‘Deze tieners staan voor onze tijd’

Regisseur Sofia Coppola baseerde The Bling Ring op ware gebeurtenissen. „Ik mag Paris Hilton heel graag.”

Alexis (Emma Watson) vindt een pistool tijdens een van haar inbraken.

Afwezige blik, verstrooide antwoorden die vaak korter zijn dan de vraag. Sofia Coppola (42) heeft de naam moeilijk interviewbaar te zijn: bijna net zo afstandelijk, minimalistisch en ongrijpbaar als haar films. En zij maakt dat waar in Cannes. Of ze het fijn vindt er terug te zijn, na eerder bezoeken met vader Francis Ford Coppola en met haar eigen film Marie Antoinette? „Ik ben erg blij hier terug te zijn, zeker met deze kids die hier voor het eerst zijn ... en zo ... weet je ...” De zin sterft weg, haar blik ook.

Het is een chaotische ambiance, de Moviestar Lounge in het Carlton Hotel: rechts van onze tafel zwermen opgefokte fotografen rond de trendy gecoiffeerde sterretjes van haar nieuwste film, The Bling Ring; links poseert Harry Potter-ster Emma Watson in een glamouroutfit. ‘De kids’, noemt Coppola ze: onervaren acteurs die ze tot groep smeedde in een ‘boot camp’ in de bossen en daarna uit shoppen stuurde in Los Angeles. „De romantiek van de inbraak moesten ze leren van films als The Thomas Crown Affair.”

The Bling Ring gaat over een in 2009 opgepakte bende welvarende teenagers uit The Valley, de uitgestrekte buitenwijken ten noorden van de Hollywood Hills. Geobsedeerd door roem, mode, uitgaan en blingbling plunderden ze met onthutsende gemak villa’s van beroemdheden als Paris Hilton, Orlando Bloom en Lindsay Lohan en maakten ze circa 3 miljoen dollar aan merkkleding, sieraden en accessoires buit. Op roddelsites zochten ze uit wanneer hun slachtoffers niet thuis waren.

Paris Hilton, wier sleutel gewoon onder de mat lag, beroofden ze vijfmaal voordat ze er zelf iets van merkte. Hilton treedt zelf even op in een nachtclubscène en stelde haar villa beschikbaar voor opnames: een narcistisch spiegelpaleis met overal haar portret, zelfs op de zitkussens van haar bank. Had Hilton er geen moeite mee dat ze voor gek wordt gezet, of beseft ze dat niet? Coppola: „Ik was nogal verbaasd dat we in haar huis mochten filmen, maar ze heeft een heel relaxte houding, veel humor en veel zelfspot. Ze speelt met haar popcultstatus. Ik mag haar erg graag.”

En uiteindelijk zijn het niet sterren die Sofia Coppola op de hak neemt in The Bling Ring, maar door tabloidcultuur geobsedeerde tieners. In Cannes benadrukt zij „niet te willen veroordelen” omdat „het kinderen waren, met onvolgroeide hersenen”, en dat ze „een verhaal dat typisch is voor onze tijd wilde laten zien vanuit hun perspectief”. Maar elders klonk ze meer alarmistisch: „The Bling Ring belichaamt wat fout loopt in onze cultuur. Kinderen worden overspoeld door reality-tv en tabloidprogramma’s, trashcultuur dringt de mainstream binnen.”

Ook in Cannes legt Sofia Coppola weinig mededogen aan de dag voor de tieners. Ze heeft bewust namen veranderd zodat ze „niet nog beroemder worden dan ze al zijn”. Ze liet personages weg of voegde ze samen, zoals een rijkeluismeisje dat de gettobitch uithangt („Ook zo typisch voor deze tijd”). Hun faam illustreert volgens Coppola dat we „allang leven in de wereld van Andy Warhol: door reality-tv krijgt iedereen die dat wil zijn 15 minuten roem, het geeft niet met wat.” Voor haar research sprak ze met twee leden van de bende: een niet nader genoemd meisje („over haar wil ik niet praten”) en Nicholas Prugo, ook hoofdpersoon van de film. „Hij heeft erg geholpen”, zegt Coppola. „Hoe het voelde, dat inbreken. Het detail dat ze bijna Paris Hiltons hondje stalen. Ik voelde voor hem wel empathie. Hij is homoseksueel, maar nog niet helemaal uit de kast. Hij wilde gewoon ergens bijhoren, zoals elke tiener.”

Een van de leden van de Bling Ring, Alexis Neiers, noemt haar film om die reden „trashy en inaccuraat”. Maar Neiers, zelf een marginale beroemdheid met een eigen realityshow, Pretty Wild, is dan ook een lachwekkend personage: tijdens haar proces verbijsterde ze de pers door haar straf een leermoment te noemen „om te groeien als spiritueel wezen” zodat ze „net als Angelina Jolie, maar groter” een liefdadigheidsinstelling zou kunnen leiden, of een natie. Neiers wordt voortreffelijk vertolkt door Emma Watson. Coppola: „Zij neemt haar volstrekt serieus, en dat moet ook, anders wordt het cartoonesk.”

Sinds Lost in Translation (2003) gaan Coppola’s films over leegte, verveling en vervreemding in het aquarium van de roem; The Bling Ring gaat over degenen die hun neus tegen het glas duwen, erbij willen horen, binnen willen dringen. Stalkers eigenlijk, het mensensoort dat een Hollywoodprinses als Coppola wel als natuurlijke vijand moet zien.

Wat haar echt fascineert, is het oplossen van grenzen en privacy. „Paparazzi en amateurs met mobiele telefoons filmen en fotograferen elke stap die beroemdheden buiten de deur zetten”, zegt Coppola. „En zelf twitteren ze dan ook nog eens wat ze voor hun ontbijt aten. Ze delen zoveel informatie, dat tieners zichzelf tijdens het inbreken kunnen wijsmaken dat ze bij een oude vriend op bezoek gaan.” Zelf twittert Coppola niet, noch gebruikt ze haar account op Facebook. „Dat hou ik maar zo, denk ik.”

De ironie van een première in Cannes, tijdens het filmfestival hoofdstad van de blingbling, ontgaat Coppola uiteraard niet. En dat op de dag van het interview bekend wordt dat inbrekers 1 miljoen euro aan sieraden stalen van juwelier Chopard, bedoeld voor sterren op de rode loper, maakt het alleen nog zoeter. Maar Coppola veert op bij de suggestie dat ze als chique fashionista – ze liep ooit stage bij Karl Lagerfeld, had een eigen kledinglijn, Milkfed, en ontwierp tassen voor Louis Vuitton – deel uitmaakt van diezelfde blingwereld.

„Modehuizen maken blingbling, maar ook kleding van zeer hoge kwaliteit, en met veel understatement.” En nee, ze is geen modefetisjist. „Mijn film Marie Antoinette draaide om elegante schoenen, jurken en cakes: dat zijn bouwstenen om een wereld van smaakvolle, decadente overdaad te recreëren. In The Bling Ring koos ik een verleidelijk en glossy kleurenpalet om invoelbaar te maken wat die kids zo aantrekt, en maakte dat langzamerhand duister en claustrofobisch. Maar ik hoop dat het duidelijk is dat de decadentie hier vulgair is en niets met schoonheid te maken heeft.”