Boeren uit Holland, best link

Buitenlanders mógen gaan boeren in EU-lidstaat Hongarije. Maar de regering wil dat niet. De angst voor rijke buitenlanders zit diep.

Een boerenechtpaar in Hongarije. Het land zou ook fijn zijn om te mountainbiken. Foto Jan Banning

Aan de verkooptechnieken van László Takács ligt het niet dat hij al drie jaar geen koop- of pachtdeal meer heeft gesloten. De in Nederland opgegroeide Hongaar werkt als consultant voor Nederlanders die grond of een huis in Hongarije zoeken. Zijn dochter vanuit Nederland, hij vanuit het dorp Legénd, een uur ten noorden van Boedapest tussen glooiende heuvels vol zonnebloemen en tarwe. 23 van de 250 huizen in Legénd zijn van Nederlanders.

Takács wijst op de paden door de heuvels om te paardrijden en te mountainbiken. Op de vruchtbare grond de opbrengst met wat slimme irrigatie te verbeteren is. „Wist je dat Nederlanders dertig keer meer uit een hectare halen dan Hongaren?”

De voornaamste trekker is de prijs. In Nederland kost een hectare grond 50 tot 60 duizend euro. In Hongarije is een tiende daarvan vaak al een meer dan fatsoenlijk bod. En dat terwijl het land vlak en vruchtbaar is, relatief veel zonnedagen telt en warm water om te irrigeren pal onder de oppervlakte ligt. Het platteland loopt bovendien in hoog tempo leeg.

Zakelijke kansen genoeg, maar „die rare rechtse rakker schrikt iedereen af”, zegt Takács (70) stellig. Hij doelt op de machtige conservatieve premier Viktor Orbán, die sinds mei 2010 regeert met een tweederde meerderheid in het parlement. Ta-kács noemt zichzelf socialist. Onlangs nog, zegt Takács, bedacht een Friese melkveehouder die naar Hongarije wilde verkassen zich.

Orbán heeft een afkeer van buitenlandse bemoeienis en buitenlandse ‘speculanten’ en laat dat voortdurend blijken. Zo verzocht de regering het Internationaal Monetair Fonds zijn kantoor in Boedapest te sluiten. Sectoren die grotendeels in handen zijn van buitenlanders, zoals de financiële dienstverlening en de telecommunicatie, kregen extra heffingen opgelegd.

Landen van de Europese Unie horen burgers en ondernemers uit andere EU-landen tot hun markten toe te laten. Hongarije bedong bij zijn toetreding een tijdelijke uitzonderingpositie om te voorkomen dat boeren zonder geld moesten toezien hoe rijke buitenlanders hun grond opkochten. In 2010, kort na aantreden van de huidige regering, werd het moratorium op verkoop aan buitenlanders eenmalig verlengd. Op 30 april 2014 loopt het af.

De regering moest daarom met een nieuwe wet komen die EU-burgers niet discrimineert. Schoorvoetend volgde in juni een voorstel. Hoewel de nieuwe wet officieel een liberalisering heet, is er alles aan gedaan om ervoor te zorgen dat – in de woorden van de premier – „Hongaarse landbouwgrond in het bezit is van Hongaren”.

Tijdens de behandeling van de wet bezetten de ultranationalisten van Jobbik – de derde partij van het land – het spreekgestoelte. Ze hingen er een spandoek overheen waarop stond dat de verkoop van land aan buitenlanders gelijkstaat aan landverraad.

Om historische redenen zit de angst dat buitenlanders land inpikken diep. „Het is jammer en dom, maar Hongaren trappen er steeds weer in als politici nationalistische gevoelens opwekken”, zegt Takács.

Direct na de val van de Muur in 1989 stroomden buitenlandse boeren, vooral Oostenrijkers toe. Ze ontmantelden, vaak met Europese subsidie, hun boerderij in eigen land en kochten voor een habbekrats net over de grens boerderijen in Hongarije. In 1994 maakte de regering, geschrokken door de snelheid waarmee dat ging, een einde aan de liberalisering en verbood zij buitenlanders landbouwgrond te kopen.

Sindsdien zijn nog wel pachtovereenkomsten gesloten, die onder strikte voorwaarden soms kunnen worden omgezet in koop. Hoeveel Hongaarse landbouwgrond in buitenlandse handen is, is niet bekend.

Met het idee dat Hongarije de liberalisering niet zou kunnen tegenhouden, zetten tal van buitenlandse boeren bovendien via stromannen illegale constructies op. Een Hongaar koopt het land, maar via een onderhandse overeenkomst betaalt de buitenlander, die op termijn eigenaar wordt.

De regering heeft echter aangekondigd dat lokale overheden dit soort contracten gaan doorlichten. Per 1 juli zijn de straffen op deze constructies verhoogd. De zogenaamde ‘stromannen’ riskeren celstraf. De buitenlander kan zijn grond kwijtraken. Het leidt tot lichte paniek, vooral onder de grote groep Oostenrijkers. Betrokkenen doen er liever het zwijgen toe, ook om geen aandacht op zich te vestigen.

De tekst van de nieuwe wet ademt de onwil om te verkopen aan vreemdelingen. Alleen mensen met een relevante opleiding, na drie jaar verblijf in het betreffende dorp en na goedkeuring door een comité van lokale boeren en politici, mogen kopen. En alleen als ze de grond zelf en voor eigen risico gaan bewerken.

„Boeren zullen geen enkele heer meer als horige dienen”, zei de minister van Landbouw tijdens het parlementair debat. „Geen collectief, en geen buitenlanders.”

De regering daagt de Europese Commissie uit de nieuwe wet aan te vechten. Dat is nog niet gebeurt. Op dit moment wordt de wet in Brussel vertaald en „serieus” bestudeerd. Het zou de conservatieve regering goed uitkomen als Brussel kritiek heeft. Zo kan Orbán richting de ultranationalisten bewijzen dat hij strijd levert met Brussel voor Hongaarse belangen. De parlementsverkiezingen vallen bijna samen met de inwerkingtreding van de wet.

Verkopen, zeker aan buitenlanders, is dus vrijwel onmogelijk gemaakt, concludeert József Uhlár (73), een grote boer in Nógrádsáp vlakbij Legénd. Hij is druk met de oogst van wintertarwe. Uhlár gaf vroeger leiding aan de lokale landbouwcoöperatie, die 6.000 hectare had en waar vrijwel alle dorpelingen een baan hadden.

Na de val van het communisme werden de staatslandbouwbedrijven ontmanteld en werd het land verdeeld over de lokale boeren. Die hebben percelen die te klein zijn om commercieel te boeren. Uhlár heeft 150 hectare gekocht en pacht er nog 150 bij.

Zelf had hij gehoopt in 2014 twintig hectare aan een buitenlander te verkopen, zodat hij geld zou hebben om te investeren in een omheining en in nieuwe machines, vertelt hij. „Maar met die nieuwe wet blijven de rijke buitenlanders alsnog weg.”