Krimppijnen in het heuvelland

Bestuurders in Limburg leren omgaan met de nieuwe werkelijkheid. „Zoals je groei moest plannen, zo moet je ook krimp plannen.”

Kopers gezocht voor een nog te bouwen villawijk in Schimmert. Foto Merlin Daleman

Op een zacht glooiende heuvel is een kluitje villa’s gebouwd. Ertussen liggen lege kavels waar het onkruid hoog is opgeschoten. De wegen zijn nog niet af. „Wij wonen hier letterlijk in het groen”, zegt Anthony Linckens cynisch. Sinds drie jaar woont hij met zijn zwangere vrouw Janine en een jong kind in een nieuwe wijk aan de rand van het dorp Vaesrade, in Zuid-Limburg.

Het gezin is ontevreden. „Wij kunnen niet genieten van wat we hebben gekocht. Wij kijken al drie jaar tegen onkruid aan. Terwijl wij wel al die jaren de gebruikelijke huizenbelasting betalen.” Samen met andere bewoners strijden ze tegen Nuth, de gemeente waartoe dit dorp behoort. Linckens: „De kavels worden niet verkocht. Daarom wil men nu huurwoningen bouwen. Dat is tegen de afspraken. Het wordt een andere wijk.”

De familie Linckens is een van de weinige jonge gezinnen in Vaesrade. Het villawijkje illustreert wat krimp kan aanrichten. Of liever gezegd: wat er gebeurt als je de gevolgen van de krimp, in combinatie met de economische recessie, onvoldoende inschat. „Er moest en zou in Vaesrade worden gebouwd”, herinnert Jacques van den Berg zich, wethouder in de gemeente Nuth. „Weinig mensen hadden het nog over krimp.” Hij rijdt door het wijkje in Vaesrade. „Ik had graag gezien dat het klaar was. Dit is vijf keer niks. We denken nu creatief mee met de projectontwikkelaar voor andere invullingen.”

Slechts langzaam is het de laatste jaren tot bestuurders, projectontwikkelaars en bewoners in Limburg doorgedrongen dat er iets heel wezenlijks is veranderd. „De grootste fout die bestuurders maken, is dat ze in groei blijven denken. Zoals je groei moest plannen, zo moet je ook krimp plannen. Dat vergt een compleet andere mindset”, zegt Ronald Rovers, lector aan de Hogeschool Zuyd in Maastricht. Hij kwam onlangs in het nieuws met zijn stelling dat Limburg nog steeds te veel nieuwbouw neerzet. De doelstelling van de provincie voor 2011 was de afname van het woningbestand met 495 woningen. In werkelijkheid kwamen er 1.650 woningen bij. „Dat is niet slim”, aldus Rovers. „Limburg is af. We moeten alleen nog verbeteren en veranderen.”

Krimpen doet pijn. Je kunt het, zeggen betrokkenen, vergelijken met een rouwproces. Het is lastig om niet meer te groeien, als je daar decennia lang aan gewend bent geraakt en je je als samenleving ten doel hebt gesteld die groei te accommoderen. „Honderd jaar geleden was groei een grote ramp”, zegt socioloog Nol Reverda, wetenschappelijk directeur van NEIMED, het Nederlands Kennisinstituut Maatschappelijke Effecten Demografische Krimp. „Langzaam hebben we geleerd die groei keurig te plannen.” Probeer dan maar mentaal om te schakelen. Hoe noodzakelijk dat ook is, aldus Reverda, die er in zijn boekje Krimp, het nieuwe denken een uitspraak van Albert Einstein bij haalt: „Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt.”

Zuid-Limburg heeft te veel woningen. Die moet je slopen of „aan de woningmarkt onttrekken”, zegt directeur Peter Bertholet van Parkstad Limburg, het samenwerkingsverband van gemeenten waartoe Nuth behoort. Als je niet sloopt, doceert hij, krijg je leegstand. Leegstand leidt tot waardedaling van het overblijvende vastgoed, en tot verminderde leefbaarheid, zeg maar verloedering. „Dan krijg je een neerwaartse spiraal en dat willen we uiteraard voorkomen”, zegt Bertholet.

Parkstad Limburg kwam acht jaar geleden tot de ontdekking dat er plannen voor de bouw van duizenden woningen waren waar helemaal geen behoefte aan was. Bertholet: „Toen zijn we regie gaan voeren.” Dat lukt aardig. „Geen enkele regio heeft het zo goed voor elkaar als wij.” Er worden in dit gebied jaarlijks vijfhonderd woningen gesloopt. „Meer dan we bij bouwen.” De leegstand lag vijf jaar geleden boven de 5 procent en is nu gedaald tot onder de 4 procent.

Slopen is niet altijd eenvoudig. In grotere steden als Heerlen kunnen woningcorporaties nog wel eens besluiten een flat met met veel huurwoningen te slopen, maar hoe breng je particulieren tot zo’n besluit? In Nuth is tweederde van alle huizen particulier eigendom. „Veel mensen krijgen hun huis niet verkocht”, zegt wethouder Jacques van den Berg, rijdend door een straatje waarin het ene na het andere huis te koop staat. „Die blijven dus zitten.” Hij ziet uiteindelijk maar één oplossing. „Een opkoopregeling.”

Iets anders: wat doe je met grond die in „de goede tijd” is verkocht aan een projectontwikkelaar om er huizen te bouwen? Grond die in het bestemmingsplan al een woonfunctie heeft gekregen? Directeur Bertholet van Parkstad Limburg: „Projectontwikkelaars gaan door de crisis niet bouwen. Maar dat moet ook in de toekomst niet gebeuren. Om regie te houden, is een zogenaamde structuurvisie gemaakt. We hopen hiermee een halt toe te roepen aan willekeurig bouwen in de regio.” Of je de bestemming wonen er dan weer af kunt halen? „Met steun van het Rijk gaan we ervan uit dat dit lukt.”

Ook in Nuth wordt nieuwbouw afgeremd. Aan de rand van het dorp Schimmert ligt een groot bouwterrein, begroeid met gras en doorsneden met zanderige paden. Hier, in het Beekerpark, zouden enkele tientallen duurdere huizen worden gebouwd. Langs de provinciale weg staat een bord ‘Realiseer hier uw droomwoning’. Maar de gemeente Nuth steekt er voorlopig geen energie meer in. „Wij gaan daar nu geen straten en riolering aanleggen”, zegt Frank Arets, manager ruimte en samenleving in Nuth.

Het zou natuurlijk mooi zijn als het slopen gepaard ging met de bouw van nieuwe huizen waar de vergrijzende bevolking van Zuid-Limburg wél behoefte aan heeft: appartementen, leeftijdbestendige woningen. En wat zou het ook mooi zijn als bij de sloop tevens een „transitie” wordt gemaakt naar energiezuinige woningen, zoals in Kerkrade gebeurt. Of naar huizen voor nieuwe doelgroepen. „Studenten uit Aken”, suggereert Bertholet.

Vooralsnog is het gewoon vechten tegen de leegstand. Wethouder Van den Berg uit Nuth rijdt langs een school die volgend jaar wordt gesloten wegens gebrek aan kinderen. En langs de school die al is gesloten. Het aantal kinderen op basisscholen in de gemeente daalt de komende jaren structureel met eenderde. „Dat is niet merkwaardig als je bedenkt dat het geboortecijfer hier veel lager ligt dan gemiddeld in Nederland”, zegt Van den Berg. Veel jongeren uit de gemeente gaan elders studeren en blijven vervolgens weg. „Ze krijgen wel kinderen. Maar niet hier.”