Franciscus wil niet oordelen over homo’s

Met één zinnetje ‘Wie ben ik om over hen te oordelen?’ suggereert de paus een nieuwe houding van de Katholieke Kerk inzake homoseksualiteit.

In het vliegtuig, terugkerend van de Wereldjongerendagen in Rio, hield paus Franciscus gisteren een lange, ongebruikelijk openhartige persconferentie. Foto Reuters

Een vrouw als priester? Vergeet het maar, zegt de paus. „De kerk heeft gesproken en nee gezegd. Johannes Paulus II heeft, in een definitieve formulering, gezegd dat die deur dicht is.” Het homohuwelijk? Nee en geen discussie: „U kent de positie van de kerk.”

Paus Franciscus lijkt te werken aan een bestuurlijke grote schoonmaak, maar de letter van de katholieke doctrine staat vooralsnog niet ter discussie. Toch heeft hij, op de terugvlucht van de Wereldjongerendagen in Rio, uitzicht geboden op een veel ontspannener houding van de Katholieke Kerk tegenover voorheen onwrikbare standpunten.

Open en zonder gevoelige thema’s te vermijden beantwoordde de paus gisteren in het vliegtuig ruim honderd minuten lang vragen van journalisten. Daarbij ging het vaak over homoseksualiteit. Drie zaken speelden door elkaar heen: de algemene houding van de kerk ten opzichte van homoseksuelen; berichten in de Italiaanse pers dat er een ‘gay lobby’ is binnen het Vaticaan; en het bericht dat de monseigneur die de paus als zijn vertrouweling heeft benoemd in het bestuur van de bank van het Vaticaan, betrokken was bij een homoseksueel schandaal.

„Wanneer ik een homoseksueel ontmoet, moet ik onderscheid maken tussen zijn homoseksueel zijn en onderdeel zijn van een lobby”, zei de paus. „Als ze de Heer zoeken en van goede wil zijn, wie ben ik om over hen te oordelen?” Dat klinkt heel anders dan de uitspraak van zijn voorganger Benedictus XVI dat homoseksualiteit „ingaat tegen de essentie van wat God oorspronkelijk heeft gewild”.

Franciscus maakte in zijn antwoord duidelijk dat hij niet de leer wil wijzigen. „De Catechismus van de Katholieke Kerk legt het erg duidelijk uit. Die zegt dat men deze personen niet moet marginaliseren, ze moeten integreren in de samenleving. De [homoseksuele] geaardheid is niet het probleem … we moeten als broeders en zusters zijn. Het probleem is iets anders, er is een probleem als je een lobby hebt voor deze geaardheid of een politieke lobby of een vrijmetselaarslobby.”

De praktijk kan er wel degelijk door veranderen – enkele vaticanisten zien hierin al een groen licht voor (niet praktiserende) homoseksuele priesters. Hoe Franciscus zelf dit ziet, bleek in zijn antwoord op een vraag over monseigneur Battista Ricca, door hem benoemd bij het Instituut voor Religieuze Werken (IOR), de Vaticaanse bank. Ricca zou een homoseksuele relatie hebben gehad.

„Ik heb gedaan wat het canonieke recht vereist, dat is een onderzoek vooraf”, zei de paus. „Er was niets. Ik wil daaraan toevoegen dat we vaak zondes uit iemands jeugd nemen en die publiceren. Ik heb het hierbij niet over misdaden, dat is iets anders. Misbruik van minderjarigen bijvoorbeeld is een misdaad. Maar iemand kan zondigen en zich dan bekeren, en de Heer vergeeft en vergeet. We hebben niet het recht om te weigeren te vergeten. Dat is gevaarlijk. De theologie van de zonde is belangrijk. Petrus heeft een van de grootste zondes begaan, Christus te ontkennen, en toch hebben ze hem paus gemaakt. Denk daar eens over na.”

Franciscus onderstreepte ook dat voor het IOR, waar allerlei twijfelachtige transacties hebben plaatsgevonden, „transparantie en eerlijkheid” essentieel zijn. Hij heeft al twee topbankiers laten verwijderen.

Met zijn aanpak van heilige huisjes maakt Franciscus onherroepelijk vijanden. Toch kiest hij voor direct contact met vrij willekeurige mensen in een menigte, ook in Rio weer. Is dat niet te gevaarlijk? „Ik realiseer me dat er altijd het risico bestaat van een gek, maar een bisschop achter kogelvrij glas is ook gek. Van deze twee prefereer ik de eerste soort gekte.”