Nu acht militairen in Tunesië gedood

De beroering in Tunesië over de moord op een links-seculiere oppositiepoliticus is gisteren nog versterkt door de dood van acht Tunesische militairen in een hinderlaag in de buurt van de grens met Algerije. In dit gebied zijn met het sunnitische terreurnetwerk Al-Qaeda verbonden extremisten actief. Volgens verschillende bronnen is een deel van de slachtoffers de keel afgesneden en waren de lijken gemutileerd.

Duizenden Tunesiërs gingen gisteren de straat op uit protest tegen de aanval en eisten het aftreden van de regering. De door de fundamentalistische Ennahdapartij gedomineerde regering staat al onder zware druk van oppositie en demonstranten sinds de moord op Mohammed Brahmi, afgelopen donderdag. Net als de moord op Brahmi wordt de aanval op de militairen toegeschreven aan moslimextremisten. Veel Tunesiërs beschuldigen Ennahda ervan moslimextremisten om partijpolitieke redenen met fluwelen handschoenen aan te pakken.

President Moncef Marzouki, een seculiere ex-mensenrechtenactivist, riep gisteren in een televisietoespraak op tot nationale eenheid. „In alle landen van de wereld komen de mensen nader tot elkaar wanneer de staat doelwit is van een terroristische aanval”, zei hij. „Maar ik zie in Tunesië niet zoiets gebeuren. Alles wat we zien is verdeeldheid en chaos.”

Premier Ali Larayedh van Ennahda weigerde gisteren af te treden. Maar hij kondigde verkiezingen aan op 17 december. Op 17 december 2010 stak de straatverkoper Mohammed Bouazizi zich in Sidi Bouzid in brand, wat de opstand tegen de Tunesische sterke man Ben Ali ontketende.

De autoriteiten hebben echter eerder al verkiezingsdata aangekondigd, die vervolgens moesten worden geannuleerd. Verkiezingen zijn afhankelijk van overeenstemming en vervolgens een referendum over een nieuwe grondwet waarover nog verdeeldheid bestaat tussen fundamentalistische en seculiere groepen in de Grondwetgevende vergadering. Meer dan 70 van de 217 leden daarvan zijn in zitstaking gegaan uit protest tegen het huidige ontwerp. (AFP, Reuters)