Homo in Singapore wil meer dan gedogen

In Singapore is niet geloof maar conservatisme een obstakel voor gelijke rechten voor homo’s. Maar het tij keert nu homo’s zich gaan roeren.

Deelnemers aan de picknick-demonstratie ‘Pinkdot’ eind vorige maand in stadstaat Singapore. Foto AP.

Een kleine week nadat Vincent Wijeysingha (43) digitaal uit de kast kwam, snapt hij de commotie nog steeds niet helemaal. Dat de inwoners van Singapore het bijzonder vinden dat een politicus homo is, begrijpt hij wel. De Singaporese bevolking – etnische Chinezen, Maleisiërs en Indiërs – is volgens Wijeysingha conservatief. Maar dat hij door een simpele statusupdate op Facebook een week is gebeld door journalisten, steunbetuiging via sociale media ontving en in de lezerscommentaren van nieuwssites met de grond gelijk is gemaakt, is voor hem bizar. „Ik dacht dat iedereen al jaren wist dat ik homo was”, vertelt Wijeysingha in Dôme, een drukke koffietent in een koloniaal gebouw waar nu het Singapore Art Museum huist.

Wat is er aan de hand? In aanloop naar Pinkdot, een jaarlijkse manifestatie in Singapore voor gelijke rechten voor homo’s waar eind juni 20.000 Singaporezen op af kwamen, zette Wijeysingha op zijn Facebook dat hij er bij zou zijn. „And yes. I am gay”, voegde hij toe.

Die vijf woorden waren genoeg om van een relatief onbekende penningmeester van de oppositiepartij Singapore Democratic Party, die geen zetel in het parlement heeft, een bekende Aziaat te maken. Wijeysingha: „De grap is dat tijdens de verkiezingen van 2007 mijn tegenstander (van de al vijf decennia heersende People’s Action Party, red.) mij ervan beschuldigde campagne te voeren met een homoagenda. Ik heb toen gezegd dat wij, de homoseksuele gemeenschap, moeten opkomen voor gelijke rechten. Ik dacht dat die uitspraak, nu zes jaar geleden, duidelijk genoeg was. Wat mensen afgelopen week als mijn grote coming out zagen, was betrekkelijk onschuldig.”

Hoe onschuldig bedoeld ook, als Wijeysingha een homoseksuele relatie heeft, overtreedt hij artikel 377A van het Singaporese wetboek van strafrecht. Dat verbiedt gross indecency tussen mannen. Over vrouwen wordt gezwegen. Volgens premier Lee Hsien Loong worden homo’s niet actief vervolgd. Maar de wet wijzigen is volgens hem geen goed idee. In 2007 werd in het parlement een voorstel verworpen de wet te schrappen. Premier Lee zei toen: „Singapore is een conservatieve maatschappij. Het gezin is het fundament. In Singapore betekent een gezin één man en één vrouw, die kinderen krijgen.”

Dit artikel is een overblijfsel van het Britse Empire. „Zelfs 377, het sectienummer, is behouden gebleven in de huidige wetten in India, Pakistan, Bangladesh, Birma, Singapore, Maleisië en Brunei. Het was de Indiase strafwet uit 1860 die de basis was voor andere kolonies. Sri Lanka, de Seychellen en Papoea-Nieuw-Guinea gebruiken de belangrijkste termen uit artikel 377”, schreef Douglas Sanders, een Britse emeritus hoogleraar aan de Thaise Chulalongkorn University in Bangkok in een artikel dat in 2009 verscheen in het Asian Journal of Comparative Law.

Dat is de grap, zegt Wijeysingha. „Ik heb geen wetenschappelijk onderzoek gedaan. Maar bedenk dat Chinezen en Indiërs 85 procent van de Singaporese bevolking vormen. Religieus en cultureel gezien hebben zij geen uitgesproken afkeer van homo’s. Boeddhisten en aanhangers van Confucius hebben geen heilige boeken die zich uitspreken over homoseksualiteit, zoals in het christendom en in de islam wel het geval is.”

Het boeddhistische Thailand schafte in 1956 de strafbaarstelling van homoseksualiteit af en zint op een wet die het homohuwelijk mogelijk maakt. Vietnam, dat de afgelopen jaren burgerrechten verder beperkte en niet schuwt bloggers na showprocessen in de gevangenis te gooien, denkt ook na over legaliseren van het homohuwelijk. In Aziatische landen waar de islam de dominante religie is, is het klimaat veel minder tolerant. Uit onderzoek van het Amerikaanse Pew Research blijkt dat 93 procent van de Indonesiërs homoseksualiteit afwijst. In Maleisië wordt oppositieleider Anwar Ibrahim al jaren in een kwaad daglicht gesteld omdat hij homo zou zijn.

Toen Wijeysingha in de jaren tachtig in het Britse Hull studeerde verborg hij weinig. Hij had een regenboogpin op de revers van zijn jasje. Hij had openlijk meerdere relaties.

In Singapore is hij voorzichtiger. Singapore kent inderdaad een gayscene met clubs die ongemoeid hun gang kunnen gaan. Er vinden geen grote politie-invallen meer plaats, onder het mom op zoek naar drugs te zijn, zoals in de jaren ‘80. Maar het mistige gedoogbeleid werkt frustrerend, zegt Wijesingha. Een open discussie in de verdeelde stad is moeilijk. Het aantal bezoekers van de Pinkdot-demonstratie is in een paar jaar toegenomen van honderden tot twintigduizend.

Tegelijkertijd liegen de reacties op de in Singapore populaire nieuwssite Yahoo er niet om. Wijesingha wordt verweten immoreel te zijn, jongeren een slecht voorbeeld te geven en te doen alsof HIV-positief zijn een lifestyle is. Wijesingha: „De regering beoefent een beproefd Singaporees recept: we gedogen, maar we zwijgen. We veranderen de wet niet en zo neemt niemand aanstoot. Het is een klein voorbeeld hoe de afgedwongen harmonie in Singapore werkt en hoe ongelijkheid in stand blijft.”