...echt ‘eerlijke kleding’ bestaat niet

Je loopt een warenhuis binnen. Aan een stang met klerenhangers zie je een mooi, goedkoop T-shirt. Maar op het labeltje staat: Made in Bangladesh.

Laat je, bijna honderd dagen na het instorten van een Bengaalse kledingfabriek waarbij duizend arbeiders omkwamen, dit shirt liggen?

Op het lipje van de blouse ernaast staat Made in Pakistan. Alweer een slik. Want in Pakistan kwamen vorig jaar meer dan driehonderd werknemers om bij een fabriekbrand. En de blouse aan de volgende hanger is Made in China. Het land waar vorig jaar veertien kledingwerkers omkwamen bij, alweer, een brand.

Wat kun je doen als je géén kleding wilt kopen die onder slechte arbeidsomstandigheden in een onveilige fabriek is gemaakt?

In de winkel zijn geen kleren te koop helemaal eerlijk zijn gemaakt. Dat verzekert Niki Janssen van de Clean Clothes Campaign, een organisatie die strijdt voor een betere kledingindustrie. „Als er op je shirt Made in Cambodja, Vietnam of Bangladesh staat, is de kans groot dat het onder slechte omstandigheden is gemaakt”, zegt Janssen. En als het er niet op staat, is er altijd wel een rits of een knoop aan het kledingstuk waarvoor dat geldt.

Wel zijn er merken die eerlijk proberen te zijn. Die sluiten zich bijvoorbeeld aan bij de Fair Wear Foundation, een stichting die de arbeidsomstandigheden voor kledingwerkers probeert te verbeteren. Op de website van Fair Wear staan de merken die meedoen, waaronder een aantal bekende zoals het luxe McGregor.

Is dat dan een eerlijk merk?

„Nou”, zegt woordvoerder Martin Curley van Fair Wear, „niet helemaal”. De merken van Fair Wear zijn niet gegarandeerd goed, legt hij uit. Fair Wear helpt merken bij het bestrijden van uitbuiting. Vaak zijn interne bedrijfsprocessen daarvan de oorzaak, zegt Curley. Hij geeft een voorbeeld: een merk dat op het laatste moment van ontwerp verandert, maar wel wil dat de deadline wordt gehaald. Dat zorgt ervoor dat arbeiders uren moeten overwerken.

Fair Wear-merken die hier niet genoeg maatregelen tegen nemen, worden uit het ledenbestand verwijderd. Het overkwam naar verluidt kledingmerk Gsus, al wil Martin Curley dat niet bevestigen.

In steeds meer winkels en webshops zijn ook fairtradekleren te vinden. Dit zijn meestal kleinere, duurdere merken die zich hebben gespecialiseerd in duurzame mode. Zo claimt het Nederlandse jeansmerk Kuyichi dat het ‘een eerlijke productielijn’ heeft, en ‘werkt aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden in fabrieken’. In de praktijk valt dit echter vaak tegen. Twee jaar geleden bleek uit onderzoek van deze krant dat Kuyichi lang niet zo groen is als het zich voordoet. De spijkerbroeken komen uit fabrieken die niet kunnen aantonen dat zij goed voor hun werknemers zorgen.

Sommige merken halen hun productie helemaal terug naar Nederland. Ontwerper Ellen Willink verkoopt haar kleding via een webshop en laat de collectie deels produceren in sociale werkplaatsen. Ook andere bedrijven doen dat.

Maar zelfs dan is niet uit te sluiten dat de kleding niet op verantwoorde wijze is geproduceerd, zegt Lynsey Dubbeld, schrijfster van een boek over verantwoorde kleding. „Je kunt een label wel hier in een sociale werkplaats laten maken, maar dat kan nog steeds betekenen dat de katoen door kindertjes in India wordt geplukt.”

Voor de grote winkelketens zijn er vergelijkingswebsites, die proberen te beredeneren in welke winkel je de eerlijkste kleren kunt kopen. Bij deze rankinglijstjes zijn wel vraagtekens te plaatsen. Wie bijvoorbeeld het merk Jack&Jones invoert op Goedewaar.nl, ziet dat het merk slechts een halve ster scoort (van de vijf sterren). Voer je hetzelfde merk in op Rankabrand.nl, een andere vergelijkingssite, dan scoort Jack&Jones juist hoog. Volgens Niki Janssen komt dat doordat deze sites allemaal hun eigen criteria hebben. Bovendien verstrekken veel merken onvoldoende betrouwbare informatie.

Als je écht zeker wilt weten dat je T-shirt niet onder slechte omstandigheden is gemaakt, kun je eigenlijk maar één ding doen: geen kleding kopen. Daar help je de mensen uit Bangladesh niet mee. Janssen: „Dan hebben ze helemaal geen werk meer.” Dat zei onlangs minister Ploumen (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) ook. „Een boycot lost niets op. Er werken in Bangladesh vier miljoen mensen in de textiel.”