Vooral anderen scoorden met zijn serene songs

Laidback, was zijn handelsmerk. Met zijn rustige stem en muziek was J.J. Cale geen grote ster, wel erg gewaardeerd.

J.J. Cale in 2004 Foto AP

Muziek zonder tijdgeest was het. De ‘Tulsa sound’, die zijn oorsprong had in Tulsa, Oklahoma, droeg zijn handtekening. Rockabilly, blues, jazz en country kwamen er in samen. Maar de muziek van de vrijdag in een Californisch ziekenhuis na een hartaanval bezweken Amerikaanse songwriter J.J. Cale (74) werd vooral bekend door uitvoerders als Eric Clapton.

John Weldon Cale, geboren in Oklahoma City, was een ongrijpbare muzikant die weinig wilde toeren. Een schuwe anti-ster, die liever buiten de schijnwerpers stond. De documentaire To Tulsa and Back - On Tour With J.J. Cale uit 2005, waarin Cale zich liet volgen tijdens een tournee kwam wat dichter op de huid. Cale liet het huis in Tulsa zien waar hij opgroeide en als tiener gitaar leerde spelen op de veranda. Hij zegt ook dat hij altijd meer iemand van de achtergrond was; hij maakte er graag deel van uit, maar wilde niet per se „de show zijn” .

Als beginnend muzikant trok hij begin jaren zestig naar Los Angeles waar hij werkte als studiotechnicus. Zijn artiestennaam J.J. Cale kreeg hij van de eigenaar van de club waar hij even een vaste betrekking had. J.J. -„omdat er al een John Cale was”. Cale’s eigen versie van After Midnight deed weinig. Bij toeval hoorde Eric Clapton het nummer en scoorde er, in een meer aangeklede versie, een hit mee. Het leidde tot de opname van Cales fraaie debuut Naturally (1972) – geen verkoopsucces maar omarmd door critici. Ook latere albums als Troubadour en 5 vielen in de smaak. Hij vestigde naam als zachtmoedige rocker met eigen geluid.

Zijn ‘laidback’-handelsmerk had Cale een beetje van de jazz afgekeken. Als bewonderaar van Billie Holiday had hij haar ‘achter de tel’-zingen bestudeerd. Hij hield van de micropauzes in de zinnen en de easygoing-stijl lag hem goed. Het gaf zijn liedjes een serene klasse op milde ritmes. Cale was geen druktemaker; zijn licht rasperige stem klonk lijzig en nooit hard.

Crazy Mama was zijn eigen bescheiden hit in Amerika. Eric Clapton scoorde met After Midnight en Cocaine, en ook I’ll Make Love to You Anytime en Low Down. Ook bij Cocaine (1977) lag de basis bij jazz; hij had iets in de oude swingtrant van Mose Allison willen maken. Producer Audie Ashworth stuurde aan op meer rock-’n-roll, dus herschreef Cale het.

De tekst van Cocaine had een zekere dubbelzinnigheid. Cale was niet echt anti drugs, want dat zou een te politiek statement zijn. Maar zinnen als „If you want to get down, down on the ground, cocaine” of „Don’t forget this fact/ You can’t get back, cocaine”, gaven aan dat J.J. Cale ook niet echt een voorstander was. Vooral een realist, zei Clapton. In 2006 wonnen ze samen een Grammy voor hun cd The Road to Escondido.