De beste plek waar ze ooit hebben gewoond

Naast de A5, op een braakliggend stuk grond in Amsterdam ligt ‘t Landje De bewoners regelen zelf hun voorzieningen Twee documentairemakers maakten een portrettenserie

Documentairemakers Rebekka van Hartskamp en Marjolein Busstra van het creatief collectief Lege Fles, stuitten bij toeval op ’t Landje, een braakliggend stukje grond langs de A5, aan de rand van Amsterdam. Ze doken onder in de wereld van de stadsnomaden en portretteerden de bewoners.

Robby, ‘de koordloper’

Robby (55) noemt zichzelf een economische vluchteling. Hij heeft een huis in Pieterburen, maar kon daar zijn hoofd niet boven water houden. Hij besloot naar Amsterdam te komen om te werken. Nu woont hij al twee jaar op ’t Landje. „Omdat ik niet veel geld heb, is ’t Landje praktisch en je bent nooit alleen.” Iedere ochtend loopt hij een rondje om iedereen te wekken. Slapen vindt hij maar zinloos.

Vincent en Celeste, ‘het koppel’

Vincent (20) is sinds september 2011 thuisloos. Hij trok van plek naar plek en kwam uiteindelijk een jaar geleden op ’t Landje terecht. Vincent kan niet in de stad wonen. De maatschappij probeert volgens hem iedereen te vormen en daar heeft hij geen zin in. „Het is raar dat je niet jezelf mag zijn. Niets is goed genoeg en vrijwel iedereen is hebberig.” Celeste (18) kwam bij hem wonen omdat het thuis niet meer ging. Met de zonnepanelen op het dak van de caravan zorgen ze zelf voor hun energievoorziening.

Alan, ‘de kapitein’

De Zweedse Alan (65) kwam in september vorig jaar aan op ’t Landje. Hij wil er niet meer weg. Hij ontvangt een halve AOW van Zweden en een halve AOW van Nederland en daar kan hij van rondkomen. ’t Landje vindt hij de beste plek waar hij ooit heeft gewoond. Alan heeft vier kinderen die wel allemaal in een huis wonen. Zelf denkt hij dat hij geïsoleerd zou raken in een appartement. Alan vindt dat de gemeente ’t Landje en de stadsnomaden moet respecteren. „We willen een adres, een telefoon en stromend water.” Alan is muzikant, hij speelt op zijn accordeon voor oude mensen.

DJ (Diederik Jeroen Cornelissen), ‘de indiaan’

DJ (51) is geboren in Haarlem. Hij leeft sinds zijn 17de op straat. „Daar word je hard van”, zegt DJ. Hij heeft twintig jaar in een appartement gewoond en vier jaar zijn eigen bedrijf gehad in de bouw. Toch kwam hij uiteindelijk weer op straat terecht. Hij heeft er niet voor gekozen om op ’t Landje te wonen, het is zo gelopen. DJ ontvangt een daklozenuitkering en moet daarvan 170 euro afdragen aan premie voor de ziektekostenverzekering. „Dat is verplicht, anders krijg ik deurwaarders aan m’n broek. Dus betaal ik maar. Al ben ik nog nooit ziek geweest.”

‘De indiaan’ is al zijn bijnaam sinds zijn 8e. Hij was altijd al geïnteresseerd in de leefwijze en filosofie van de indianen. „Ze waren de eerste ecologische burgers. Daar kunnen wij nog wat van leren.” Veren en boeken komen gewoon aanwaaien. „Blijkbaar laat ik een indruk achter bij anderen.”

Sebastiaan, ‘de doe-het-zelver’

Sebastiaan (23), geboren en getogen in Amsterdam, woont sinds twee jaar op ’t Landje. Hij had geen zin meer in een huurhuis: „Je bent de godganse dag bezig met je kop boven water houden. Ik heb het echt geprobeerd, vijf dagen in de week gewerkt bij een boerderij voor 8 euro per uur, maar op een dag viel ik letterlijk van mijn fiets. Ik hield het niet meer vol, al die stress.” Op ’t Landje zegt hij de tijd en energie te hebben om te ontdekken waar hij goed in is. „Ik prefereer de zelfregulatie van het ’t Landje boven de overregulatie van de maatschappij. Ik ben een echte doe-het-zelver.”

