Proppen in een stadshuisje

Je moet inventief zijn als je met een jong gezin in de grote stad wilt wonen Grote woningen zijn duur, de woonoppervlaktes in steden zijn klein Maar steeds meer gezinnen willen juist daar wonen

Verslaggever

De bakfiets moet door het huis worden gemanoeuvreerd als Stefanie Lap met haar drie kinderen op pad wil. Door de achterdeur rijdt ze de fiets naar binnen. Als het regent moet ze daarna dweilen.

Stefanie Lap woont midden in Utrecht. Vanuit hun slaapkamerraam zien zij en haar man de Domtoren. Op een gracht moet je een smalle steeg in en daarachter ligt een hofje. Een verborgen paradijsje.

Het huis van Stefanie Lap heeft een woonoppervlakte van 70 m2. En dat met drie kinderen, van acht, twee en één jaar.

Wie in een van de grote steden woont, moet inschikken. De huizen zijn er over het algemeen kleiner dan in randgemeenten, kleinere steden en al helemaal vergeleken met huizen buiten de stadsgrenzen. Op de ranglijst van gemiddelde woninggrootte van het CBS bungelt Amsterdam onderaan op de 416de plaats, met gemiddeld 74 m2. Op plaats 409 staat Utrecht: 92 m2. De ranglijst wordt aangevoerd door Oldebroek (276 m2) en Renkum (241 m2) in Gelderland en Vlagtwedde in Drenthe (224 m2).

Veel gezinnen verhuizen vanuit de binnenstad naar een buitenwijk of een randgemeente. Vooral als er een tweede kind wordt geboren. Maar er zijn ook veel gezinnen die dat niet doen. Die schikken in. In de vier grote steden bestaat een kwart van de huishoudens uit gezinnen met kinderen. Zij willen het liefst in de stad blijven wonen. Ze hebben alles in de buurt: school en kinderopvang, werk, vrienden, familie en cultuur. Of ze kunnen niet weg doordat een groot huis elders te duur is. En een flat in een verre buitenwijk te ongezellig.

Lap en haar man slapen op de tweede verdieping, onder de schuine wanden van het puntdak. De kleinsten slapen samen op een kleine kamer. De oudste, Bo (8), heeft een eigen kamertje. Anna (1) verhuist naar een kampeerbedje in de huiskamer als haar ouders naar bed gaan. Zij wordt ’s morgens vroeg wakker en slaapt daarna weer in. Alleen heeft ze wel haar broertje Frey (2) gewekt, en die blijft wakker.

Utrecht staat nummer twee in de ranglijst van aantrekkelijke woonsteden volgens het boek De aantrekkelijke stad (2009). Nummer één staat Amsterdam. De aantrekkelijkste woonstad zou cultuur en horeca in een historische binnenstad combineren met veel koopwoningen, weinig criminaliteit en veel werk én natuur in de buurt, schrijft de auteur. Om toe te voegen: ‘Zo’n stad bestaat niet.’

Sinds 2008 neemt het aantal kinderen van 0-5 jaar in de vier grote steden toe. De toename begon al in de Vinex-wijken, maar sinds 2008 ook in de oudere delen van de steden. In de rest van Nederland daalt het aantal jonge kinderen juist.

Toen stadshuizen werden gebouwd, wilden mensen vooral een licht huis, met goede badkamer en cv, staat in het net verschenen onderzoek Nestelen in de stad. Tegenwoordig is dat normaal en worden andere eisen aan een huis gesteld.

Er is steden veel aan gelegen de gezinnen te behouden, schrijft sociologe Joke van der Zwaard die onderzoek deed naar gezinsvriendelijke wijken. „Als gezinnen massaal de stad verlaten, gaat het niet goed met de leefbaarheid. Daar lijden dan ook andere inwoners onder.” Stedelijkheid en luwte, zegt Lia Karsten in het onderzoek, dat willen stadsgezinnen. Jonge ouders zoeken ook voorzieningen voor kinderen: scholen, sport, speeltuinen, parken. Karsten: „En liefst kindervriendelijke restaurants en een coffee corner waar ‘babyccino’ wordt geserveerd.”

Een van de grote problemen is het gebrek aan bergruimte, blijkt uit Nestelen in de stad. Ruth Houtman woont met haar man en dochter Jade (3) op 60 m2. Ze is zwanger van de tweede. Opruimen is bittere noodzaak. Elk jaar mesten ze de klerenkast uit. Elk T-shirt dat een jaar ongedragen is, gaat weg. „Mensen die groter wonen verzamelen meer. Die hebben weinig voordeel van de extra ruimte.”

Ruth Houtman geeft thuis vioolles aan zo’n vijftien leerlingen. „Jade slaapt er gewoon doorheen. Samuel ligt op bed de administratie bij te werken.”

Op de overloop voor de slaapkamer van Stefanie Lap staat een bureautje in een hoek bij het raam. Op dezelfde overloop zijn de boeken om de slaapkamerdeur heen gebouwd: de deur is een poort in de kast. In de woonkamer, in een kast onder de trap, staat een bureautje voor Bo. „Groot hoeft je eigen plek niet te zijn, als-ie maar voor jou is.” Achter de bank staat een bak op wieltjes voor het speelgoed. „Je wordt inventief.”

De charme van de binnenstad, alles is op fietsafstand: school, crèche, winkels, musea. Haar zus woont in een schitterend verbouwde boerderij, maar die moet overal met de auto heen. Zíj gaat met de kinderen naar de stadsspeeltuin. „Je leert elkaar kennen, ook de binnenstad is echt een buurtje.”

Bij Ruth Houtman kijk je vanuit een klein straatje midden in het centrum van Utrecht een steeg in en zie je Jade rondscharrelen. De huisjes zijn bedoeld voor starters, maar mensen die er komen wonen, gaan alleen weg als het echt niet anders kan. Een gezin met drie pubers op twee slaapkamertjes even verderop, verhuisde uiteindelijk – met spijt. „Je kunt hier niet met je armen wijd door het huis lopen”, zegt Ruth Houtman. „Maar het is anders klein dan als je driehoog achter woont. De plek is niet te evenaren.”

Je stapt direct vanuit de steeg de keuken in, waar ook de eettafel staat. Boven een badkamertje, een kamer voor Jade en een slaapkamer voor de ouders. In Jades kamer staat al een babybedje klaar. Houtman wil nog even niet denken aan de tijd dat haar kinderen een groter bed nodig hebben. De enige zorg is of twee kinderen samen op één kamer goed zal gaan.

In de keuken staan alvast spullen voor de vakantie. Een parasol, een tent in een zak. Eigenlijk is dat tegen de huisregels, zegt Ruth. „Geen losse spullen. Alles meteen opruimen. Maar, eh, de buggy moet straks ook ergens staan.”