Europa draait op Europese ambtenaren, niet nationale

De oplossing van Dennis de Jong (SP) voor Europa is onuitvoerbaar. Brussel zou in geruzie uiteenvallen, meent

Frans de Groot.

Het artikel van Europarlementariër Dennis de Jong (SP) over de ,,zielige EU-ambtenaren’’ (Opinie & Debat, 27 juli) was genuanceerder dan de titel deed vermoeden.

Europese beleidsambtenaren verdienen inderdaad meer dan hun nationale tegenvoeters. En je kunt je inderdaad afvragen of mensen na dertig jaar Brussel of Luxembrug nog steeds recht hebben op een ‘ontheemdingstoeslag’.

Ten slotte is zijn pleidooi dat de Commissie zich meer bezig zou moeten houden met toezicht op de naleving van bestaande wetgeving en minder met nieuwe regels alleszins verdedigbaar, al was het maar om het beeld van de EU als een ongrijpbare en oncontroleerbare bemoeial te bestrijden.

Op andere punten kan ik De Jong echter minder goed volgen. Bijvoorbeeld waar hij rept van de zielige en gefrustreerde ambtenaren die ‘gehaat’ worden en dan maar veel geld eisen om toch nog iéts leuks te hebben.

Ik werk al 26 jaar voor het Europees Parlement, maar van frustratie onder collega’s over ons droeve lot is mij nooit iets gebleken, en ik vraag mij dan ook af of De Jong het niet meer over zijn eigen frustratie heeft.

Wat de verguisde salarissen betreft: in Luxemburg (waar 9.500 EU-ambtenaren zijn gestationeerd) worden vandaag de dag assistenten aangeworven voor een salaris dat enkele tientallen euro’s boven het wettelijk minimumloon ligt. Samenwonen met collega’s is voor hen de enige oplossing om woonruimte te kunnen betalen.

De beleidsambtenaren verdienen inderdaad uitstekend, maar in de lagere salarisschalen is de situatie heel wat minder rooskleurig. De ervaring wijst dan ook uit dat Nederlanders voor de lagere functies niet meer bereid zijn naar Luxemburg te komen omdat hun besteedbaar inkomen in een eerste baan in eigen land niet of nauwelijks lager ligt.

Mijn meest fundamentele kritiek heeft betrekking op De Jongs oplossing voor het zijns inziens te grote corps van EU-beleidsambtenaren. Hij wil dat gedeeltelijk vervangen door gedetacheerde nationale ambtenaren. De Jong schuwt het cliché niet dat hierdoor „de kloof met de burger zal worden verkleind”. Wellicht denkt hij dat nationale ambtenaren goedkoper zijn, wat geenszins zeker is omdat ook voor hen toeslagen gelden zodra zij naar het buitenland worden gezonden.

Een belangrijker aspect dat De Jong achterwege laat is dat detachering van nationale ambtenaren niet te overziene consequenties zou kunnen hebben: als de vormgeving en uitvoering van Europees beleid al dan niet gedeeltelijk in handen wordt gelegd van nationale ambtenaren die hun marsorders dagelijks uit Den Haag, Athene of Vilnius ontvangen, dan betekent dit hoogstwaarschijnlijk dat de in crisistijd toch al niet zo slagvaardige EU volledig lam zal worden gelegd door een onderling ruziënd, gepolitiseerd ambtenarenapparaat waarbinnen 28 nationale belangen om voorrang strijden, en de meerwaarde van een gezamenlijk optrekken volledig uit het oog zal worden verloren.

Met andere woorden, dan wordt de bijl gelegd aan de wortel van waar de EU voor staat, maar misschien is dat wel precies waar de SP naar streeft.

Frans de Groot is hoofd van de Nederlandse vertaalafdeling van het Europees Parlement. Hij reageert op persoonlijke titel.