Wie kritiek heeft, wordt geblokkeerd

strijdt tegen een opdringerige overheid die digitale sporen van burgers napluist. „We hebben niets aan veiligheid als we daardoor onze vrijheid verliezen.”

Skinheads met knuppels voor de deur, doodsbedreigingen: Rejo Zenger heeft het allemaal al meegemaakt in zijn strijd voor een vrij internet. Zag hij de dreiging eerder in de enorme hoeveelheden spam, tegenwoordig verzet hij zich tegen de opdringerige overheid die digitale sporen napluist en met pornofilters de vrijheid inperkt. E-mails, Facebook-berichten, er zeker van zijn dat niemand meeleest kan niet meer. Zenger verzet zich ertegen. Tegenwoordig als medewerker van Bits of Freedom, de organisatie die opkomt voor vrijheid op internet. Aangezien de controledrang zich niet beperkt tot internet voert Zenger in zijn eigen tijd ook strijd tegen inperking van privacy en grondrechten in het algemeen. Blijkt de politie met drones te vliegen dan doet Zenger een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Waarvoor worden ze ingezet, wat gebeurt er met de beelden, zijn ze wel effectief? Zenger zoekt het uit, publiceert erover op zijn website en spoort journalisten aan nader onderzoek te doen. „We hebben niets aan veiligheid als we daarmee onze vrijheid verliezen.”

Tien jaar geleden was je al in het nieuws als spambestrijder. Hoe raakte je daarin verzeild?

„Tijdens mijn studie kwam ik voor het eerst in contact met internet. Het was de tijd, midden jaren negentig, waarin De Digitale Stad floreerde. Daar leerde ik mensen kennen die internet snapten, die begrepen waarom het zo grenzeloos werkt en welke toekomst het had. Aan het einde van mijn studie richtte ik uit ergernis de website Spamvrij.nl op. Spam dreigde internet te verstoppen. Het was de eerste keer dat ik een groot probleem identificeerde en er ook wat aan kon doen. Op Spamvrij.nl publiceerde ik de namen van bedrijven die spam verstuurden. Dat werd een houdbare zwarte lijst, waar media veel interesse in toonden. Uiteindelijk pikte de politiek het op en is er een anti-spam-artikel in de telecomwet opgenomen.”

Die spambedrijven zullen niet blij zijn geweest met jouw kruistocht.

„Nee, dat klopt, ik ontving allerlei soorten bedreigingen. Juridische dreigementen, maar ook doodsbedreigingen. Op een gegeven moment stonden er een paar skinheads met honkbalknuppels voor de deur. Die waren ook aan het spammen geweest en op mijn zwarte lijst beland. Ik heb gewoon opengedaan, ik wil altijd voor mijn zaak staan. Ze uitten flinke dreigementen en zijn weer vertrokken. Zulke incidenten hebben wel een grote impact op je leven. Het is erg onprettig in een huis te wonen waar je bang bent dat er een fakkel naar binnen wordt gegooid, of dat je op straat achterom moet kijken of je niet wordt gevolgd.”

Waarom was internet toen al zo belangrijk voor je?

„In Rotterdam zat ik in de lokale punkscene. Ik deed wat managementdingetjes voor bandjes, regelde optredens, produceerde cassettebandjes, dat soort dingen. Opeens konden je geluidsfragmenten net zo makkelijk in São Paulo terechtkomen als in Rotterdam. Daarom was internet zo fantastisch. Politici konden burgers makkelijker bij hun besluitvorming betrekken. Vroeger stuurde je de Tweede Kamer een brief, nu kun je twitteren. Ik vond het ook belangrijk dat mensen lotgenoten konden zoeken. Er is altijd wel een forum waar mensen met dezelfde problemen er anoniem met elkaar over kunnen praten. Dat is zo waardevol.”

Is internet nog steeds zo fantastisch?

„Ja, maar het wordt erg bedreigd. De overheid wil steeds meer reguleren. Je ziet dat nu weer met zo’n voorstel voor een pornofilter in Groot-Brittannië. Het begint met een goed doel, bijvoorbeeld seksueel misbruik van kinderen voorkomen. Later wordt het uitgebreid. Voordat je het weet zijn ook sites van burgers met een kritische mening aan de beurt. Finland had ook een filter tegen kinderporno. Een Fin uitte online kritiek op het filter. Vervolgens werd ook zijn site geblokkeerd. Terwijl zo’n filter het probleem niet oplost. Het zorgt er alleen voor dat pedofielen online andere wegen vinden en moeilijker zijn op te sporen. En dan is er nog de plicht voor internetproviders om gegevens over het internetverkeer te bewaren. In het najaar komt er waarschijnlijk een wetsvoorstel om Nederlandse geheime diensten toe te staan het internet op NSA-achtige wijze af te tappen.”

Ook buiten internet zie jij de controlestaat oprukken?

„Ja natuurlijk, er zijn voorbeelden te over. Dit weekend bleek dat ze in Brabant het waterverbruik van mensen met een uitkering hebben gecontroleerd. Als je weinig water verbruikt, denken ze dat je ergens anders woont en dus geen recht op een uitkering hebt. Dat gaat toch ver? Het gaat ook om het principe: de overheid is er voor ons, niet andersom.”

Toch vinden veel burgers veiligheid en het opsporen van fraude belangrijker.

„Privacy is een abstract begrip, veel mensen volgen de retoriek in het maatschappelijke debat. Maar privacy en veiligheid zijn lang niet altijd tegengesteld aan elkaar. We zien soms dat informatie uit een strafdossier naar criminelen lekt. Het beter beschermen van informatie bij de politie maakt ons land veiliger en is beter voor onze privacy. Bovendien hebben we helemaal niets aan een veilige omgeving als we ons niet vrij meer voelen. We worden er niet gelukkig van als we ons altijd zorgen moeten maken of er iemand meekijkt of meeluistert.”

Wat is jouw zwartste nachtmerrie?

„Dat de overheid op internet gaat bepalen wat je te zien krijgt. Dan beschouw ik internet als verloren. En dat de controlestaat ook op straat verder oprukt. Als er overal camera’s met gezichtsherkenning hangen, zodat altijd bekend is waar je bent en wat je doet. Als de politie te pas en te onpas drones de lucht instuurt, terwijl je daarvoor als burger zes ontheffingen moet aanvragen. Hoe extremer de wanverhouding tussen overheid en burger, hoe moeilijker het wordt je daartegen te verzetten. In een pessimistische bui vraag ik me soms af hoeveel vrijheid mijn pasgeboren dochter over twintig jaar heeft. Ik zie die systemen niet meer weggaan. Ik zie ze alleen maar sneller worden, vaker gekoppeld worden. Als een extreme politieke partij groot genoeg wordt, kan ze de infrastructuur om mensen te volgen, gebruiken om tegenstanders monddood te maken.”