De Wielwijk was hopeloos, maar nu willen mensen er weer wonen

De honderden miljoenen die de afgelopen vier jaar in de Vogelaarwijken zijn geïnvesteerd, hebben niet geleid tot meetbare verbetering. De veertig achterstandswijken staan er nu niet beter of slechter voor dan vergelijkbare probleemwijken. Dat blijkt uit een vandaag verschenen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. De wijkaanpak was een van de speerpunten van het kabinet-Balkenende IV (2007-2010). Met de Wielwijk in Dordrecht is het de laatste jaren wel beter gegaan, al zijn de problemen nog lang niet opgelost.

„Veertien jaar geleden ben ik uit deze wijk vertokken, omdat het echt niet meer te harden was. Maar in september kom ik terug. Het is er zo op vooruit gegaan. Kijk eens om je heen hoe netjes alles is.”

Lenie de Haas-Trijtel zit op een bankje voor wijkcentrum De Admiraal in Dordrecht. Binnen is de klaverjasmiddag in volle gang. De Haas-Trijtel en haar tafelgenoten houden een rookpauze. Ze steekt haar tweede Pall Mall op. „Ik heb hier 33 jaar gewoond, met mijn man. We zagen de buurt achteruit gaan. Er kwamen allemaal buitenlanders. Ik wil er niet te veel over zeggen hoor, maar die gooiden hun vuil zo, hup, van het balkon. Op een gegeven moment moest ik de halve straat schoon houden. Toen mijn man ziek werd, zijn we weggegaan.”

Wijkcentrum De Admiraal ligt aan het Admiraalsplein, het hart van de Wielwijk in Dordrecht. De Wielwijk is een van de veertig oorspronkelijke Vogelaarwijken. Deze krant verbleef er in 2006 enige tijd. Er waren toen forse problemen: jongeren van voornamelijk Marokkaanse afkomst zorgden voor overlast en veel bewoners vonden hun wijk onaantrekkelijk en onveilig.

Sindsdien is er veel veranderd. Het Admiraalsplein heeft een facelift gehad. Waar eerst schots en scheef auto’s stonden geparkeerd, spuit nu een door bloembakken omgeven fontein. Senioren en moeders met kinderen lopen in de zon, op weg naar winkels. In 2012 opende het wijkcentrum zijn deuren. Oude flats rondom het plein werden gesloopt en maakten plaats voor nieuwbouw, deels koopwoningen.

De Haas-Trijtel kijkt tevreden om zich heen. „Er is hier flink aangepakt. Ik woon nu elders in de stad in een huis met een tuintje, maar dat ruil ik graag in voor een flat hier. Straks ben ik eindelijk weer thuis.”

Erik Janssens, wijkmanager van de Wielwijk, houdt even verderop kantoor. ‘Welkom’ staat er geschilderd op de stoep voor zijn Informatiepunt. Een witte pijl wijst naar binnen. Hier zitten sociale instanties, de gemeente en de woningcorporatie handig bij elkaar. „Tien jaar geleden was dit een moeilijke wijk, waar niemand wilde wonen”, zegt Janssens. „Dat is aan het veranderen.”

De aanpak die in de Wielwijk wordt gehanteerd, bestaat uit twee componenten, zegt hij: „fysiek ingrijpen en een goed sociaal programma”. Oftewel, slechte woningen slopen of renoveren en bij mensen met problemen „achter de voordeur” zien te komen.

Janssens loopt over het Admiraalsplein en wijst om zich heen. „Daar is een opvangplek voor meiden met problemen thuis, daar een flat waar startende ondernemers zich tegen een schappelijk tarief kunnen vestigen. Die noemen we de kansenflat.”

Hoe zit het met de veiligheid in de wijk? „Het veiligheidsgevoel blijft een item”, antwoordt Janssens. „Je hebt natuurlijk de harde cijfers rondom misdaad en overlast en de perceptie daarvan. Daar zit wel eens wat licht tussen. Die groep Marokkanen bijvoorbeeld die voor zoveel overlast zorgde, is verdwenen.”

Een rondgang over het plein leert dat een aantal aanwezigen dat anders ervaart. Wendy, een moeder van twee dochters die bij de fontein aan het spelen zijn, wil niet met haar achternaam in de krant. Ze zegt dat ze ’s avonds liever geen boodschappen doet op het Admiraalsplein. „Je hebt hier dan nogal eens dronken mensen en ook groepjes buitenlandse jongens, volgens mij Marokkanen, die zich misdragen.”

Over hinderlijke alcoholisten klinken meer klachten. Het gaat om verslaafden die in de buurt worden opgevangen. Margaret Schaper, filiaalmanager van de Albert Heijn, krijgt ze nogal eens binnen. „Dan willen ze bier kopen, terwijl ze duidelijk dronken zijn. Dat moeten we ze weigeren, met nogal wat geschreeuw tot gevolg.”

Toch gaat het duidelijk beter met de Wielwijk, zegt ze. „Dat merken we aan de verandering van de klantenstroom. Er komen hier nu ook advocaten en artsen binnen.”

Deze Wielwijkers wonen veelal in de nieuwbouw direct aan het Admiraalsplein. Wie een paar straten verder loopt, ziet het andere gezicht van de wijk. Hier staan oude flatgebouwen met balkons vol schotels, garageboxen bespoten met graffiti. Hier woont Meral Yuldüz met haar gezin. Ze kwam elf jaar geleden uit Turkije naar Dordrecht. In haar flat is alles in orde, zegt ze. „Maar achter ons zitten – sorry voor het woordje – Surinamers. Die rijden met brommers door het park. En cocaïne hè!”

Wijkmanager Erik Janssens realiseert zich dat er nog veel te doen is in de Wielwijk, zegt hij. Het renoveren van woningen moet doorgaan, ook al is het crisis. En ook de sociale problemen zijn niet opgelost. „We proberen er samen met de bewoners wat van te maken. Daarvoor zijn de Vogelaargelden die we nu krijgen, zo’n acht ton per jaar, hard nodig. Ik zeg dat niet omdat ik mijn baan wil houden, maar omdat ik weet dat anders alles wat we hebben bereikt over een paar jaar weer teniet is gedaan.”