Malcolm, ‘the chef

De Britse Malcolm (40) heeft naar eigen zeggen overal gewoond. Hij heeft een afkeer van de maatschappij, door alle regels wordt het leven voor hem ondraaglijk. „Ik heb nooit een handtekening gezet onder een contract dat mij verplicht belasting te betalen. Ik zal daar dan ook nooit aan gehoorzamen.” In Nederland zitten volgens Malcolm zo veel mazen in de wet dat het nog prettig toeven is. Overal kletst hij zich uit: „De politie is vaak niet op de hoogte van de eigen wetten en regels. Wat willen ze me dan maken?” Malcolm is altijd in beweging en praat graag en snel. Stilzitten vindt hij zonde. „Als je wat wilt in het leven moet je in actie komen.” Zijn plekje op het ’t Landje is een soort soos. Voor 1 of 2 euro krijgen alle bewoners iedere woensdag een voedzaam bord eten. „Dan is het echt gezellig!”

Henk, ‘de Roma’

Henk (38) komt oorspronkelijk uit Brabant en is een geboren woonwagenbewoner. In 2011, in de nacht van 7 op 8 mei, heeft Henk samen met een vriend ’t Landje gekraakt. „We zijn een hechte familie. Als iemand in de problemen zit, komen we bij elkaar en lossen we het op.” Henk werkt op vrijwillige basis bij DAF, Dutch Acid Family. Daar bouwt hij decors voor grote feesten. Zijn ouders vonden zijn leven in de eerste instantie wat wild, maar inmiddels is dat anders. „Ik leef echt nog als de eerste woonwagenbewoners, daar zijn ze trots op.”

Petra, ‘de kunstenares’

Petra (46) woont sinds twee maanden op ’t Landje. Naast Theo, haar beste vriend sinds 1987. Petra werd van de ene op de andere dag haar antikraakhuis uitgezet. Gelukkig had Theo nog een zelfgebouwde villa, Villa Rozenwater, op ’t Landje staan. Houthakken, water halen en gas kopen, het bevalt haar prima. De winter moet ze nog meemaken, maar dat zal wel goedkomen denkt ze. Petra heeft altijd in de kroeg gewerkt van haar ex, maar dat is niet zo lekker afgelopen. Hier is ze vrij. „Ik kan absoluut niet tegen bureaucratisch gezeik. Als je de sociale instanties om hulp vraagt, sturen ze je gewoon weg. Ja, dan ga je dingen doen die niet goed zijn. Ik heb een jaar heerlijk gegeten, maar nergens voor betaald.” Nu voelt ze zich weer gewaardeerd en kan ze haar creativiteit kwijt. „Ik maak kastjes en krukjes in alle kleuren.”

Leen, ‘de hippie’

Gouwenaar Leen (51) had een goede baan in de financiële sector. „Je weet wel, driedelig pak, leaseauto en een groot appartement.” Toen hij de 45 was gepasseerd, vroeg hij zich af waar hij mee bezig was. „Ik deed alleen maar dingen die andere mensen me opdroegen.” Door overmatig drugsgebruik viel hij regelmatig in slaap op zijn werk. Hij raakte zijn baan kwijt en zwierf langs verschillende plekken. Leen is een gedreven voorvechter voor het leven van de stadsnomade en kan door zijn oude baan goed onderhandelen en bemiddelen voor zijn groep mensen. Hij vindt het heerlijk om in zijn nakie te lopen en komt bijna nooit meer in de stad. Hij heeft een hekel aan de schijnveiligheid van de maatschappij. „Het enige wat je zeker weet, is dat je dood gaat. Dit leven brengt je terug naar the roots of life. Als je eenmaal zo geleefd hebt, wil je niks anders meer.”