De wereldtop is nog heel ver weg

De waterpolosters van bondcoach Maugeri zijn in de kwartfinale van het WK kansloos verslagen door Hongarije. „Vreemd, ik ben niet echt boos.”

De Nederlandse Biurakn Hakhverdian (witte badmuts) in duel met de Hongaarse Gabriella Szucs. Foto AFP

Twee dagen lang leefden de Nederlandse waterpolosters op een wolk, hoog boven de berg Montjuïc in Barcelona. Het uitzicht op een halve finale op het WK, misschien zelfs een medaille, had een sfeer gecreëerd die deed denken aan die hete dagen op de Spelen van Beijing in 2008.

Dat zoete gevoel, de hoop dat Nederland na vijf tamelijk anonieme jaren weer terug is aan de wereldtop, maakte de dreun alleen maar harder voor de speelsters van bondscoach Mauro Maugeri. Met tranen in de ogen stapten ze gisteravond uit het openluchtbad Bernat Picornell. In de kwartfinale vernederde Hongarije, vaak een gelijkwaardige tegenstander, de Nederlandse ploeg. Halverwege stond er 7-1 op het scorebord. Bij de eindafrekening viel de schade nog mee (11-7), maar het maakte de afstraffing er niet minder om.

„Zo slecht als deze wedstrijd hebben we de afgelopen periode niet gespeeld”, zei Lieke Klaassen, die zich in Barcelona ontpopte als de nieuwe topschutter van de ploeg. Zij was het die de ploeg afgelopen zaterdag bij de hand had genomen met drie cruciale treffers tegen de sterke Chinese ploeg, winnaar van de World League.

Maar ook voor de Hengelose krachtpatser eindigt het sprookje met een enorme deceptie. Misschien waren de verwachtingen te hoog. Want Klaassen noemde het „onbegrijpelijk” dat zij en haar ploeggenoten zo zwak aan hun kwartfinale waren begonnen. Eén treffer, binnen de eerste minuut, was alles wat Nederland te bieden had in de eerste twee periodes. Alles wat fout kon gaan ging fout; in negen man-meer-situaties wist Nederland slechts twee keer te scoren. Klaassen zelf liep binnen de kortste keren tegen twee tijdstraffen aan, waardoor Maugeri zich gedwongen zag zijn topscorer minutenlang naast zich op de bank te houden. En toch zei Klaassen na afloop: „We waren er helemaal klaar voor. Ik dacht echt dat we een medaille zouden halen. Maar onze ballen gingen er allemaal niet in, die van hen vlogen ons allemaal om de oren.”

Niemand had een verklaring, ook sterspeelster Iefke van Belkum niet, één van de laatste olympisch kampioenen die de ploeg nog telt. „Wij hebben tot aan de kwartfinale allemaal moeilijke wedstrijden gehad, waarin we moesten vechten voor elk punt. Hongarije had eigenlijk nog geen echte wedstrijd hoeven spelen. En toch werden we in de eerste helft volledig overklast.”

Voor bondscoach Maugeri begint de tijd in Nederland zo langzamerhand te dringen. De 54-jarige Siciliaan werd na het olympische mirakel van Beijing (2008) binnengehaald als opvolger van succescoach Robin van Galen. Dat was zeker niet de gemakkelijkste taak voor Maugeri, in de waterpolowereld alom geroemd als een tactisch meesterbrein.

Maar na Beijing kozen veel speelsters uit de gouden generatie – onder wie Daniëlle de Bruijn, Rianne Guichelaar en onlangs ook Mieke Cabout – voor een maatschappelijke carrière.

Het klaarstomen van een nieuwe generatie kost Maugeri meer tijd dan hem lief is, zeker in een land zonder de waterpolocultuur die hij van thuis kent. Maar feit blijft dat Maugeri er niet in is geslaagd de Nederlandse ploeg terug te brengen aan de top. Na de vijfde plaats op het WK van 2009 (Rome) volgde een zevende plaats in 2011 (Shanghai). De Spelen van Londen (2012) gingen zelfs helemaal voorbij aan de toenmalige titelhouder.

Gisteravond kon hij niet eens boos zijn op zijn ploeg. „Het is vreemd, ik ben niet echt boos. We hebben het niet weggegeven. Hongarije was veel beter, zij verdienden te winnen. Wij maakten te veel fouten in het begin.”

Het maximale dat Nederland in Barcelona nog kan halen is een vijfde plaats. Daarna start de lange aanloop naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro (2016).

Maar na de bittere teleurstelling van gisteravond was dit het laatste waar de speelsters mee bezig waren. „We hebben steeds gezegd dat we een medaille willen halen”, zei Van Belkum. „Ik ben nu nog niet toe aan de volgende wedstrijd.”