Automobilist rijdt de fietser wederom de berm in

Niet de mentaliteit van de fietser, maar die van overheden die fietsveiligheid nooit serieus hebben genomen is het probleem, betoogt Jeroen Dirks.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Dries Zee was zo’n commissaris van politie waar je geen grapjes mee maakte. Een diender van de oude stijl. Met een harde, welluidende stem en een indrukwekkende snor. Maar op deze persconferentie, begin jaren negentig, had hij goed nieuws. De politie had budget vrijgemaakt om de traditiegetrouw arme Amsterdamse fietsers, althans hun rijdende wrakken, aan een voor- en achterlicht te helpen.

Oom agent kreeg daartoe de beschikking over reparatiesets en reservelampjes. En de commissaris had meer goed nieuws. Zo had hij zijn mensen opgedragen om de rotzooi na een auto-ongeluk niet meer automatisch op het fietspad te vegen. Met de gemeente was overleg opgestart om niet alleen de hoofdweg meer te verlichten, maar ook de fietsroutes. Fietsendiefstal kwam op de prioriteitenlijst. En de strooidiensten zouden in de winter voortaan ook de fietspaden meemen.

De fietsrepubliek Amsterdam (ik leen de term maar even van een Amerikaanse schrijver) haalde opgelucht adem. Ook de rest van het land reageerde enthousiast. Hier was sprake van een ware mentaliteitsverandering. Eindelijk een hooggeplaatste ambtenaar die begreep dat fietsers de alom gevoelde alleenheerschappij van koning automobilist flink zat waren.

Het was ook de tijd dat de ene na de andere autoloze zondag mislukte, vrijliggende fietspaden in de steden nog niet of nauwelijks bestonden, vrachtwagenchauffeurs geen benul hadden van hun dode hoek en je als ‘zwakke’ verkeersdeelnemer in een potentieel dodelijke loterij terecht kon komen. De fiets was leuk voor scholieren en studenten. Maar minder leuk op de kruising van de Weteringschans en de Spiegelstraatin Amsterdam - jarenlang het gevaarlijkste fietspunt .

Helaas bleef een echte mentaliteitsverandering uit. Eigenlijk gebeurde juist het tegenovergestelde. Verkeerslichten voor fietsers worden in principe zo afgesteld dat je pas de kruising op mag als de allerlaatste auto is gepasseerd. En op nieuwe rotondes krijgt de fietser vaak geen voorrang meer, maar staat hij of zij soms drie keer te wachten voor een afslaande auto. Te pas en te onpas worden drempels op fietspaden neergelegd. Bij werkzaamheden is het opbreken van de fietsstrook trouwens het eerste dat gebeurt. En vergeet de strooidiensten niet. Zij vegen sneeuw altijd het fietspad op. Om van het laden en lossen maar niet te spreken: een activiteit die geregeld op het fietspad plaatsvindt.

Dan de cijfers: van de 650 verkeersdoden in 2012 waren er 200 fietser. Vooral op plekken waar verschillende soorten verkeersdeelnemers elkaars pad kruisen, zo blijkt uit gegevens van het ministerie van Infrastructuur.

Nu overheden het zo op fietsers gemunt hebben, kan de particuliere sector natuurlijk niet achterblijven. De Nederlandse Spoorwegen vervoeren zelfs geen fietsen meer tijdens de spits. U wilt betalen? Pech gehad, de NS doet het lekker niet - wel zo veilig voor de gewone treinreizigers. En wie stuurt die brugwachter in De Hoef eigenlijk aan? Op één van de drukste fietstoerroutes van Nederland gooit hij zijn brug het liefst open, twee seconden nadat het verkeerslicht voor fietsers op groen is gegaan. Zodat je na tien meter alsnog in de remmen moet.

Fietsers rijden ook elkaar in de wielen. ,,Op het platteland is het respect tussen de langzame, ‘gewone’ fietsers en de recreatieve wielrenners vaak ver te zoeken’’, aldus het hoofdcommentaar op 16 juli. De racefieters storen zich aan God noch gebod, zij intimideren oude mensen die rustig op de Gazelle, gestoken in een ANWB-jas, van de natuur willen genieten. Hoe erg het is, blijkt uit het feit dat afgelopen maand een fietser om het leven kwam bij een aanrijding met een andere fietser. Gekker moet het niet worden!

Natuurlijk, ook ik schrik als er zo’n groep uniform geklede dikbuiken met zo’n schreeuwlelijk voorop op me af komt denderen, van een brug over het Amsterdam-Rijnkanaal. Maar net als bij wilde zwijnen, is een klein stukje opzij veelal voldoende. En ik zie ook wel de voordelen. Tien tegen één dat dit gelegenheidswielrenners zijn. Mensen die de hele week in hun door NRC Lux aangeraden automobiel van 45 duizend euro in de file naar hun ongetwijfeld verantwoordelijke functie onderweg zijn, maar het weekeinde gebruiken om zich in een gesponsord pakkie te hijsen, op een carbonnen ros plaats te nemen en hun laatste restje testosteron er uit te trappen. Dat is al winst.

Nu de discussie open is, zouden al die recreatieve wielrenners en hun schrikbewind op onze fietspaden wel eens tot een onvermoed positief resultaat kunnen leiden. Noem het een breekijzer. Misschien dat overheden (en NS en brugwachters) zich nu realiseren dat er echt iets moet gebeuren om de fietsinfrastructuur veilig te maken. Zorg voor goede, veilige fietsroutes waar fietsers elkaar kunnen passeren. Leg een échte fietssnelweg aan en niet zo’n lullig proefstukje bij Houten. Kortom, maak eens een begin met denken zoals een fietser denkt.

Een mentaliteitsverandering. Commissaris Dries Zee deed meer dan twintig jaar geleden al een voorzet, maar vergat te scoren. Wat ook weer niet zo raar is. Pal na de persconferentie bleek dat diezelfde commissaris ook dé sinterklaas van Amsterdam speelde. Die man beloofde van alles maar heb ik nooit geloofd.

Jeroen Dirks is freelance journalist, socioloog en fietst veel.