Israël en Palestijnen praten weer. Wat zijn de grootste obstakels voor vrede?

Tegenover John Kerry zijn vannacht aangeschoven (vlnr): de Israëlische minister van Justitie Tzipi Livni, de Palestijnse onderhandelaar Saeb Erekat, en adviseur van de Israëlische premier Benjamin Netanyahu Yitzhak Molcho. Foto AP/Charles Dharapak

Na een impasse van bijna drie jaar zijn Israël en de Palestijnen weer rechtstreeks in gesprek, en voornemens te gaan onderhandelen over vrede. De verwachtingen zijn laaggespannen omdat de meningsverschillen over een aantal fundamentele kwesties groot zijn. Waar gaat het conflict ook alweer precies over? De vier grootste obstakels voor vrede op een rij.

Nog even ter introductie: het conflict tussen Israël en de Palestijnen duurt natuurlijk al tientallen jaren. Over wie er ‘begonnen’ is en wie het meest te verwijten valt is de wereld bitter verdeeld, maar over een oplossing is men het ongeveer wel eens: er moet een einde komen aan de Israëlische bezetting en de Palestijnen moeten een onafhankelijke staat krijgen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Oftewel, de tweestatenoplossing.

Over hoe die oplossing bereikt moet worden verschillen de meningen echter sterk. Daar komt nog eens bij dat de Israëlische premier Netanyahu leiding geeft aan een rechtse coalitie die niet heel compromisbereid lijkt. Verder zijn de Palestijnen onderling verdeeld: zo bestuurt de fundamentalistische Hamas de Gazastrook en die beweging is tegen elk territoriaal compromis met Israël. Als er een akkoord komt is het dus nog maar de vraag of het ook in de praktijk kan worden gebracht.

Waar gaan de Israëlische en Palestijnse onderhandelaars de komende maanden dan over praten en wat zijn de gevoeligste dossiers die opnieuw tot het mislukken van het vredesoverleg kunnen leiden? Wij zetten de vier grootste obstakels voor vrede op een rij.

1) De grenzen van de Palestijnse staat
Israël is in principe bereid zich neer te leggen bij een Palestijnse staat, maar over waar de grens tussen beide landen moet gaan lopen zijn de partijen het oneens. De Palestijnen eisen dat Israël zich terugtrekt tot ‘de grenzen van 1967’. Dat zit zo: tijdens de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en een aantal Arabische landen in 1967 veroverde Israël de Westelijke Jordaanoever en Gaza op Jordanië en Egypte, die toen de controle over de Palestijnse gebieden hadden. Sindsdien houdt Israël de gebieden bezet. De Palestijnen eisen dat Israël de gebieden weer opgeeft.

De situatie op de Westoever en Gaza is sinds 1967 echter niet onveranderd gebleven. De grootste verandering is dat er in bezet Palestijns gebied inmiddels zo’n 500.000 Joodse kolonisten wonen in nederzettingen, onder wie honderdduizenden in Oost-Jeruzalem. Deze nederzettingen zijn illegaal volgens internationaal recht, maar Israël zal ze nooit allemaal willen ontruimen. Als compromis met de Palestijnen lijkt een landruil de enige optie. Israël zou dan de drie grootste blokken nederzettingen (Ariel, Ma’ale Adumim en Gush Etzion) mogen annexeren. De Palestijnen krijgen daar dan een deel van het grondgebied van het huidige Israël voor terug, waarschijnlijk in de Negevwoestijn.

2) De status van Jeruzalem
Misschien wel het meest gevoelige dossier is de status van Jeruzalem. De stad, heilig voor Joden, moslims en christenen, werd tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 volledig door Israël geannexeerd. Voor Joden is Jeruzalem de heiligste plaats omdat de Klaagmuur er staat, het enige overblijfsel van de Tweede Tempel die in 70 na Christus door de Romeinen werd verwoest. Israël beschouwt Jeruzalem sinds de verovering in 1967 als zijn “eeuwige en ondeelbare” hoofdstad. Veel Israëliërs willen niet dat de stad ooit opnieuw ‘verdeeld’ wordt.

