Sexy dokter

Terwijl ik blader in een Elegance uit 2007 roept iemand mijn naam af. Wanneer ik opkijk, staat daar een jonge man: dik donker haar, een kaaklijn, opgestroopte mouwen. Met een handgebaar verzoekt hij me mee te lopen naar de spreekkamer, maar ik ben in de war: dit is niet mijn huisarts. Mijn huisarts is een

Terwijl ik blader in een Elegance uit 2007 roept iemand mijn naam af. Wanneer ik opkijk, staat daar een jonge man: dik donker haar, een kaaklijn, opgestroopte mouwen. Met een handgebaar verzoekt hij me mee te lopen naar de spreekkamer, maar ik ben in de war: dit is niet mijn huisarts. Mijn huisarts is een zestigjarige man met borstelige wenkbrauwen en een vermoeide frons die iedere keer als een patiënt de woorden ‘dus toen heb ik het zelf maar even gegoogeld’ uitspreekt, dieper wordt. Deze man ziet er daarentegen uit alsof zijn dokterservaring bestaat uit een fotoshoot voor de roman Een medicijn tegen een gebroken hart, waarin er waarschijnlijk een stethoscoop op zijn gespierde borst bungelt, hij een witte jas draagt en in de camera kijkt alsof hij net op zijn weg naar het ziekenhuis nog even een zwerfpuppy heeft gereanimeerd.

De romantische dokterfascinatie is compleet onbegrijpelijk

Ik moet het toegeven: een moment was ik verheugd. Plotseling een knappe dokter toebedeeld krijgen – het is de situatie waar een heel genre romannetjes op gebaseerd is, die voorkomt in films en waar mensen lustig over fantaseren. (Zo’n fantasie als: gedesoriënteerd wakker worden in een ziekenhuis en tegenover je iemand treffen wiens pieper precies zijn welgevormde lijf accentueert, die zegt: „Hee slaapkop, daar ben je dan eindelijk! Mag ik even? Doet het pijn als ik… hier druk?”) Er ís iets met de combinatie ‘sexy’ en ‘arts’. Het heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht, alsof het als een groot voordeel wordt gezien dat je bij iedere aanraking van een knappe dokter kan kermen: „En dan te bedenken dat deze handen net nog een leven hebben gered, dit is zo héét!”

Maar wanneer ik tegenover de charmante huisarts in de spreekkamer zit, realiseer ik me binnen een paar minuten: de romantische dokterfascinatie is compleet onbegrijpelijk. Het is namelijk verschrikkelijk om een knappe dokter te hebben. Wanneer ben je immers onaantrekkelijker dan bij de dokter? De huisarts – dat is de persoon aan wie je je kwaaltjes komt laten zien, je schimmelnagels en ontstoken oren en derde tepel. Het is de persoon bij wie je een omgespoeld olijvenpotje urine inlevert en aan wie je vragen moet stellen als: „Maar een menstruatie van elf dagen, is dat normaal?” Hoe ziet een spreekkamerflirt er eigenlijk uit? „O, haha, mijn SOA-verleden, grappig dat u dat vraagt. Ik heb natuurlijk wel wat… experimentele dingen gedaan. Jeweetwel. Spannende dingen.” Het is aannemelijker dat er na een gedesoriënteerd ontwaken in een ziekenhuis zoiets zou gebeuren: „Dag slaapkop, vind je het goed als ik even hier druk…? Ah ja, ik zie het al, doorligplekken. Hebben ze trouwens je blaaskatheter al geplaatst?”

De vreugde was van korte duur. Nu verlang ik vol heimwee terug naar mijn oude huisarts, bij wie ik nooit in de war raakte wanneer hij vroeg of ik mijn tong wilde uitsteken.