‘Potvis vocht als een leeuw, maar vergeefs’

De potvis die gisteren aanspoelde op het strand van Terschelling is dood. Heel jammer, zegt ‘redder’ Hessel Wiegman.

Hessel Wiegman (61), zeehondenredder en strandjutter op Terschelling, ondernam gistermiddag direct actie om de gestrande potvis in de branding van de Noordzee te redden.

Wat heeft u gedaan om het dier te redden?

„Ik kreeg gistermiddag rond half 2 een melding van een kennis die de potvis zag liggen. Toevallig was ik net op het strand met een ziek zeehondje. Dat heb ik eerst teruggebracht en ik heb toen een bootje besteld van het bergingsbedrijf Noordgat. Die jongens waren er binnen 40 minuten. Binnen een half uur hadden ze met de waterjets het zand onder de potvis weggeblazen. Hij lag toen mooi in dat geultje en het leek heel goed te gaan. Hij heeft zich zelfs nog een kwart gedraaid. We dachten: als hij nou een paar klappen geeft met zijn staart vliegt hij zo de zee in. Hij was aan het vechten als een leeuw, maar vergeefs.”

En toen wist u: hij redt het niet.

„Ja, hij lag al minuten stil en toen geloofde ik er niet meer in. Voor mij was hij toen al dood. Heel sneu. Zonde ook. Het was een mooi, jong dier nog. Dat kon je zien aan zijn betrekkelijk kleine tanden en zijn lengte. Hij was ruim twaalf meter lang, volwassen potvissen zijn vijftien meter. Hij was ook nog heel gaaf.”

Hoe merkte u dat het dier dood was?

„Dat was gisteravond rond een uur of half acht. Voor die tijd zag je hem ademen, maar daarna bleef het 20 minuten stil.Een dierenarts heeft rond tien uur gisteravond officieel de dood vastgesteld.”

Heeft u nog wat aan het nieuwe protocol gehad? Het draaiboek om aangespoelde zeezoogdieren te redden?

„We hebben direct gedaan wat we moesten doen. Zonder protocol. Wel heb ik het hoofd van Rijkswaterstaat hier op het eiland gebeld. En we hebben een dierenarts snel ingeseind toen we vermoedden dat de potvis niet meer leefde.”

Wat gebeurt er nu met het kadaver?

„Vannacht is het richting Harlingen gesleept. Daar wordt onderzoek naar de doodsoorzaak gedaan. Voor het geraamte heeft zich al een liefhebber gemeld. En het vlees kan in Harlingen zo de vuilverbrander in.”