Voor de Palestijnen is Jeruzalem, ‘Al Quds’ in het Arabisch, echter ook heilig. Op de Tempelberg staat in de Oude Stad staan de Rotskoepel en de Al-Aqsamoskee, de belangrijkste islamitische centra na Mekka en Medina. De Palestijnen claimen Oost-Jeruzalem als hoofdstad van hun toekomstige staat en worden daarin gesteund door de internationale gemeenschap. Een compromis over Jeruzalem zou er als volgt uit kunnen zien: Oost-Jeruzalem wordt de Palestijnse hoofdstad, de Joodse wijken in de stad worden bij Israël gevoegd en een internationale autoriteit toezicht gaat houden op de heilige plaatsen in de Oude Stad, die in Oost-Jeruzalem ligt.

Israëlische agenten houden de wacht bij de grens van Jeruzalem waar Palestijnen worden gecontroleerd voor ze mogen passeren om te bidden in de Al-Aqua Moskee. Foto AP/Oded Balilty

3) De miljoenen Palestijnse vluchtelingen
Een derde mogelijk obstakel voor vrede is de status van vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen die in de Palestijnse gebieden of de buurlanden wonen. Als gevolg van de Israëlisch-Arabische oorlog in 1948 en de Zesdaagse Oorlog van 1967 moesten grote aantallen Palestijnen huis en haard ontvluchten. Ze kwamen terecht in vluchtelingenkampen, soms in de Palestijnse gebieden zelf, maar vaker in buurlanden als Libanon, Jordanië en Syrië. Daar kregen ze vaak niet het staatsburgerschap, waardoor ze in die landen vaak ook in een benarde situatie zitten.

De Palestijnse onderhandelaars claimen dat al deze miljoenen vluchtelingen het ‘recht op terugkeer’ naar hun geboorteplaats hebben. Israël is het daar niet mee eens omdat veel van de vijf miljoen ‘vluchtelingen’ nakomelingen van de oorspronkelijke vluchtelingen zijn. Bovendien zou het demografische karakter van Israël danig veranderen als miljoenen Palestijnen het recht zouden krijgen terug te gaan naar hun geboorteplaatsen, die vaak in het huidige Israël liggen. De Joodse meerderheid - en daarmee het Joodse karakter van de staat Israël - zou in dat geval in gevaar komen.

De beroemde resolutie 194, die in 1948 werd aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN, bepaalt dat de Palestijnse vluchtelingen naar hun huizen in Israël mogen terugkeren en dat Israël compensatie moet betalen aan hen die dat niet willen. Dat alle vluchtelingen uiteindelijk mogen terugkeren is niet waarschijnlijk. Een mogelijk compromis is dat een klein deel naar Israël kan gaan, terwijl het overgrote deel alleen compensatie krijgt. Palestijnen die nu in andere Arabische landen zitten, zouden kunnen gaan wonen in de Palestijnse staat.

Een vluchtelingenkamp in het zuiden van de Gazastrook van boven gefotografeerd. Foto Reuters/Ibraheen Abu Mustafa

4) De veiligheid van Israël
Een vierde en laatste heikele kwestie is de veiligheid van Israël. Hoewel Israël altijd gezegd heeft akkoord te willen gaan met de oprichting van een Palestijnse staat, vreest het de gevolgen van terugtrekking van het eigen leger van de Westoever. Die vrees werd nog eens versterkt door de terugtrekking uit Gaza in 2005. Nadat Israël zijn kolonisten en soldaten daar had weggehaald, greep de fundamentalistische beweging Hamas er de macht en begon een lange reeks van raket- en mortieraanvallen op het zuiden van Israël.

Veel Israëli’s vrezen dat de Westoever na de beëindiging van de bezetting net als Gaza in een ‘terreurstaat’ veranderd als Hamas ook daar de macht weet te grijpen. Om dat te voorkomen hebben Israël, de VS en Europese landen de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in de Palestijnse politie en veiligheidsdiensten. Israël wil echter ook niet dat de Palestijnse Autoriteit te veel militaire kracht krijgt. Daarom eist Israël dat de Palestijnen geen eigen leger krijgen en dat Israëlische leger troepen gelegerd mogen blijven in de Jordaanvallei op de Westoever.