Het corruptieweb in de Spaanse PP

Morgen reageert premier Rajoy in het parlement op het corruptieschandaal binnen zijn partij. Een klokkenluider vertelt hoe het eraan toeging.

Mariano Rajoy Foto AFP

Eén gemeentepoliticus met gewetenswroeging. Meer was er niet nodig om het corruptieschandaal te ontketenen dat de Spaanse regeringspartij Partido Popular sinds een halfjaar op haar grondvesten doet schudden.

De man heet José Luis Peñas, voormalig PP-raadslid uit Majadahonda, een voorstadje van Madrid. Hij onthulde in 2007 een praktijk van illegale partijfinanciering binnen de PP. „Toen ik er achterkwam, wist ik meteen dat ik hierover niet kon zwijgen. Het is je plicht als burger een misdrijf aan te geven”, vertelt Peñas in het gemeentekantoortje van de Madrileense buitenwijk Aravaca, waar hij werkt sinds zijn vertrek uit de politiek.

Peñas’ verhaal begint in 2005. Samen met een ander raadslid wordt hij uit de gemeenteraadsfractie van de PP gezet, omdat hij vraagtekens zet bij de lokale verkoop van een stuk grond. Hierna zoekt hij via een vriendin contact met Francisco ‘Paco’ Correa. Dat is een zeer invloedrijke figuur binnen de partij, een boezemvriend van ex-premier José Maria Aznar (1996-2004). Correa plande veel van Aznars campagnebijeenkomsten en organiseerde ook de bijna koninklijke bruiloft van diens dochter in het Escorial kloosterpaleis. „Correa had binnen de PP meer te zeggen dan menig minister.”

Correa raadt Peñas aan een eigen partij op te richten en belooft te helpen met het aantrekken van fondsen. De twee beginnen elkaar regelmatig te zien en op een decemberdag in 2005 zit Peñas in een van de twee suites die Correa permanent huurt in een Madrileens vijfsterrenhotel. Daar hoort hij hem een telefoongesprek voeren waarin duidelijk wordt hoe Correa zichzelf en de partij helpt bedruipen. „Het ging over miljoenen. Schaamteloos.”

Twee jaar lang neemt hij heimelijk ontmoetingen met Correa op met een stemrecorder. Het levert tachtig uur op aan gesprekken over een conglomeraat van schaduwbedrijfjes. Correa en kompanen innen hiermee irreguliere partijgiften, vooral van de bouwsector. De ondernemers krijgen in ruil daarvoor invloed op wetgeving en grondtransacties. Met het geld betaalt Correa PP-campagnes en fêteert hij politici met snoepreisjes, luxeartikelen en maatpakken.

Als Peñas met zijn opnames naar de politie stapt, begint onderzoeksrechter Baltasar Garzón de zaak uit te pluizen. Het netwerk krijgt van de politie de codenaam Gürtel: het Duitse woord voor riem, zoals correa dat is in het Spaans. Garzón komt ver, maar wordt halverwege voor ambtsmisbruik aangeklaagd en uit zijn ambt gezet. Door deze afrekening door rechtse magistraten komt de affaire op een lager pitje.

Begin dit jaar laait de zaak toch weer op. De voormalige penningmeester van de partij, die aanvankelijk een bijrol leek te hebben gespeeld, blijkt de spil in het schandaal. ‘Gürtel’ was slechts een vertakking van een veel groter en ouder corruptieweb binnen de PP.

In de twee decennia dat penningmeester Luis Bárcenas de partijkas beheerde, spekte hij die met giften van ondernemers. Deze miljoenen worden deels uitgekeerd als zwarte toeslagen aan de partijtop, onder wie Rajoy. Bárcenas zit inmiddels in voorarrest en heeft besloten zijn schaduwboekhouding te openbaren.

Peñas spreekt van „een giftige cocktail” van drie belangrijke ontwikkelingen die corruptie zo wijdverspreid kon maken. Ten eerste de wetswijziging die de PP-regering van Aznar in 1998 doorvoerde, waardoor het mogelijk werd elk stuk land aan te merken als bouwgrond: een droom voor projectontwikkelaars. Lagere bestuurders profiteerden van de inkomsten die de bouwhausse opleverde. Hiermee konden ze allerlei leuke dingen doen voor de kiezer.

Ten tweede liberaliseerde Aznar de openbare diensten. Gemeenten en regio’s konden bijvoorbeeld de vuilnisophaal of de waterzuivering privaat aanbesteden. Dit leidde tot een opgezwollen semipublieke sector, waar voor vriendjes en partijgenoten duurbetaalde (nep)baantjes konden worden geschapen.

De derde factor was de toetreding tot de euro, waardoor de leenkosten voor Spaanse bedrijven en banken kelderden. Het land werd overspoeld met goedkoop krediet, wat de bouwwoede verder aanjoeg. „Uiteindelijk was ons groeiwonder een piramidespel.”

Dat spel dat kon ook zo ontsporen door de positie van de cajas, de regionale spaarbanken. Zij stonden onder politieke controle en verstrekten veel te enthousiast leningen. Hoe nauw die banden tussen cajas en politiek waren, heeft Peñas ook onthuld. Het PP-hoofdkantoor van Majadahonda was gevestigd in een appartement van de hoofdstedelijke Caja Madrid. De partij betaalde nooit huur, omdat de burgemeester en lokaal PP-leider ook in de bestuursraad van Caja Madrid zat.

Nadat hij naar buiten trad met zijn bandopnames, werd Peñas in Majadahonda met de nek aangekeken. Het stadje is een trouw PP-bastion. „Mensen noemden me verrader. Ik werd bedreigd en uitgescholden. Een keer spuugde iemand naar me, terwijl ik mijn tweejarige zoontje op de arm hield.”

De afgelopen jaren werden van corruptie verdachte politici regelmatig herkozen – zeker die op rechts. De PP en Rajoy lijken er van uit te gaan dat de loyale rechtse kiezer de partij niet laat vallen. Peñas gaat morgen daarom niet kijken naar het optreden van Rajoy in het parlement, zegt hij. „Ik verwacht alleen maar ontkenningen en leugens. De premier is een schaamteloze figuur.”

De vraag bij volgende verkiezingen wordt of dit schandaal tot een cultuuromslag leidt. De affaire is politiek extra brisant, omdat het inklappen van de vastgoedsector al vijf jaar economische malaise veroorzaakt.

José Luis Peñas krijgt langzaamaan meer positieve reacties op zijn klokkenluiden, ook van PP-stemmers. „Mensen krijgen door dat het niet een paar corrupte schooiers waren die de PP misbruikten voor persoonlijk gewin. Maar dat de hele PP jarenlang Spanje uitgemolken heeft.”