Sit back, relax and enjoy the flight

Groot-Brittannië investeert in een supersnelle raketmotor voor vliegtuigen Handig, in een paar uur op vakantie naar Australië! Maar de toepassing zal zuiver militair zijn, áls de motor er überhaupt komt

Het ontwerp van ruimtevliegtuig Skylon, dat zal worden uitgerust met de supersnelle SABRE-motor. Beeld Adrian Mann

medewerker defensie

Daar gaan we weer. Of, liever gezegd, daar gaan we weer níét. Deze maand werd bekend dat Groot-Brittannië bijna 70 miljoen euro gaat investeren in de Synergestic Air-Breathing Rocket (SABRE). Deze slimme raketmotor moet vliegtuigen kunnen laten accelereren naar de dampkring om dan als een gewoon toestel weer terug te keren.

Dit soort single stage to orbit-aandrijftechnologie die een toestel in één ruk buiten de dampkring kan sturen, brengt al tientallen jaren de fantasie van de koppenmakers op hol. Het is niet voor het eerst dat dit soort straalmotoren in proefbanken draait. „In drie uur van Schiphol naar Sydney” staat er dan, of „New York naar Tokio: twee uurtjes vliegen.”

Toch is dat niet waar deze technologie goed voor is. Die heeft soms een civiele toepassing, zoals het goedkoop plaatsen van satellieten in een baan om de aarde. Maar voor dit type voortstuwing is er vooral militair emplooi, omdat deze je in geen tijd boven een doel kan brengen, waar ook ter wereld. Misschien dat de vertaling van SABRE daarom ook ‘sabel’ luidt.

De crux van de SABRE-motor is deze: die doet dienst als gewone straalmotor bij lage snelheden, maar schakelt boven een bepaalde vaart over in een raketmodus. Dit schakelen is mogelijk door de instromende lucht via een ingenieus systeem te koelen. Die wordt anders – vanwege de hoge vliegsnelheid van wel vijfmaal die van het geluid – zeer heet. Deze twee-in-één-voortstuwing maakt op papier een deel van de draagraketten overbodig die nu kunstmanen in omloop brengen. Die zijn niet alleen peperduur, maar ook maar eenmaal te gebruiken.

Transport voor popsterren

De SABRE moet een ruimtevliegtuig gaan voortstuwen, de Skylon, waarvan spectaculaire computeranimaties bestaan. Volgens berekeningen van de producent, Reaction Engines Ltd, kan de Skylon 200 keer omhoog en terug, voordat de machinerie aan vervanging toe is. Het futuristische toestel zou hierdoor, aldus het Britse bedrijf, de kiloprijs voor satelliettransport kunnen terugbrengen van 13.000 euro per kilo kunstmaan die een beetje draagraket nu kost naar een luttele 560 euro per kilo.

Dat klinkt niet kwaad en het is inderdaad niet alleen de Britse overheid die brood ziet in het concept. Ook het European Space Agency (ESA) gevestigd in Noordwijk heeft al een paar miljoen euro in de technologie geïnvesteerd.

Behalve het slaan van een gat in de markt van satellietlanceringen, gloort er dus nóg een aansprekend visioen: langeafstandsvluchten van continent naar continent. De Skylon heeft daarin illustere voorgangers en concurrenten, zoals de Super Sonic Transport (SST), de Amerikaanse concurrent van de Brits-Franse Concorde, de Rockwell X-30 National Aero Space Plane (NASP) en het Zero Emission Supersonic Transport project (ZEHST) van het Europese EDS. Maar die projecten hebben één grote gemene deler: ze hebben geen van alle weten te ontsnappen aan het tekentafelstadium.

Daar is behalve een technologische ook een goede economische reden voor. De toekomst van passagiersvervoer is niet te vinden in brandstofverslindende snelheid, maar in het efficiënte transporteren van grote aantallen mensen. En dat hoeft helemaal niet zo snel. Kijk maar naar de nieuwste Airbussen en Boeings, dat zijn geen van alle snelle toestellen, terwijl brandstofefficiënte wél een bepalende ontwerpfactor is.

Ja, maar de Concorde dan, die decennialang popsterren en magnaten met een snelheid van tweemaal die van het geluid van nachtclub naar nachtclub vloog? Dat waren inderdaad boegbeelden van British Airways en Air France, maar de exploitatie daarvan kostte altijd geld.

Waarom dan al dat onderzoek? Dat komt doordat de grootste belofte, dus ook waarschijnlijk die van SABRE, op militair terrein liggen – trouwens ook een aanzienlijk deel van de satellietmarkt. Naast de ‘civiele’ niche, is de combinatie van snelheid en mondiaal bereik voor alle krijgsmacht een heel interessante. Het Amerikaanse ministerie van Defensie bedacht er zelfs een projectnaam voor: Prompt Global Strike (PGS). Het Pentagon voelt blijkbaar minder de noodzaak om belastingbetalers ervan te overtuigen dat militair onderzoek allereerst en vooral een civiele toepassing heeft.

Militair doemscenario

Bij deze ‘prompte mondiale aanval’ stond een doemscenario voor ogen. Stel een ‘schurkenstaat’ is druk bezig om een intercontinentale raket van brandstof te voorzien en klaar te maken voor een aanval op de VS. Dan willen de VS natuurlijk snel kunnen reageren. Het enige projectiel dat in staat is dit doelwit binnen korte tijd te vernietigen, is een eigen intercontinentale raket met een conventionele, niet nucleaire lading.

Maar dan is er een klein probleem: de Chinese en Russische strategische waarschuwingsradar kan in de war raken. De radar kan het verschil niet zien tussen die Amerikaanse raket zonder kernkop op weg naar, zeg, Iran of Noord-Korea (geen probleem), of een échte kernraket naar Moskou of Beijing (wel een probleem). Ze zouden in de verleiding kunnen komen om snel zelf een raket te sturen. Met een ultrasnel bemand of onbemand vliegtuig met een SABRE-motor bestaat het risico op zo’n onfortuinlijke verwisseling stukken minder.

Het onderzoek naar de PGS loopt al meer dan tien jaar, onder andere met twee testvluchten van een wigvormig projectiel, het Hypersonic Technology Vehicle (HTV), dat nog in 2010 en 2011 met een snelheid van twintigmaal die van het geluid door de dampkring suisde. Beide proefvluchten mislukten, de testvehikels stortten neer. Nog begin juli besloot men een derde test maar niet uit te voeren. Of onderzoek nu onder een civiele of militaire vlag plaatsheeft, technologie blijft een lastig struikelblok.