Tik hier uw kenteken in

Oh gaat dat zo, zal menig automobilist hebben gedacht, die wel eens parkeert bij een betaalautomaat waar invoeren van het kenteken volstaat. Vorige week werd bekend dat de gemeenten veel langer dan toegestaan digitaal vastleggen voor welke auto er waar parkeergeld is betaald. Is dat nu een grote kwestie of een bagatel?

De kwestie kwam aan het licht omdat de fiscus de database gebruikt om de de ritadministratie van een bepaalde categorie zakelijke leaserijders te controleren. Daar is op zich niets tegen. Wie van de fiscale voordelen van een ‘exclusief zakelijk’ loodgietersbusje profiteert, heeft de schijn tegen als hij iedere zondag bij het voetbalstadion parkeert.

Maar het wordt anders als de gemeenten de burger vertellen dat ze de gegevens van de zogeheten kentekenparkeerders maar acht weken bewaren. Waarna via een eenvoudige programmeerhandeling desgevraagd toch een heel boekjaar aan ‘gewiste’ gegevens boven water kan komen. Dat is, zo bevestigde Jacob Kohnstamm, voorzitter van het College Bescherming Persoonsgegevens, een overtreding van de wet.

Het lijkt er ook op dat dit Nationaal Parkeer Register eerlijk noch openhartig tegen de burger is over de vraag wie er toegang hebben tot de database. Op de website staat dat alleen de deelnemende gemeenten en private parkeerbedrijven of -providers toegang hebben tot (alleen) hun eigen gegevens. Dat klopt dus evenmin.

Niet alleen daarom is dit een grote kwestie. Het parkeerregister staat wijd open voor andere geïnteresseerde overheden. En het beschikt kennelijk over een onbegrensde parkeerhistorie van een deel van het Nederlandse wagenpark. Daar vallen natuurlijk veel meer vragen aan te stellen.

Dit is de iOverheid ten voeten uit, een begrip dat de WRR vorig jaar vooral als waarschuwing introduceerde. Er ontstaan zoveel nieuwe en zich vertakkende informatiestromen dat het karakter van de overheid er fundamenteel door verandert. Het aantal koppelingen is „nauwelijks meer in het gareel te krijgen”. Wie in de ‘datakluwen’ van de overheid verantwoordelijk is en voor wat, is evenmin duidelijk. Wat begint als efficiënter parkeren, zonder bonnetjes, muteert in een (fiscaal) controlesysteem. En straks in een opsporingssysteem. Justitie en politie maken immers ook gebruik van kentekenregistratie; nu nog met camera’s boven de weg. Maar straks (of nu al?) kan het Nationaal Parkeer Register gerichte vragen van de politie krijgen.

Op zich hoeven we daar niet bang van te worden. Privacy is ook een dynamisch begrip. Zolang de grenzen, termijnen en verantwoordelijkheden scherp worden bewaakt. En dat was hier niet zo.