Column

Frans en Willem

Na de tweede keer aanbellen gaat de brievenbus op een kier. Door de gleuf steken vier magere, gerimpelde vingers.In dit huis zou volgens de media een ‘dikke, vieze man’ wonen. Een ‘vieze vetklep’, volgens GeenStijl. Zondag hadden brandweermannen in blauwe chemiepakken, gemaskerd, dit huis in Rotterdam-West betreden en de bewoner meegenomen naar het ziekenhuis.

„Wat moeten jullie allemaal!”, klinkt het vanachter de voordeur. „Laat me met rust!”

‘Het witte dorp’ heet de wijk. „Maar zo wit is het hier niet meer”, zegt Ria, rokend bij de klikobak. Ze is de achterbuurvrouw. „Niemand staat meer voor elkaar klaar.”

Die vingers, zegt ze, zijn van een 91-jarige, dementerende man. Hij woont er samen met zijn twee zoons. Willem, 61 jaar en verstandelijk beperkt, die het huishouden doet. En de zwaarlijvige Frans, 52 jaar, met down. „Ligt de hele dag met een duim in z’n mond.”

Bij háár had Willem zondagochtend huilend aangebeld. ‘Frans heb pijn! Frans heb pijn!’ Ria was meegelopen en vond Frans naakt op de grond. Ze vouwt haar handen tot een grote cirkel. „Zulke verrottingsgaten, over z’n hele lichaam.”

Frans was van de bank gevallen. Willem had Frans willen wassen, Frans was gaan huilen, Willem was in paniek geraakt. ‘Hoelang ligt-ie hier al’, had Ria gevraagd. ‘Een week.’ ‘Had je niet eerder kunnen komen?’

Die chemiepakken waren nodig vanwege de giftige dampen. Beetje overdreven, vindt Ria. Goed, er had al zeventien jaar geen raam opengestaan en er hing een lijkenlucht. „Maar ik heb er toch ook een half uur gezeten. En die ouwe dan? Die zit er nog steeds.”

Ria neemt de telefoon op. Woningcorporatie Woonbron aan de lijn. Hoe het zit met Latifa van de overkant. Die zou toch elke dag schoonmaken bij Frans? Dat had de man van 91 gezegd. Ria schudt haar hoofd. „Latifa woont al lang ergens anders.”

Waarom Ria het zover heeft laten komen, vroeg RTV Rijnmond haar zojuist. Woedend: „Ja, hallo!”

Vroeger kwam Ria geregeld bij ze over de vloer. Willem deed er alles. Boodschappen, de afwas. Willem nam zijn moeder mee op een rollator naar de Bas van der Heijden. Na haar dood, een hartaanval bij de boekwinkel, reed hij een enkele keer met Frans erop. „Willem is een vrolijke, lieve jongen”, zegt Ria. „Maar het is echt een jongen. Geen man van 61.”

Willem komt ze nog vaak tegen, Frans had ze al twee jaar niet gezien. Ook de blonde vrouw van de thuiszorg kwam nooit meer. „Altijd vraag ik: Willem, hoe gaat het? Als er wat is kom je naar me toe, hè’. Altijd was het ‘ja, ja’. Maar ik heb ook mijn eigen huishouden, m’n man, m’n kinderen. Ze wilden gewoon geen hulp.”

De instanties, vindt ze, die hebben gefaald. Die hadden moeten zien dat het niet goed ging.

Deze vakantieperiode vervangen Ellen de Bruin en Freek Schravesande de vaste columnisten Margriet Oostveen en Arjen van Veelen.