Oefening in misleiding

De Amsterdamse recherche vangt criminelen met ‘toevallige’ verkeerscontroles Heel effectief, zeggen ze zelf Maar mag het ook?

Een agent houdt een auto st aande. De Amsterdamse recherche gebruikt zogenoemde dynamische verkeerscontroles voor gericht onderzoek. foto david rozing

correspondent amsterdam

„We mogen vaak meer dan we veronderstellen.” Met die woorden sluiten twee Amsterdamse rechercheurs een lezing over de zogenoemde dynamische verkeerscontrole af. Ze houden hun collega’s daarin voor dat ze onder het mom van verkeerscontroles recherchewerk doen. Of, in hun eigen woorden: „Verkeerscontroles worden uitgevoerd met een opsporingsbril op.”

Het is een effectieve recherchestrategie, zeggen ze. Er zijn vuurwapens, drugs en grote hoeveelheden cash mee onderschept. Er zijn criminelen mee aangehouden en er is veel informatie over hen verzameld. En de strategie is – na „vraagtekens” bij de recherche, en „enige verwondering” bij het Openbaar Ministerie – houdbaar gebleken voor de rechter.

De rechercheurs stellen op grond van jurisprudentie vast dat, zolang de agenten in kwestie maar beginnen met vragen naar rijbewijs en autopapieren, de rechter in de regel de informatie die daarna is verzameld als bewijs accepteert. Immers: vragen staat vrij – een sleutelzin in de brochure die van de lezing is gemaakt.

De brochure dateert uit 2012 en is opgesteld door twee rechercheurs van het bureau zware criminaliteit van het Amsterdamse korps. Daar hebben ze de methode sinds 2004 ontwikkeld. De Nationale Recherche heeft les gekregen in de dynamische verkeerscontrole, net als de korpsen Noord-Holland Noord, Rotterdam-Rijnmond, Twente en Hollands-Midden – dat was de stand in 2012, toen de politiekorpsen nog niet waren omgesmeed tot één nationale politie.

Een woordvoerder van de nationale politie zegt desgevraagd dat de brochure nog altijd beschikbaar is via het politiekennisnet en dat de nationale politie in beginsel de beproefde methoden van de korpsen heeft overgenomen. Wel zegt hij dat de nationale politie nu expliciet aan het Openbaar Ministerie heeft gevraagd of de methode nog altijd houdbaar is. Het parket-generaal laat daarover weten dat „per casus” wordt getoetst of „een zogenoemde ‘dynamische verkeerscontrole’ binnen de wettelijke regels valt”.

De methode houdt in dat de politie een verkeerscontrole organiseert die geen verkeerscontrole is, maar een als „toevallige verkeerscontrole” vermomd, gericht rechercheonderzoek. Essentieel daarbij is dat de bestuurder en andere inzittenden vrijwillig toestemming geven voor fouillering van henzelf en doorzoeking van de auto.

De instructie is één grote oefening in misleiding. De setting is die van een verkeerscontrole, maar de rechercheurs raden in hun brochure aan de bestanden die doorgaans worden gebruikt bij ‘echte’ verkeerscontroles vooral niet mee te laten draaien bij deze acties, „omdat dergelijke bestanden hits opleveren die niet binnen onze doelstelling passen”.

Grofweg 80 procent van alle gecontroleerde personen geeft direct toestemming voor fouillering en doorzoeking, het overgrote deel doet dat na een tweede uitleg en enig aandringen alsnog. Ervaring leert dat „wanneer je op een ontspannen toon uitlegt dat je deze grondige controle doet om Amsterdam veiliger te maken, ook voor de bestuurder en inzittenden van de auto, je over het algemeen welwillend tegemoet wordt getreden”.

En dan kan zelfs gebeuren wat de rechercheurs niet helemaal kunnen duiden: ook mensen die wel degelijk drugs of wapens of grote hoeveelheden cash bij zich hebben, geven toch toestemming voor een doorzoeking. Misschien zijn ze „overdonderd”.

Was dat ook het geval bij de verdachte Albanees die gistermiddag voor de rechtbank van Amsterdam verscheen? Hij werd op in april aangehouden in de wijk Osdorp, in een gehuurde Toyota. Bij doorzoeking van de auto troffen ze een kilo cocaïne aan.

Op de vraag of hij drugs of wapens bij zich had, schudde de bestuurder van nee en hij wees daarbij volgens de verbaliserende rechercheurs op zijn lichaam alsof hij wilde zeggen: fouilleer me maar. Bij doorzoeking van de auto troffen ze een kilo cocaïne aan.

Op grond van hun ervaring hebben de rechercheurs een rijtje kenmerken opgesteld hoe de crimineel te herkennen valt. Voor en tijdens de controle hebben ze contact met een backoffice, waar collega’s bestanden vergelijken met de antwoorden die de inzittenden geven.

De politie, zegt ze met nadruk, mag ‘gewoon’ deze vragen stellen. En toestemming betekent volgens de politie een rechtmatige fouillering. „Dit gaat zelfs op voor de gevallen waarin later bleek dat de basisbevoegdheid op grond waarvan toestemming was gevraagd, onterecht was toegepast. Toestemming is toestemming.”

De verkeerscontroles ‘met de opsporingsbril’ zijn niet onomstreden. De wettelijke basis voor de methode ligt in een combinatie van de Wegenverkeerswet en de Wet op de identificatieplicht. Advocaat Maarten Pijnenburg, die gistermiddag de Albanees bijstond, vindt „dat de wegenverkeerswet wordt misbruikt voor opsporing.”

In de brochure schrijven de rechercheurs dat „sommige zaken die voortkomen uit de dynamische controle tegen de grens van het juridisch toelaatbare aanzitten”. Zij raden hun collega’s aan „een officier van justitie te zoeken die het inzicht en de durf heeft die grenzen te verkennen”.

Op de zitting stelde Pijnenburg dat zijn cliënt Nederlands, Engels noch Duits spreekt en dus niet, zoals de politie beweert, ‘natürlich’ kan hebben geantwoord op de vraag of de agenten de auto ‘kontrollieren’ mochten. De officier van justitie kon zich niet voorstellen dat agenten daarover in een proces-verbaal zouden liegen. Maar zelfs als er een taalprobleem was geweest, dan had de Albanees toch „een vorm van toestemming gegeven”, vond de officier, door naar Nederland te komen zonder een gangbare taal te spreken, zijn armen te spreiden toen de agenten aanstalten maakten hem te fouilleren en niet te protesteren toen zij de auto begonnen te doorzoeken.