De rebelse rockster draagt nu kaplaarzen

Voor de veertiende keer staat een plaat van de Rolling Stones op nummer 1 Frontman Mick Jagger is het allemaal: rockgod, zakenman, sekssymbool Zijn solocarrière kwam moeizaam op gang

V.l.n.r.: Ronnie Wood (scherm), Charlie Watts, Mick Jagger and Keith Richards in Hyde Park. Foto Reuters

Medewerker Muziek

De Rolling Stones danken hun overlevingskracht aan het doorzettingsvermogen van Mick Jagger. Zo onafscheidelijk als de twee-eenheid Jagger & Richards lijkt, zo neerbuigend deed Keith Richards in zijn autobiografie Life over het enorme ego van Jagger. Hij wordt achter zijn rug ‘Brenda’ genoemd en dweept met zijn koninklijke onderscheiding, in 2003 gekregen van prins Charles, die hem het recht geeft de titel Sir te dragen. Maar zonder Jaggers grenzeloze ambitie op artistiek en commercieel vlak hadden de Stones het geen vijftig jaar volgehouden en was Richards nooit uit zijn heroïneroes ontwaakt. Jagger schudde hem wakker, hield hem de hand boven het hoofd en voedde het gezegde: de Rolling Stones verlaat je alleen tussen zes planken.

De zanger van de bekendste rockband ooit staat voor het eerst in acht jaar weer op 1 met een album in Nederland. Hyde Park live, een opname van een Stones-concert begin deze maand in Londen, voert de Album Top-100 aan. Ook in landen als Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje staat het album bovenaan de hitlijsten. Mick Jagger, afgelopen vrijdag 70 jaar geworden, heeft zijn iconische status nooit verloren.

Marshall Chess, de zoon van de oprichter van het befaamde label Chess in Chicago, kende de naam Michael Jagger ruim voordat de Rolling Stones in juni 1964 de studio aan 2120 South Michigan Avenue bezochten. Al jaren eerder had Marshall op de postorderafdeling de pakjes geadresseerd die naar M. Jagger in het Britse Dartford gingen. Muziekliefhebber Mick had ontdekt dat hij het magere aanbod van blues in Londense platenwinkels kon omzeilen door ze direct in Chicago te bestellen. Zo kreeg hij toegang tot de complete catalogus van het platenlabel en, minstens zo belangrijk, het was goedkoper.

Zakelijk inzicht heeft er altijd in gezeten bij Michael Philip Jagger, geboren tijdens een periode van Duitse raketaanvallen op Londen in 1943. Na een voorbeeldige schooltijd werd hij in 1961 toegelaten tot de prestigieuze London School Of Economics, waar hij het maar een jaar uithield omdat hij koos voor het onzekere bestaan van blueszanger. De armoede uit de beginjaren van de Rolling Stones, die in hun gezamenlijke huis in Chelsea crepeerden van kou en honger, overviel hem na een beschermde jeugd in de Engelse middenklasse.

In zijn latere leven schurkte Mick Jagger steeds dichter aan tegen de elite. Soms zou hij zelfs hun accent aannemen. Hij betrad de zakenwereld toen de Rolling Stones in de jaren zeventig niet alleen de ‘Greatest Rock ’N’ Roll Band in the World’, maar ook de best lopende concertattractie ter wereld werden. Legendarisch en gevreesd waren de deals die hij door zakelijk manager Prince Rupert zu Löwenstein liet sluiten en die nauwelijks een winstmarge overlieten voor concertorganisatoren en platenmaatschappijen.

Matrozen

Het deed niet af aan de stormachtige artistieke ontwikkeling die Mick Jagger doormaakte, van de nog wat timide zanger van bluescovers in Londense jazzclubs tot de flamboyante showman die met een stadionvullende podiumact de wereld veroverde. Vanaf het moment dat manager Andrew Loog Oldham het duo Jagger & Richards in de keuken opsloot om zelf eens een lied te schrijven zag Jagger de voordelen van eigen songmateriaal. Met wereldschokkende nummers als ‘Paint It Black’, ‘Jumpin’ Jack Flash’ en ‘Sympathy For The Devil’ vestigde hij zich als een rocker die de tijdgeest in een rebelse en niet zelden controversiële song kon vangen. ‘(I Can’t Get No) Satisfaction’ met Richards’ opzwepende, vervormde gitaarloopje werd het lijflied van een verveelde, veeleisende en kapitaalkrachtige generatie.

Als muzikant was hij soms een opportunist die handig inhaakte op de discorage, glamrock en reggae. De androgyne uitstraling die voor het eerst tot uiting kwam in zijn rol als de decadente rockster Turner in de film Performance (Nicolas Roeg, 1970) werd aangedikt op plaathoezen en in videoclips, met name de schuimende ‘matrozenclip’ bij ‘It’s Only Rock ’N’ Roll’ uit 1974. Op het hoogtepunt van het discotijdperk scoorden de Rolling Stones een van hun grootste hits met ‘Miss you’, compleet met falsetstem in de stijl van discohelden The Bee Gees.

Bedoeïenentent

Jaggers solocarrière kwam moeizaan van de grond, met songs als ‘Just another night’ en ‘Let’s work’ die gebukt gingen onder een loodzware, typische jaren-tachtigproductie en die de magie van de Stones misten. Ook de bandalbums werden steeds ondergeschikter aan de megatournees. De klassieke albums Beggars Banquet (1968), Sticky Fingers (1971) en Exile On Main Street (1972) eindigen altijd hoog bij verkiezingen van de beste rockplaten ooit. Hoewel Mick Jagger te boek staat als een artiest die niet graag omkijkt, was hij in recente jaren betrokken bij de heruitgave van hoogtepunten uit zijn platencarrière. In het geval van Exile voegde hij zelfs nieuwe teksten toe aan onafgemaakte stukken.

Mick Jagger is het allemaal: rockgod, zakenman, sekssymbool en het mikpunt van spot voor critici die vinden dat rock-’n-roll nooit anders was bedoeld dan als tienermuziek. Inmiddels (hij vierde vrijdag zijn zeventigste verjaardag) lijkt er een nieuwe lichtheid over zijn karakter neergedaald. Op het Glastonburyfestival waar de Stones eind juni voor het eerst in hun loopbaan optraden, kampeerde Jagger in een luxe bedoeïenentent en schreef hij in een Twitterbericht dat hij regenlaarzen had meegebracht om het festivalterrein te verkennen. Bij het recente concert van de Stones in Hyde Park waarmee ze het legendarische ‘free concert’ uit 1969 herdachten, verklaarde Jagger waarom het podium werd geflankeerd door twee rijen plastic bomen. Indertijd stond het park nog vol bomen; nu is het er een kale boel. „Zo lijkt het nog een beetje op de vorige keer.”