Downloaders niet meer belangrijk

Muziekpiraterij is op haar retour. Downloadde vroeger nog één op de drie Nederlanders van illegale sites, nu is dat één op de vijf. Legaal werkt beter.

Spinvis: „Lange, ingewikkelde liedjes krijgen via streaming een eerlijke kans”. Foto Andreas Terlaak

Ze bestaan nog, de mensen die de hele dag terabytes aan gratis muziek binnenhalen. Soms uit principe. Omdat informatie ‘vrij beschikbaar hoort te zijn’. Meestal omdat het kan, omdat het makkelijk is, om de eerste te zijn. Dit is de harde kern, die fanatiek blijft downloaden. Maar de massa heeft zich van de illegale downloadsites afgekeerd.

Deze maand presenteerde streamingdienst Spotify een rapport met cijfers over downloaden van muziek van illegale sites. Daaruit blijkt wat het Instituut voor Informatierecht (IviR) samen met CentERdata van de Universiteit Tilburg eerder ook aantoonde: muziekpiraterij is op haar retour. Het aantal Nederlanders dat weleens muziek downloadt uit illegale bron is sinds 2008 gedaald van één op de drie naar bijna één op de vijf.

De trend om te betalen voor digitale muziek is al een aantal jaren bezig – sinds iTunes in 2003 – en beleeft nu zijn definitieve doorbraak. Begin dit jaar bleek uit cijfers van brancheorganisatie IFPI dat de muziekindustrie voor het eerst sinds 1998 weer groeit (met 0,3 procent). Dat was hard nodig: de wereldwijde muziekomzet is sinds 2000 gehalveerd tot 12,4 miljard euro. De omzet wordt nu vooral door digitale verkopen gestuwd, waaronder muziekabonnementen. In Nederland komt 30 procent van de omzet uit digitale bronnen. In de VS is dit zelfs 50 procent. Uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek blijkt dat muzikanten een stuk optimistischer zijn dan andere beroepsgroepen in de kunsten.

Jarenlang hield de muziekindustrie zich vooral bezig met het agressief bestrijden van downloaders. Kopieerbeveiliging, rechtszaken, sites als Napster, Kazaa en The Pirate Bay werden uit de lucht gehaald. En het downloaden ging vrolijk door. Maar de muziekindustrie heeft geleerd de downloaders met rust te laten. En dat is maar goed ook, zegt onderzoeker Joost Poort van het IviR. „Er zijn altijd mensen die muziek als allereerste willen hebben, en daarvoor digitale schouderklopjes krijgen. Op die groep heeft de industrie zich lange tijd blind gestaard. Maar deze groep is jong, met weinig koopkracht. Ze zijn niet belangrijk.”

Wél belangrijk is de groeiende groep consumenten die downloadde bij gebrek aan legale alternatieven. Na Apples iTunes is de muziekindustrie downloaders anders gaan behandelen. Niet als dieven, maar als potentiële consumenten, die best willen betalen, mits daar een goede service tegenover staat. Zo heeft Spotify zes miljoen betalende gebruikers die een abonnement hebben op een enorme muziekcatalogus. En het aantal concurrenten (Deezer, Google Play Music) neemt toe. De industrie verwacht dat de streamingdiensten over vier jaar samen 160 miljoen gebruikers tellen.

De verloren generatie – de twintigers en dertigers die zijn opgegroeid met gratis nieuws, gratis series en gratis films – blijkt wel degelijk bereid te betalen voor muziek. Het belang dat mensen hechten aan het bezitten van muziek neemt af. Een platenkast is mooi, maar ook onhandig. Daar komt bij dat een nummer vinden op een illegale site een stuk ingewikkelder is dan de Spotify-app opstarten, binnen enkele tienden van seconden een nummer vinden en luisteren waar en wanneer je wilt.

De muziekindustrie bedient zich steeds meer van twee sporen. Enerzijds biedt zij bijzondere producten voor een groep trouwe fans, zoals grammofoonplaten van vinyl, die aan een stormachtige comeback bezig zijn. Vorig jaar werd er wereldwijd 177 miljoen dollar met vinyl verdiend, het hoogste niveau sinds 1997. Anderzijds biedt zij digitale downloads van bijvoorbeeld iTunes en streaming voor de groep die bereid is te betalen voor een dienst waarmee muziek vooral zo makkelijk mogelijk kan worden geconsumeerd. Slachtoffers: de cd en winkels als Free Record Shop.

Industrie blij, consument blij. Blijft er nog wat over voor de artiest? Het verdienmodel van een bedrijf als Spotify is schimmig: wie welk deel van het abonnementsgeld (5 of 10 euro per maand) krijgt, is onduidelijk. Wel is duidelijk wat artiesten krijgen per geluisterd nummer: ongeveer 1 eurocent. Niet iedereen is daar even blij mee. Zo haalden Radiohead-voorman Thom Yorke en producer Nigel Godrich om die reden onlangs twee albums van Spotify. Financieel directeur Will Page van Spotify laat per e-mail weten: „Elke artiest heeft recht op een mening. Maar zij moeten zich beter informeren over de uitdagingen waar de markt voor staat.” Hij bedoelt: de muziekindustrie kan niet anders. Muzikanten moeten zich realiseren dat bijna niets nog altijd meer is dan helemaal niets.

Zanger Spinvis (Erik de Jong) haalt inmiddels een kwart van zijn inkomsten uit digitale muziek. Oké, 1 eurocent lijkt weinig, maar streaming is „een langdurige vorm van betaling”, zegt De Jong. „Over honderd jaar kunnen mijn erven nog multimiljonair worden van mijn muziek.”

Bijkomend voordeel: De Jong weet meer van zijn publiek, nu hij op zijn halfjaarlijkse afschriften van Spotify precies kan zien hoe vaak welke nummers zijn beluisterd. „Aan sommige liedjes heb ik heel hard gewerkt, maar die worden nooit op de radio gedraaid. Ze zijn te lang, te ingewikkeld. Dan zie ik het soms hoog staan in de lijst van beluisterde nummers. Dat voelt goed. Via streaming krijgt zo’n nummer een eerlijke kans.”

Met medewerking van Marc Hijink