Column

Duitsers werken door

Duitse pompbediende (74) in ‘Nieuwsuur’ (NOS/NTR)

Het gaat heel goed met Nieuwsuur (NOS/NTR). Sinds de samenvoeging van NOVA, Den Haag Vandaag en de avondedities van NOS Journaal en NOS Sport, in 2010, speelt het dagelijkse nieuwsprogramma in de eredivisie van de tv-journalistiek.

Maar het kwaliteitsverschil met de andere actualiteitenrubrieken was de eerste jaren gradueel en soms zelfs afwezig. De belofte van de eerste hoofdredacteur Carel Kuyl, dat Nieuwsuur „een vanzelfsprekende en onmisbare parel aan de kroon van de publieke omroep” zou worden, begint pas onder leiding van zijn opvolger Joost Oranje bewaarheid te worden.

De kracht zit vooral in de buitenlandreportages, waar een fatsoenlijk budget voor vrijgemaakt lijkt te zijn. Dat betaalt zichzelf terug.

Nieuwsuur bood al geruime tijd een op de huidige Nederlandse televisie vrij uniek venster op de wereld, maar de specials snijden steeds meer hout. De reportage van Nicole le Fever en Minka Nijhuis afgelopen zaterdag uit het nieuwe Birma kun je zo over de hele wereld aan andere publieke zenders verkopen. Niet eerder zagen we de pompeuze leegte van een parlement, waarin oppositieleider Aung San Suu Kyi ingekapseld wordt, en afgesloten dreigt te raken van het volk dat haar steeds minder enthousiast lijkt te steunen.

Deze week zijn er in de aanloop naar de Duitse verkiezingen zes reportages van Dieuwke van Ooij en Holger Fritsche uit het zo onbekende land naast ons. Onder het motto Alles klar?! wordt steeds uit een andere deelstaat een onderwerp belicht. Gisteren was dat in Noordrijn-Westfalen de penibele financiële positie van veel ouderen, die soms flessen moeten verzamelen om rond te komen. De pensioenen zijn mager, als je niet steeds heel goed hebt verdiend. En er is nog geen Henk Krol of Jan Nagel.

Wel maken we kennis met een 74-jarige pompbediende, een secretaresse in ruste die in gokhallen moet werken, en we ontmoeten een oude bekende, de onvermoeibare activist Günter Wallraff (70), aartsvader van alle undercoverjournalisten, die nauwelijks als zodanig wordt aangeduid.

Maandag lag daarentegen de nadruk op het succes van het Duitse bedrijfsleven, met name in Beieren. Het zou te maken hebben met familiebedrijven, die eerder naar continuïteit streven dan naar winstmaximalisering. En met de arbeidsvreugde van een werknemer die een sticker mag plakken op de door hem volledig alleen geproduceerde stoomoven. Geen arbeidsdeling, geen roofkapitalisme, wel altijd door blijven werken. Leerzaam!