Hard oordeel over Manning

De rechter in de zaak tegen Bradley Manning beschouwt het lekken van informatie als spionage. Dat heeft gevolgen voor andere klokkenluiders.

Bradley Manning verlaat de rechtszaal na zijn veroordeling. Foto Reuters

Hoewel het vonnis genuanceerder was dan verwacht, is de uitspraak van de militaire rechtbank op Fort Meade in Maryland tegen Bradley Manning een waarschuwing aan Amerikaanse klokkenluiders. Op lekken van geheime overheidsinformatie staat een zware gevangenisstraf. Vandaag beginnen de zittingen over de strafmaat, het kan al met al 136 jaar cel worden.

Hij werd vrijgesproken van de belangrijkste aanklacht, het ‘hulp bieden aan de vijand’. Wel werd hij schuldig bevonden aan de meeste andere aanklachten, zoals spionage en het stelen van militaire informatie. Manning had bij tien minder belangrijke aanklachten schuld bekend, in een poging de uiteindelijke celstraf lager te doen uitkomen.

Manning (25), volgens zijn superieuren een talentvol inlichtingenofficier, kwam in gewetensnood in Irak, waar hij in 2009 door het Amerikaanse leger naartoe werd gestuurd. Hij zag hoe het leger oorlog voerde, terwijl er nauwelijks betrouwbare informatie beschikbaar was.

Manning, die eenzaam was en worstelde met zijn homoseksualiteit, kwam op internet in contact met Wikileaks-oprichter Julian Assange. Hij verzamelde ruim 700.000 documenten over de oorlog, en stelde die beschikbaar aan Wikileaks. Hier zaten onder meer beelden bij van een luchtaanval op Bagdad in 2007, waarbij acht mensen omkwamen, onder wie twee journalisten van Reuters. Manning is voor het lekken van deze beelden, die een schok veroorzaakten in Amerika,vrijgesproken.

De rechtszaak tegen Bradley Manning kreeg de afgelopen maanden in de VS opvallend weinig aandacht. Toch zien voorstanders van bescherming van klokkenluiders de zaak als een cruciale test. Wikileaks noemde de uitspraak gisteren „een bijzonder ernstig precedent bij het geven van informatie aan de pers”.

De uitspraak kan belangrijk worden in toekomstige zaken tegen klokkenluiders. Zo probeert de Amerikaanse regering Edward Snowden uitgeleverd te krijgen, zodat hij berecht kan worden. Snowden lekte informatie aan The Washington Post en The Guardian over de manier waarop de National Security Agency (NSA) massaal internet- en telefoongegevens verzamelt.

De rechter oordeelde dat het lekken van documenten als spionage kan worden gezien. Dat kan gevolgen hebben in een rechtszaak tegen Snowden, al zal hij, anders dan Manning, niet voor een militaire rechtbank verschijnen. Aan de andere kant is Manning niet door de rechter als landverrader bestempeld. De militaire aanklager eiste een levenslange celstraf omdat de informatie die Manning aan Wikileaks gaf, ook in handen van Al-Qaeda zou zijn gevallen. Op die manier zou Manning zich schuldig hebben gemaakt aan het ‘hulp bieden aan de vijand’, een vergrijp waar een levenslange celstraf op staat.

Dat de rechter deze redenering niet volgt, kan het volgens sommige juristen moeilijker maken voor de Amerikaanse overheid om klokkenluiders te vervolgen. Zo zei hoogleraar Rechten Yochai Benkler (Harvard) „de gevaarlijkste aanval sinds decennia op onderzoeksjournalistiek en persvrijheid op het gebied van nationale veiligheid is afgeslagen”.

Daar staat volgens Benkler, die tijdens het proces voor Manning getuigde, tegenover dat sinds gisteren duidelijk is dat klokkenluiders nog altijd een hoge prijs betalen voor hun daden. Voor Manning zelf zal deze discussie weinig uitmaken, omdat hem waarschijnlijk nog vele tientallen jaren celstraf wachten. Maar het zou in een rechtszaak tegen Snowden en andere klokkenluiders van belang kunnen zijn.

The New York Times onthulde eerder deze maand dat de regering van Barack Obama al vanaf 2009 een harde campagne voert tegen klokkenluiders. In Obama’s eerste termijn zijn al zes mensen vervolgd wegens het lekken van geheime overheidsinformatie, drie meer dan onder alle presidenten voor hem.

In de laatste vier jaar van het presidentschap van George W. Bush (2001-2009) had het ministerie van Justitie 153 zaken in behandeling van mensen die overheidsinformatie hadden gelekt. In twaalf gevallen deed de FBI hierna onderzoek. Nooit kwam het tot een vervolging, of veroordeling (twee zaken zijn met vertraging later alsnog vervolgd).

Obama’s regering ziet het lekken van geheime informatie als een groot gevaar voor de staatsveiligheid. Zo staat oud-CIA-medewerker Jeffrey Sterling nu terecht. Hij zou geheime informatie hebben geleverd aan onderzoeksjournalist James Risen van The New York Times. Risen moet van de aanklagers nu openbaar maken wie de bron was van zijn boek over Amerika’s pogingen het atoomprogramma van Iran tegen te houden.

Risen weigert, met een beroep op de Grondwet, die persvrijheid en vrijheid van meningsuiting garandeert. Een rechter vernietigde dat argument eerder deze maand. Risen riskeert nu, als hij blijft weigeren zijn bron te onthullen, een gevangenisstraf.