Veilig huis voor klokkenluiders?

In de Kamer is een meerderheid voor een onafhankelijk instituut voor klokkenluiders Maar er is veel kritiek op het plan

Illustratie Veronique de jong

Terwijl ’s werelds bekendste klokkenluider Edward Snowden nog maar eens een rondje doet door een Russische transitzone, zonder zicht op een nieuw thuisland, is in Nederland een nieuwe wet in de maak: het Huis voor Klokkenluiders. Een plan van Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP) voor een onafhankelijk instituut dat „van klokkenluiders geen klikkers meer maakt, maar helpers van een open samenleving”. Een plek waar zij worden beschermd tegen ontslag en vervolging, en waar onderzoek wordt gedaan naar misstanden. Het Huis voor Klokkenluiders moet worden ondergebracht bij de Nationale Ombudsman.

De initiatiefwet kan rekenen op steun van een Kamermeerderheid. Half september is er een debat over in de Kamer. Maar recent is er kritiek op het plan gekomen, onder andere van de Stichting van de Arbeid. Dit overlegorgaan van de zes grote werkgevers- en werknemersorganisaties drong vorige maand in een tweede kritische brief aan op een zorgvuldiger behandeling van de potentiële klokkenluider. Als je die afschrikt met een groots verhaal over algemeen belang, zo stelt de Stichting, bereik je het hoger doel niet, namelijk die open samenleving. Het chilling effect wordt dat genoemd.

Hoe is de situatie nu voor de Nederlandse klokkenluider? Stel, je komt erachter dat binnen je organisatie dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen, op gebied van fraude, corruptie, milieu of veiligheid, „dan moet je een lange, dure en vooral eenzame juridische strijd voeren tegen vaak grote organisaties, een strijd die je bijna niet kunt winnen”, zegt Van Raak. „Het Huis gaat nu een onafhankelijke instantie rechtsbescherming geven. Zoiets is er nog nergens. Het is uniek in Europa.”

Maar is het wel zo’n veilige plek, vraagt Catelene Passchier zich af. Zij is als vicevoorzitter van vakbond FNV samen met Stichting van de Arbeid al jaren bezig met het klokkenluidersvraagstuk. „Als je te veel de nadruk legt op het algemeen belang, dan kan de werknemer ‘vermalen’ worden. Het zijn vaak heel loyale werknemers in extreem emotionele en ingewikkelde situaties. Zij willen eerst weten: wat betekent het voor mij als ik mijn mond opendoe.”

Iemand moet dus veilig informatie en advies kunnen vragen, vindt Passchier. „Als werknemers het gevoel hebben dat met hun verhaal aan de haal wordt gegaan en ze bang zijn voor de risico’s daarvan, zullen ze niks meer melden. Hun carrière en persoonlijke leven staan immers op het spel.”

Waar Passchier over valt, is dat in het wetsvoorstel staat dat, zelfs al heb je als klokkenluider besloten af te zien van melding, het Huis toch kan besluiten anoniem onderzoek te doen. „De regie moet altijd bij de melder liggen, een instantie moet niet buiten hem om met diens informatie handelen.”

Van Raak ziet dit anders. Hij hoopt dat met het Huis de barrière om de melding door te zetten juist wordt weggenomen. „De klokkenluider heeft het recht anoniem te blijven, al hoop ik natuurlijk dat hij dat niet doet. Daarvoor is het Huis nou juist bedoeld. De situatie waarin de klokkenluider zijn gelijk moet halen bij de rechter behoort straks tot het verleden.”