En weer begint een coach onbevangen

Het Vitesse-avontuur voor Peter Bosz gaat beginnen. Twee topspelers weg, de nieuwe trainer wacht nog op versterking.

Aan het eind van de training vorige week dinsdag verzamelde de spelersgroep van Vitesse zich rond scheidend spits Wilfried Bony, die nog twee keer mee kwam trainen voordat zijn Engelse werkvergunning in orde was. Zo is de club ook wel weer. De topscorer moest en zou weg, was „klaar met Vitesse” zei hij begin april in VI. Maar nu hij zijn zin heeft met een transfer naar Swansea City is alles weer oké. Trainer Peter Bosz: „Ach, zo werkt dat. Tussen club en speler zijn soms tegengestelde belangen. Ik ben blij dat ik hem nog even mee kan laten doen. Kunnen de jongens mooi tegenop boksen.”

Wat moet Vitesse in dit Bonyloze tijdperk? De Ivoriaan heeft met 31 doelpunten in het afgelopen seizoen iedere opvolger met een enorme erfenis opgezadeld. Over hem mijmeren is „verspilde energie”, zegt Bosz, die deze zomer Fred Rutten opvolgde na het seizoen waarin de club vierde werd en lang meedeed om de titel. „Ik heb alleen te maken met jongens die ik hier heb. Daar ga ik beelden mee bekijken, daar werk ik mee en probeer ik een manier van spelen te ontwikkelen waarin we ons kunnen verdiepen, en waarop we hard kunnen trainen. Maar ieder weldenkend mens zal begrijpen wat een aderlating het is om Bony en Marco van Ginkel kwijt te raken.”

En er ging meer op de schop. Deze zomer trad de nieuwe algemeen directeur Joost de Wit (oud-RKC) aan. Zijn voorganger Erwin Kasakowski, intimus van Jordania, beperkt zich nu tot een rol op de achtergrond. Ook technisch directeur Ted van Leeuwen vertrekt; Mo Allach komt over van de KNVB en volgt hem op. Trainers wisselden elkaar na korte dienstverbanden af. Theo Bos was er toen de Jordania in 2010 de club kocht. Daarna volgden Albert Ferrer, John van den Brom, Fred Rutten en nu Bosz.

Steeds hebben ze een andere naam, maar verder is er weinig anders voor bijvoorbeeld Davy Pröpper. Hij zal zich voor de vierde keer moeten bewijzen voor een trainer die hij niet kent. „Mijn eerste jaar was hartstikke mooi, dat ik al zo vroeg in het eerste stond. Daarna kwam er een nieuwe eigenaar, wat kennelijk nodig was. En dat heeft voor de club ook niet verkeerd uitgepakt”, zegt de aanvallende middenvelder, gezeten op de tribune van het vernieuwde trainingscomplex op Papendal. „Alleen voor mij... Ik speelde een stuk minder, dat was wel jammer. Maar ik ben nog steeds maar 21. Als het goed is heb ik nog een lange tijd voor me.”

Voor Pröpper heeft de transfer van jeugdvriend Van Ginkel naar Chelsea twee voordelen. „Een leuk tripje, nu en dan naar Londen”, glundert hij. En er is een plek vrijgekomen op het middenveld nu de generatiegenoot die hem voorbijstreefde is vertrokken. Maar hij rekent zich niet rijk. Met Bosz kwam namelijk ook Marko Vejinovic van Heracles over, een rechtstreeks concurrent op de positie van nummer tien. „Je kan met zestien, zeventien man geen seizoen vooruit natuurlijk. En alleen Theo [Janssen] en ik op het middenveld is niet genoeg”, zegt Pröpper.

Niemand heeft streepjes voor, zegt Bosz. „Iedereen wil nu met mij praten over spelers, maar ik wil ze eerst zelf aan het werk zien. Ik ben echt niet iemand die zo dom wil zijn de fouten te maken die anderen wellicht gemaakt hebben. Zo naïef steek ik niet in elkaar. Maar ik ben wel iemand die het gewoon zelf wil ervaren en er heel open in staat. Kelvin Leerdam ken ik van de Feyenoord-jeugd, Vejinovic van Heracles. Voor de rest heb ik nog nooit met iemand van deze jongens gewerkt. Ik sta tegenover iedereen blanco.”

Na vijf jaar van relatieve rust bij Heracles, onderbroken door een periode als technisch directeur bij Feyenoord, koos Bosz voor de woelige wereld van ‘geel-zwart’. Hij heeft niet met zijn voorgangers gesproken over de vraag waarom toch die omloopsnelheid van trainers zo hoog is bij Vitesse. Het ligt volgens hem niet per se aan Jordania. „Vergeet niet: hij wilde heel graag dat Rutten bleef. Hij voelt ook wel aan dat trainers hier snel gewisseld zijn, om uiteenlopende redenen. Daar wil hij ook vanaf. Maar dan moet dat wel kunnen.”

Bosz dus, weer een coach die „onbevangen en open” het avontuur bij Vitesse aangaat. Van Jan Smit, de Heracles-voorzitter die altijd een praatje wil maken, naar man van de wereld Jordania lijkt een grote stap. Bosz haalt zijn schouders op. „Ik ben trainer, moet mijn werk op het veld doen. Daar was Jan Smit niet bij, en daar is Merab Jordania ook niet bij. Ik heb een aantal keer met de man gesproken, dat waren prettige gesprekken. Wij in Nederland kennen het fenomeen van een buitenlandse clubeigenaar niet. Dirk Scheringa [ex-AZ] of Frans van Seumeren [FC Utrecht] is toch anders dan Jordania die hier naartoe is gekomen. Mensen kijken daar argwanend naar.”

Voorganger Rutten botste vorige winter met Jordania over „beloofde” versterkingen die niet kwamen. Bosz heeft geduld, zegt hij, maar erkent dat hij „een smalle selectie” heeft. Dit weekend verloor zijn ploeg een oefenduel met 4-0 van Bayer Leverkusen, donderdag is het uitduel tegen het Roemeense Petrolul voor de Europa League-kwalificatie. Zondag begint de competitie met een thuisduel tegen Bosz’ oude club Heracles. „Ik hoop dat er nog wat jongens bijkomen. Een huurspeler van Chelsea zou mooi zijn, dan heb je in ieder geval kwaliteit. Ted [van Leeuwen] heeft geroepen dat we in elke linie nog iets kunnen gebruiken. Dat klopt wel.”