Er blijft werk aan de wijk

Het grootste risico dat een rapport als Werk aan de wijk oproept, is dat openbaar bestuurders concluderen: laat ook maar. Investeren in achterstandswijken, het heeft blijkbaar geen zin. Ze gaan er toch niet op vooruit, althans niet meer dan de buurten die geen extra aandacht krijgen. Want dat is de slotsom van het gisteren verschenen onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Bestuurders die de moed niet willen opgeven, zouden kunnen teruggrijpen naar een rapport dat vorige maand uitkwam. In Onderscheid in leefbaarheid signaleerde het bureau Rigo Research en Advies dat de „leefbaarheid zich het positiefst heeft ontwikkeld in de 40 aandachtswijken”.

Bestuurders kunnen ook wijzen op het magazine Wijken in uitvoering, van oktober 2012, en naar het voorwoord waarin toenmalig minister Spies (Binnenlandse Zaken, CDA) schreef: „We zien een opgaande lijn.” Diezelfde maand gaf het Centraal Bureau voor de Statistiek, qualitate qua belast met het noteren van de kale feiten, de Outcomemonitor Wijkenaanpak uit. Het CBS: „Er valt veelal niet in één woord te zeggen of de achterstand van de wijken op het stedelijk gemiddelde kleiner wordt.”

Er is dus ook wel iets te zeggen voor: minder rapporten.

In eerder genoemd voorwoord merkte minister Spies op: „Maar om de echte problemen op te lossen en de leefbaarheid daadwerkelijk te verbeteren, is een commitment van de partners voor 10 jaar nodig.” Zij maakte wel deel uit van een kabinet, Rutte I (VVD en CDA), dat zelf financieel was afgehaakt en de afgesproken termijn van tien jaar voor de aanpak van de wijken niet nakwam. Er heerste inmiddels een financiële crisis, er moest worden bezuinigd.

In de loop van de jaren kregen verwaarloosde buurten steeds een ander stempel. Ze werden van achterstandswijken tot aandachtswijken tot krachtwijken. Ook wel Vogelaarwijken genoemd, naar de PvdA-minister die in 2007 voor de nieuwe aanpak stond. Steeds weer ander jargon; dat pleegt in het algemeen niet aan effectiviteit van het beleid bij te dragen.

Het werk aan de wijken is nog lang niet klaar; het zal nooit voltooid zijn. Het is een primaire taak van gemeentebesturen en, waar veel sociale woningbouw staat, van woningcorporaties. Het Rijk kan er bij behulpzaam zijn, maar dirigisme vanuit Den Haag helpt niet.

Kijk nog eens naar de nuchtere aanpak uit de jaren zeventig en tachtig, de periode van stadsvernieuwing en renovatie. Van primaire aandacht voor de fysieke ruimte: woningen, scholen, winkels. En verder is het hopen op economisch herstel. Dat heeft gewoonlijk meer positief effect dan welke maatregel ook.