Alledaagse problemen

Waar je niet aan doodgaat, maakt je sterker. Dat zeggen mensen graag als er iets heel vervelends gebeurt, zoals ontslagen worden, grote financiële problemen, ernstige ziektes of de dood van een geliefde. En het is ook wel logisch dat ze dat graag zeggen, want dan is er in elk geval nog iets positief aan de situatie. Maar is het waar?

Een beetje. In een onderzoek uit 2010 waren mensen die nog nooit iets heel ernstigs hadden meegemaakt slechter af in termen van angst, somberheid en stress, dan mensen die wel enige persoonlijke gruwelen hadden moeten doorstaan. Maar mensen die al heel vaak ernstige dingen hadden meegemaakt, waren er óók slechter aan toe. Ze waren er dan niet aan doodgegaan, maar sterker waren ze er ook niet door geworden.

Nu ging het in dat onderzoek om ernstige, grote problemen. Maar, dachten Amerikaanse psychologen, hoe zit het met kleine, meer alledaagse problemen? Iets lastigs op het werk. Ruzie. Spullen die stukgaan. Zijn dát dan de dingen waar je op den duur sterker van wordt?

De psychologen gebruikten voor hun artikel in het meinummer van Psychological Science gegevens uit een langlopend onderzoek onder honderden, voornamelijk blanke Amerikanen. Die beantwoordden in 1995 en 1996 acht dagen lang dagelijks vragen over problemen die ze hadden meegemaakt en over hoe ze zich voelden. Ook vulden ze vragenlijsten in over psychische gezondheid – en die vulden ze tien jaar later opnieuw in. Hadden ze moeite met slapen, eten, zich concentreren? Voelden ze zich waardeloos? Dachten ze veel aan de dood? Waren ze behandeld voor een stemmingsstoornis, of dachten ze zelf dat ze er een hadden?

De psychologen keken goed naar de antwoorden op vragen over alledaagse problemen. Het moesten gebeurtenissen zijn (‘vervelende collega zocht weer ruzie’), niet louter gevoelens (‘kutdag’). Die gevoelens vonden ze ook interessant, maar ze wilden weten of los daarvan het aantal vervelende gebeurtenissen de psychische gezondheid van mensen tien jaar later voorspelde.

Dat was zo, en het maakte mensen niet sterker. Hoe meer stress van alledaagse problemen mensen in 1995 en 1996 hadden, hoe meer psychische problemen in 2005 en 2006. Als mensen zich vaak slecht voelden op dagen dat er niets vervelends was gebeurd, hadden ze trouwens tien jaar later ook meer psychische problemen.

Het goede nieuws is dat er niet dagelijks iets vervelends gebeurde: de gemiddelde proefpersoon had maar twee op de vijf dagen een ‘alledaags probleem’. Alledaagse problemen moeten dus vooral niet te alledaags worden. Maximaal twee per werkweek, lijkt me. En het weekend vrij.