Drie maal bang voor leven als de burgerman

De Parade, Utrecht, diverse voorstellingen. Gezien: 29/7. Inl: deparade.nl

Wat houdt een jonge generatie theatermakers bezig? Drie keer gezien op De Parade: angst voor een kleurloos burgermansbestaan. De Kofferband, Project Wildeman en De Dikke Vette Vier schetsen een dystopisch perspectief van eenheid en regelmaat. Hun helden breken eruit (Kofferband, Wildeman), of worden erdoor opgeslokt (De Dikke Vette Vier).

Woekerpolis van Project Wildeman biedt de meest abstracte verbeelding van het thema. De titel verwijst naar het bankwezen, maar met hun corporate uitdossing kunnen de vier acteurs uit elk soort bedrijf afkomstig zijn. Ze rappen, zingen en stotteren het koeterwaals van de kantoorklerk. Wat bij aanvang een geolied mechanisme lijkt, ontaardt in chaos, en de vier bevrijden zich met opzwepende percussie en diergeluiden. Eigenlijk zijn we allemaal primaten in pak.

In Knøck Knøck Båm Båm van de Dikke Vette Vier vertelt een Zweedse voice-over het verhaal van Mikael. Nick Bos, met hoedje en houthakkersblouse, zit prinsheerlijk voor zijn boshuis als zich, met een IKEA-bouwpakket, nieuwe buren aankondigen. Die hameren nummerbordjes op de gevel, plaatsen een rode brievenbus en zetten een krukje voor de deur. Elke ochtend gaan ze in eendere outfits naar het werk. Zo transformeert Mikaels bosidylle tot vinextirannie. Hij heeft geen andere keus dan meedoen: zelfde krukje, zelfde brievenbus, zelfde bloempot. Totdat de twee hem weer achterlaten, beroofd van zijn eerste, én zijn tweede identiteit. Dat geeft te denken, over sociale druk en authenticiteit, aanpassing en eenheidsworst, en IKEA.

Conventioneler, maar niet minder aanstekelijk is de muziektheatervoorstelling De ongelukkige Dag van de Kofferband. Hierin treffen we zeven man in uniform in een kantoorruimte; bureauklerken van een dictatoriaal regime. Hun dagen voltrekken zich volledig eender met het registreren en vernietigen van kunst. Elke dag zingen ze hetzelfde lied, met dezelfde uithaal van leadzanger/bureauchef Krisjan Schellingerhout, en drinken op hetzelfde moment allemaal één kopje koffie. Totdat Benjamin Moen er op een dag nog eentje neemt, met enorme verwarring tot gevolg. Moen neemt het publiek mee in zijn wilde dagdromen over vrijheid – ook hier aan de hand van een junglemetafoor. Hij dirigeert het orkest van zijn collega’s, en neemt uiteindelijk zelfs de lead over. Maar natuurlijk is die vrijheid vergankelijk.

Angst voor een kleurloos burgermansbestaan; het mag een wat voor de handliggend en particulier thema zijn voor jonge kunstenaars; deze drie groepen maken er in elk geval origineel en onderhoudend theater van.