn huur opgezegd, hij zei het tijdens chatsessies. Hij had zich niet uitgeschreven uit Nederland, zodat hij nog een uitkering kon ontvangen. Wel had hij aangegeven dat hij een tijdje naar het buitenland ging.”

Wat is precies het probleem voor Nederland?

Het gevaar ligt volgens het OM in het moment dat jihadstrijders terugkeren in Nederland, zegt Van der Bol:

“De inlichtingendiensten zeggen dat ze “geweldbereid” terugkeren. Ze kunnen in Nederland aanslagen plegen, daar zijn ze bang voor. Daarom is onlangs het dreigingsniveau verhoogd. Dat is een van de redenen om iemand te vervolgen.”

Een strijder van het Vrije Syrische Leger (dat door het Westen wordt gesteund maar juist door Assad en bondgenoten als terroristische organisatie wordt beschouwd) plaatst een kanon in een huis in Jobar, Damascus, vandaag. Foto Reuters / Mohamed Abdullah

Op basis van welke wet staat G. voor de rechter?

Het OM klaagt G. aan op basis van een nieuwe wet, artikel 134a. Daarin staat dat voorbereidingshandelingen voor het plegen van een terroristisch misdrijf strafbaar zijn. Het is daarmee een “heel breed artikel”, legt NOS-verslaggever Robert Bas uit in onderstaand audiofragment:

“Onder een terroristisch misdrijf kun je van alles verstaan: van bomaanslagen tot dreigbrieven. Voorbereidingshandelingen maken dat nog veel breder. Er staat een maximale celstraf op van acht jaar. Het OM vindt nu dat Mohammed G. zich schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen doordat hij alleen al van plan was om af te reizen naar Syrië.”

Het wetsartikel is in het leven geroepen toen er aanwijzingen waren dat radicale moslims vanuit Nederland naar aan al-Qaeda gelieerde trainingskampen in Pakistan afreisden, aldus Bas. Het is daar toen niet voor gebruikt, maar wordt nu ingezet tegen de jihadstrijders die naar Syrië afreizen.

Zijn er elders in Europa soortgelijke processen geweest?

Het is de eerste keer dat er in Nederland van de wet gebruik wordt gemaakt, en waarschijnlijk ook de eerste keer dat er in Europa een dergelijk proces plaatsvindt. Wel zijn er Europese afspraken gemaakt in een verdrag uit 2005.

Daarin staat dat alle juridische middelen moeten worden ingezet om te voorkomen dat mensen op jihadreis gaan. Er is in opgedragen dat trainingen in terroristische handelingen strafbaar moeten worden gesteld. Op basis van dit verdrag heeft Nederland artikel 134a opgesteld.

Waarom is iemand die tegen Assad strijdt een jihadreiziger?

Nederland steunt de rebellen in Syrië van het Vrije Syrische Leger, dus dat Mohammed G. als strijder tegen Assad een jihadreiziger wordt genoemd, is misschien verwarrend. Maar volgens Van Der Bol komt dat door het gewelddadige karakter van zijn voornemen.

“Hij wilde zich niet bij het Vrije Syrische Leger aansluiten, maar bij de radicaal-islamitische groepering al-Nusra. Het OM trekt conclusies uit het feit dat hij wapens wilde gebruiken en een Kalifaat wilde stichten. Hij zag de zwarte vlag in Syrië al hangen, bleek uit chatgesprekken.”