Weggegooid geld? Het is maar hoe je ’t bekijkt

Goede bedoelingen zijn mooi, maar daar moet het niet bij blijven. „Je moet ook het lef hebben om de resultaten na vier jaar meetbaar te maken”, zei Ella Vogelaar in april 2007 na afloop van haar bezoek aan de Utrechtse probleemwijk Kanaleneiland. Ze was toen minister voor Wonen, Wijken en Integratie voor de PvdA.

Ze heeft haar zin gekregen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) presenteert vandaag een onderzoek naar de effectiviteit van Vogelaars wijkaanpak, bedoeld om veertig probleemwijken te verbeteren. Al is het de vraag of Vogelaar blij wordt van de uitkomst. De conclusies zijn hard: het beleid heeft geen enkel aantoonbaar effect gehad op de leefbaarheid, veiligheid, en sociale stijging in de Vogelaarwijkenwijken. Onderzoeker Jeanet Kullberg van het SCP: „Met zo’n gecoördineerde en geregisseerde aanpak hoop je dat het meer oplevert, maar dat extra is niet herkenbaar. Wij hebben geen positieve effecten gevonden. Ik had gehoopt op leuker nieuws.”

1Vogelaarwijken, wat waren dat ook alweer?Veertig achterstandswijken met grote problemen, verspreid over Nederland. Ook wel ‘prachtwijken’ of ‘krachtwijken’ genoemd. Vanaf 2008 zou daar extra in worden geïnvesteerd, zo wilde het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA, ChristenUnie). Doel: de wijken binnen tien jaar het gemiddelde van hun stad laten halen op het gebied van wonen, werken, onderwijs, integratie en veiligheid. Lastig, want op het moment dat bewoners vooruit komen in het leven, trekken ze vaak de wijk uit en komen nieuwe kansarmen de wijk binnen – vaak vanuit andere buurten waar slechte woningen werden gesloopt.

Corporaties staken jaarlijks 250 miljoen extra in de wijken. Een deel van dat bedrag, 75 miljoen, werd opgebracht door corporaties buiten de Vogelaarwijken en doorgesluisd naar corporaties met bezit binnen die wijken, de zogenoemde Vogelaarheffing. Ook kwam er een speciaal ministerie voor Wonen, Wijken en Integratie. In mei 2008 werden de eerste overeenkomsten met gemeenten ondertekend en begon de wijkaanpak officieel. Per 2011 werd deze weer afgeschaft door het kabinet-Rutte I. Wel zijn dat jaar nog lopende projecten afgerond. De hele wijkaanpak heeft dus drie tot vier jaar geduurd, in plaats van de geplande tien jaar.

2Er was toch een hoop gedoe over de wijkaanpak?Gemeenten waren boos omdat een wijk tot Vogelaarwijk werd bestempeld terwijl ze dat niet wilden. Of juist andersom. Corporaties waren boos over de opgelegde Vogelaarheffing. Ze stapten naar de rechter en dreigden met het terugschroeven van voorgenomen investeringen. En binnen de PvdA had Vogelaar problemen met minister van Financiën Wouter Bos. Terwijl Vogelaar met de corporaties onderhandelde, liet Bos weten dat corporaties voortaan vennootschapsbelasting moesten betalen. Die werden nog bozer.

3En nu heeft de wijkaanpak ook nog eens niet gewerkt?De Vogelaarwijken zijn weliswaar vooruitgegaan, maar niet meer of minder dan vergelijkbare wijken waar geen extra geld aan is besteed. Of zoals het in het SCP-rapport staat: „Het krachtwijkenbeleid had geen onderscheidend gunstig effect op sociale stijging, leefbaarheid en veiligheid in de aandachtswijken.” De tevredenheid over de leefomgeving en de sociale cohesie verbeterden in de Vogelaarwijken meer dan elders, maar dat gebeurde al voordat de wijkaanpak begon. Na 2009 was er juist een terugval te zien. De verkoop van sociale huurwoningen had, zoals vaak wordt verondersteld, geen invloed op de leefbaarheid en de veiligheid in de wijk. Dat wordt wellicht veroorzaakt doordat kopers minder in hun woning investeren, stelt het SCP.

4Ruim een miljard besteden en geen resultaat. Hoe kan dat?Dat weet het SCP niet precies, maar het bureau oppert verschillende verklaringen. Belangrijk is in elk geval dat externe invloeden zoals de economische crisis of de criminaliteitsontwikkeling veel invloed hebben gehad. Daarnaast kan het wonen in een als achterstandswijk aangemerkte omgeving hebben geleid tot negatieve associaties en gevoelens bij wijkbewoners. Onderzoeker Kullberg: „Bewoners worden nog eens extra met hun neus op de achterstandspositie van hun wijk gedrukt.” Het beleid ook kan simpelweg niet effectief of voldoende onderscheidend genoeg zijn geweest; in andere achterstandswijken is ook in de leefbaarheid geïnvesteerd. En misschien is er te veel energie in inefficiënt overleg gaan zitten.

5Weggegooid geld dus?„Dat klinkt heel cynisch, maar misschien moet je die conclusie toch trekken”, zegt socioloog Vasco Lub. Hij presenteerde in april zijn omvangrijke studie Schoon, Heel en Werkzaam? naar de wetenschappelijke onderbouwing van leefbaarheidsprojecten. Hij concludeerde dat sociale projecten bijna allemaal berusten op aannames waarvoor nauwelijks wetenschappelijke onderbouwing bestaat, of waarvan is gebleken dat het juist níét werkt. Lub: „Mij valt op dat veel verantwoordelijke ambtenaren in de steden niet raar opkijken van tegenvallende resultaten en zich goed kunnen vinden in mijn analyses van wat er niet werkt.”

Om er eentje uit te pikken: sportactiviteiten, zoals voetbaltoernooien of gratis kickbokslessen. Het idee is dat veel jongeren daar socialer van worden. Het wetenschappelijke antwoord: sport heeft weinig invloed op menselijk gedrag. Of neem het symbool van de sociale projecten, de buurtbarbecue. Wijkbewoners zouden elkaar daar beter leren kennen en elkaar daarna makkelijker durven aanspreken, met als gevolg een buurt die leefbaarder is. Lub: „Maar het werkt niet. Op die bijeenkomsten komen alleen mensen die elkaar toch al kennen, niet de probleembewoners. Je moet je afvragen of dat dan overheidsbeleid moet zijn.”

Kullberg van het SCP wil niet van weggegooid geld spreken. Misschien hadden de Vogelaarwijken er zonder extra investeringen nu slechter voorgestaan. En, zo zegt ze, er zullen ongetwijfeld projecten zijn die wel goed werken. „Je moet dus niet het kind met het badwater weggooien.” Het lastige: er is geen overzicht wat er allemaal in de wijken is gebeurd, en dus ook niet wat wel en wat niet werkt.

6Heeft de wijkaanpak niet gewoon te kort geduurd?Het SCP houdt die mogelijkheid open. Er is immers maar drie tot vier in plaats van tien jaar extra geïnvesteerd. Maar volgens Vasco Lub is dat een „te makkelijk argument”. Lub: „Wat is dan wel genoeg? Vijf jaar? Tien jaar? Vijftien jaar?” Daarnaast, zegt Lub, verwacht je na vier jaar intensief beleid op zijn minst een lichte verbetering. En die is er dus niet.