Reiniging bij corporaties

Met het debacle bij woningbouwcorporatie WSG (Woningstichting Geertruidenberg) is de Parlementaire Enquêtecommissie Woningcorporaties opnieuw van een casus voorzien die nader onderzoek verdient.

Deze Tweede Kamercommissie is sinds april, voorlopig in stilte, met haar werkzaamheden bezig. Bij haar installatie zei de voorzitter, de PVV’er Roland van Vliet, dat de commissie in het bijzonder zou kijken naar corporaties die onder verscherpt toezicht zijn geplaatst of tot sanering moeten overgaan.

Welnu, WSG is er zo een. Wanbeleid is er de oorzaak van dat de overige Nederlandse woningcorporaties, die onderling elkaars waarborg vormen, bijna 118 miljoen euro aan noodsteun op tafel moeten leggen voor deze relatief kleine (4.000 woningen) Brabantse corporatie. Geld dat dus niet kan worden besteed aan nieuwbouw voor lagerbetaalden, renovatie van sociale woningen of stadsvernieuwing. Dus niet aan het doel waarvoor woningcorporaties ooit werden opgericht.

Opnieuw lijkt een corporatie aan zelfoverschatting te gronde te gaan; het voortbestaan van WSG is lang niet zeker en wordt op dit moment vooral gerekt doordat andere corporaties geen trek hebben om de boedel over te nemen. Een gevolg is ook dat sommige huurders van WSG een hogere huur zullen moeten betalen dan wanneer de corporatie zich niet had verslikt in grondtransacties en commercieel vastgoed, een belangrijke oorzaak van haar dreigende ondergang.

Het huidige bestuur legt de schuld, begrijpelijk, bij de vorig jaar weggestuurde directeur. Hem wordt niet alleen falend beleid verweten, maar ook is hij van verduistering en valsheid in geschrifte beticht. Het Openbaar Ministerie ziet vooralsnog te weinig bewijs en dus geen reden voor strafrechtelijke vervolging. Ook al noemde directeur Marc Calon, directeur van Aedes, de branchevereniging van woningcorporaties, WSG een vereniging waar zich „fraude” kon voltrekken. Hij zei dit vorige maand in de Volkskrant.

Zijn organisatie stak dit voorjaar de hand in eigen boezem door de schuld van de incidenten die zich sinds de jaren negentig hebben voorgedaan, bij de corporaties zelf te leggen. In haar rapport De balans verstoord werd het ontbreken van „een collectief moreel kompas en zelfcorrigerend vermogen” tot de oorzaken gerekend.

Dus horen de corporaties niet te wachten met hun zelfreiniging tot de parlementaire enquêtecommissie in het najaar van 2014 met haar conclusies komt. Ze moeten terug naar de reden van hun bestaan.

Kan de commissie intussen ook nagaan hoe het kon dat de politieke omstandigheden werden gecreëerd die het mogelijk maakten dat sommige corporaties aan grootheidswaan gingen lijden.