Laat de OR als sterke partij de klokken luiden

De gang naar de ondernemingsraad heeft voor een klokkenluider voordelen. De OR kan het vuile werk opknappen, meent Geert Ploeg.

In het najaar zal de Eerste Kamer het wetsvoorstel voor een ‘Huis voor Klokkenluiders’ behandelen. Het is de bedoeling om de voorwaarden voor het melden van maatschappelijke misstanden verder te verbeteren. In het verleden is het te vaak voorgekomen, dat individuele klokkenluiders hun persoonlijk leven verwoest zagen door een strijd tegen hun werkgevers. In een artikel in deze krant (26 juli) noemen Iris van Domselaar en Kathleen Clark dit een ‘tandeloos instituut’. Organisaties blijven vrij om aanbevelingen van het Huis voor Klokkenluiders naast zich neer te leggen.

Het valt op, dat bij de discussie over klokkenluidersregelingen tot nu toe geen aandacht is besteed aan de rol van de ondernemingsraden. In het verleden hebben zij regelmatig na melding van misstanden belangrijke verbeteringen kunnen afdwingen. In 2009, bijvoorbeeld, was Organon in Oss overgenomen door het internationale farmacieconcern Merck. Dat bedrijf wilde de onderzoeksafdeling van Organon met duizend medewerkers sluiten. Via de kortgedingrechter wist de OR dat tot de helft te beperken. Tijdens de zitting had de OR alle kerkklokken in Oss als noodsignalen laten luiden. Letterlijk een klokkenluidersrol.

De gang naar de OR kan voor een klokkenluider grote voordelen hebben. Een goede OR heeft zijn wortels in de achterban, is dus makkelijk te bereiken en kan voor een klokkenluider het vuile werk opknappen. De Wet op de Ondernemingsraden biedt daarvoor al decennialang een gedetailleerd kader. Bestuurder en OR moeten regelmatig overleg voeren over de gang van zaken in de organisatie. De bestuurder is verplicht om informatie te geven. De OR kan op elk terrein vragen stellen. Die moet de bestuurder beantwoorden, tenzij dat schadelijk is voor de organisatie.

Belangrijke besluiten zoals investeringen, leningen en reorganisaties moeten worden voorgelegd aan de OR. Verder kan de OR eigen deskundigen inhuren op kosten van de bestuurder. Dat komt dus niet voor rekening van de belastingbetaler zoals bij het voorgenomen Huis voor Klokkenluiders. De OR is een sterke partij in de corporate governance aan de top van de organisatie. Als aandeelhouders, commissarissen en interne of externe toezichthouders het laten afweten, zoals bijvoorbeeld bij Vestia, dan blijft alleen de OR nog over om zijn mond open te doen. De OR is geen toezichthouder, maar een gelijkwaardige gesprekspartner van de bestuurder met een eigen wettelijke basis. Leden van de OR genieten ontslagbescherming.

Een managementteam staat zwakker. Dat valt hiërarchisch onder de bestuurder en mist een wettelijk kader. Een ‘zonnekoning’ kan daarmee doen en laten wij hij wil. Via de OR krijgt een bestuurder soms informatie vanaf de werkvloer, waar een managementteam uit eigenbelang niet mee voor de dag wil komen.

Ten slotte heeft de OR de bevoegdheid om meningsverschillen voor te leggen aan de kantonrechter of de Ondernemingskamer. Die kan hard ingrijpen. Besluiten kunnen worden teruggedraaid en in het uiterste geval kunnen bestuurders of toezichthouders worden vervangen. In de afgelopen jaren is een uitgebreide jurisprudentie opgebouwd. Vakbonden ondersteunen regelmatig procedures. Juist deze sanctiemogelijkheden ontbreken bij het voorgestelde Huis voor Klokkenluiders.

Dit huis zal er waarschijnlijk komen, gezien het politiek draagvlak. Maar sommige misstanden kunnen beter via de veel langer bestaande medezeggenschapsstructuren worden afgehandeld. Dat vereist natuurlijk wel actieve en professionele ondernemingsraden, die zich niet laten intimideren door een angstcultuur.

Mr. Geert Ploeg is adviseur en trainer van ondernemingsraden.